international marxist tendency nederland

Op vrijdag 26 november, om 22.29 uur, stierf de Cubaanse revolutionaire leider Fidel Castro op negentig jarige leeftijd. Zijn broer Raul Castro kondigde het nieuws voor de Cubaanse bevolking en de wereld aan in een televisietoespraak rond middernacht. Zijn dood was niet onverwacht, aangezien hij al enkele jaren ziek was en zijn formele politieke verantwoordelijkheden reeds had neergelegd. Toch kwam het nieuws als een schok voor zowel vriend als vijand.

Zijn hele leven was nauw verbonden met de Cubaanse Revolutie. Een beoordeling van zijn rol is in feite een beoordeling van de Cubaanse Revolutie, de eerste die het kapitalisme afschafte op het Westelijk Halfrond en al vijf decennia lang de imperialistische aanvallen van de VS weerstaat, nauwelijks 90 mijl [145 km]  ten noorden gelegen. Over de dood van de Venezolaanse president en revolutionaire leider Hugo Chávez zei Fidel: "Wil je weten wie Hugo Chávez was? Kijk wie er rouwt en wie er feest viert." Hetzelfde kan over Fidel Castro gezegd worden. Nieuws over zijn dood werd met blijdschap ontvangen door de contrarevolutionaire Cubaanse bannelingen in Miami, door de reactionaire oppositie in Venezuela en door mediacommentatoren wereldwijd, zowel rechts als 'progressief'.

Aan de andere kant kwam Fidels dood als een klap aan bij miljoenen arbeiders en jongeren, revolutionairen en linkse activisten in Latijns-Amerika en wereldwijd. Voor hen was Fidel een symbool van de Cubaanse revolutie, die opstond tegen het imperialisme en goede, kwaliteitsvolle gezondheidszorg en onderwijs voor iedereen garandeerde.

Er is een heel goede reden waarom wereldwijd de heersende klassen hem zoveel haatten en het Amerikaans imperialisme 600 verschillende manieren beraamde om hem te vermoorden. Het was de bedreiging van het goede voorbeeld dat de Cubaanse revolutie gaf aan de onderdrukten overal in de wereld. De Cubaanse revolutie was door de afschaffing van het kapitalisme in staat om analfabetisme uit te roeien, om al haar burgers een dak boven het hoofd te geven, om een uitstekende gezondheidszorg te creëren die de kindersterfte heeft teruggedrongen en de levensverwachting heeft opgetrokken tot het niveau van ontwikkelde kapitalistische landen, en om het onderwijsniveau van haar volk gigantisch te doen toenemen. Dit alles in een land dat vóór de revolutie het bordeel en het casino van de VS was en ondanks decennia van terroristisch gestook en de misdadige handelsblokkade/embargo opgelegd door Washington.

Om diezelfde redenen staan wij onvoorwaardelijk voor de verdediging van de Cubaanse revolutie. Dat is ons beginpunt. Iedere beoordeling van de persoon Fidel Castro en van de Cubaanse Revolutie moet gebalanceerd en kritisch zijn indien we er iets van willen opsteken. Zo'n evaluatie moet echter vertrekken vanuit het standpunt de historische verworvenheden van de revolutie - die bekomen werden door de onteigening van de kapitalisten, imperialisten en grootgrondbezitters - te erkennen.

Om een paar voorbeelden op te noemen: de Cubaanse Revolutie schafte analfabetisme en ondervoeding bij kinderen af. De levensverwachting bij geboorte op Cuba is 79,39 jaar. Dat is hoger dan in de VS (78,94) en meer dan 16 jaar hoger dan op buurland Haïti (62,75). De zuigelingensterfte (het aantal dode kinderen onder één jaar per 1.000 geboorten) is op Cuba 4,5 en loopt daarmee ver vooruit op de VS (5,8) en Haïti (48,2).

Fidel werd in 1926 geboren in Birán, in de provincie Holguín op oostelijk Cuba, in een familie van grondbezitters. Hij liep school religieuze privé-scholen in Santiago en later Havana. Hij raakte politiek betrokken toen hij rechten ging studeren op de Universiteit van Havana.

Cuba was het laatste Latijns-Amerikaanse land dat formele onafhankelijkheid bereikte. Zodra het zich in 1898 door revolutionaire strijd bevrijd had van het in verval geraakte Spaanse imperialisme, viel het in de klauwen van de VS, de opkomende imperialistische macht. De machtige noorderbuur domineerde de Cubaanse economie bijna volledig en oefende daardoor de controle uit over Cuba's politieke bestel. Het Platt-amendement legde destijds deze vernederende overheersing vast in de vorm van een clausule in de Cubaanse Grondwet die militaire interventies van de VS in het land toestond. Een brandend gevoel van onrechtvaardigheid en een diepgeworteld verlangen naar nationale soevereiniteit inspireerden verschillende golven van revolutionaire strijd in de eerste helft van de 20e eeuw. De belangrijkste figuren uit deze onafhankelijkheidstrijd inspireerden Fidel.

Tegelijkertijd had het eiland een grote arbeidersklasse die strijdbare tradities had ontwikkeld, te beginnen met een machtige anarcho-syndicalistische trend, later een strijdbare Communistische Partij, een grote Linkse Oppositie, een opstandige algemene staking in 1933, etc. Nationale en sociale bevrijding raakten sterk met elkaar vervlochten, bijvoorbeeld in het gedachtegoed van Julio Antonio Mella, de oprichter van de Cubaanse Communistische Partij, van Antonio Guiteras, de oprichter van Joven Cuba, e.a.

Wanneer Fidel in 1945 naar de universiteit ging voelde de generatie van middenklassejongeren die in de radicale politiek betrokken raakte zich niet aangetrokken tot de Cubaanse Communistische Partij (officieel bekend als de PSP). Ze werd er eerder door afgestoten. De PSP volgde de strategie van de gestaliniseerde Comintern die kan samengevat worden als: 'democratie tegen fascisme'. Daardoor had ze deelgenomen in de regering van Fulgencio Batista van 1940-44.

Fidel werd aangetrokken tot anti-imperialistische politiek. Het is in dat kader dat hij deelnam aan een gefaalde militaire expeditie naar de Dominicaanse Republiek in 1947 om de dictatuur van Trujillo omver te werpen. In 1948 nam hij deel aan een Latijns-Amerikaans studentencongres in Colombia. Daar maakte hij de Bogotazo-opstand mee die volgde op de moord op de radicale leider Jorge Eliécer Gaitán op 9 april.

Castro raakte ook verbonden met de Ortodoxo-partij van Chibás, een populaire senator die de corruptie van de Auténtico-partij veroordeelde, waar hij oorspronkelijk deel van uitmaakte. Chibás pleegde echter zelfmoord in 1951.

In 1952 had Fulgencio Batista zijn tweede staatsgreep uitgevoerd. Fidel en een groep kameraden (waaronder zijn broer Raúl, Abel Santamaría, zijn zus Haydée en Melba Hernández) begonnen met het organiseren van een strijdorganisatie, voornamelijk bestaande uit jongeren van de Ortodoxo-partij. Op 26 juli 1953 voerden ze een gedurfde aanval uit op de Moncada legerbarakken in Santiago. Hun doel was om een groot aantal wapens te veroveren en een oproep te doen voor een landelijke opstand tegen de Batista-dictatuur. De poging mislukte en bijna de helft van de 120 jonge mannen en vrouwen die deelnamen, werden vermoord nadat ze gevangen genomen werden.

Fidel gebruikte het beklaagdenbankje om zijn programma uit te leggen. Zijn toespraak eindigend met de bekende woorden "Veroordeel me! De geschiedenis zal me vrijspreken," maakte hem beroemd. Het programma van wat later bekend zou worden als Revolutionaire Beweging van 26 Juli (M-26-7), werd opgesomd in 5 punten:

  • Het herstel van de Cubaanse grondwet van 1940.
  • Landbouwhervorming.
  • Het recht van industriële arbeiders op een aandeel van 30% van de bedrijfswinsten.
  • Het recht van suikerarbeiders om 55% van de bedrijfswinsten te ontvangen.
  • De confiscatie van bezittingen van hen die schuldig zijn bevonden aan fraude, ook onder voorgaande regeringen.

Het was een progressief nationaal-democratisch programma, dat ook een aantal punten bevatte die gericht waren op het verbeteren van de omstandigheden van de arbeiders. Het ging zeker niet de grenzen van het kapitalistische systeem te buiten, noch stelde het privaat eigendom in vraag. Na een periode in gevangenschap werd Fidel gepardonneerd en ging hij naar Mexico.

Op basis van het Moncada-programma organiseerden zij een groep mensen om eind 1956 in de Granma-boot naar Cuba te reizen. Opnieuw was hun idee dat dit samen zou vallen met een opstand in het oosten van het land, rond Santiago. Toch werkte hun plan opnieuw niet en werden de meeste leden van de expeditiemacht gedood of gevangen genomen in de eerste uren. Enkel 12 bleven er over en ze trokken zich terug in de bergen van de Sierra Maestra. En toch, iets meer dan twee jaar later, op 1 januari 1959, was Batista gedwongen om het land te ontvluchten en had de Cubaanse revolutie gezegevierd.

De overwinning van de revolutionaire oorlog was te danken aan een reeks factoren: de extreme rotheid van het regime; de guerrillaoorlog in de bergen, die door middel van de revolutionaire methoden van agrarische hervorming de boeren had overgehaald en de dienstplichtige soldaten had gedemoraliseerd; de wijdverbreide oppositie in de llano (de vlakten) onder de middenstanders; en als laatste, maar niet minder belangrijk, de krachtige deelname van de arbeidersbeweging (wat minder bekend is). De genadeklap voor het regime was de revolutionaire algemene staking waartoe werd opgeroepen door de M-26-7. In Havana duurde ze een week lang tot de guerilla-colonnes de stad binnenkwamen.

De volgende twee jaar radicaliseerde de revolutie snel. De uitvoering van het nationaal-democratische programma van de Moncada en in het bijzonder de agrarische hervorming, leidde tot woede bij de heersende klasse. De meer gematigde elementen die in de eerste revolutionaire regeringen zaten, werden snel afgeschud, des te enthousiaster de massa arbeiders en boeren die aandrongen tot meer. Dat leidde dan weer tot een tegenreactie van het Amerikaanse imperialisme waarop er nog radicalere maatregelen werden genomen tegen de imperialistische bezittingen op het eiland.

De consistente uitvoering van een nationaal-democratisch programma leidde tot de onteigening van de Amerikaanse multinationals. Omdat deze de sleutelsectoren van de economie domineerden, leidde dit tot de feitelijke afschaffing van het kapitalisme in 1961. Ooit vroeg ik een Cubaanse kameraad die sinds de jaren 1930 betrokken was geweest in de revolutionaire- en vakbewegingen in Guantánamo, hoe hij Fidel en de leiding van de M-26-7 zou karakteriseren, waarop hij antwoordde dat ze 'revolucionarios pequeño-burgueses guapos' (dappere kleinburgerlijke revolutionairen) waren. Hier werd 'kleinburgerlijk' niet als een belediging bedoeld, maar als een beschrijving van de klassenoorsprong van velen van hen, en als een beschrijving van het programma waar zij voor vochten. Het feit dat zij hun programma dapper uitvoerden, duwde hen veel verder dan zij voorzien hadden. Het is de verdienste van Fidel Castro dat hij het proces tot het einde heeft doorgevoerd.

Het bestaan van de USSR in die tijd speelde ook een rol die de loop van gebeurtenissen bepaalde na de overwinning van de revolutie. Dit betekent niet dat de Sovjet-Unie hen ertoe aanzette om zich tegen het kapitalisme te keren. Integendeel, het staat vast dat de Sovjet-Unie hen ontmoedigde en adviseerde om voorzichtig en langzaam tewerk te gaan. Desondanks was het een feit dat de Sovjet-Unie belangrijk was omdat ze de gaten kon opvullen die ontstonden door de groeiende oorlogszucht van de VS. Ze verkocht Cuba goedkope olie en kocht suikerriet aan. Zo werd de economische blokkade doorbroken.

Tien jaar lang was de verhouding tussen de Cubaanse revolutie en de USSR een ongemakkelijke. De Cubaanse Communistische Partij (PSP) had zich enkel in de laatste stadia aangesloten bij de revolutionaire beweging en de Cubaanse revolutionaire leiding was trots op haar onafhankelijkheid en had haar eigen draagvlak. De eerste periode van de revolutie was er een van brede discussies en debatten op alle gebieden (buitenlands en economisch beleid, kunsten en cultuur, Marxisme), waarin de Stalinisten probeerden om - niet altijd met succes - hun eigen lijn op te leggen.

Fidel en de anderen waren erg achterdochtig ten opzichte van de Sovjet-Unie. In het bijzonder na de manier waarop Chroesjtsjov een deal met de VS had bereikt tijdens de rakettencrisis van 1962 en het zelfs niet nodig vond de Cubanen daarover te raadplegen. Bovendien probeerden de Cubanen, in het bijzonder op aandringen van Che Guevara, de revolutie naar andere landen in Latijns-Amerika en daarbuiten te verspreiden. Dat botste niet alleen met de politiek van de "vreedzame coëxistentie" die door de Sovjet-Unie werd nagestreefd, maar ook met de erg conservatieve vooruitzichten van de meeste Communistische Partijen in Latijns-Amerika.

Die pogingen om de revolutie te exporteren mislukten, gedeeltelijk omwille van de ruwe manier waarop de ervaring van de Cubaanse revolutie werd veralgemeend. Het idee dat een kleine groep gewapende mannen de bergen in zou trekken en van daaruit binnen afzienbare tijd zou leiden tot de omverwerping van de reactionaire regimes, hield niet stand tegenover de realiteit. Sowieso was dit schema al een oversimplificatie van de voorwaarden die  de Cubaanse Revolutie mogelijk maakten. Misschien wel het meest extreme voorbeeld was dat van Bolivia, een land dat een gedeeltelijke landbouwhervorming had gekend en over een militant en politiek geavanceerd mijnwerkers-proletariaat beschikte. Che Guevara's poging leidde er tot zijn dood in 1967 door toedoen van het Amerikaanse imperialisme (dat ook haar lessen uit de Cubaanse ervaring had geleerd).

Geleidelijk aan werd de Cubaanse revolutie geïsoleerd en daardoor afhankelijker van de Sovjet-Unie. Het falen van het “oogsten van tien miljoen ton rietsuiker” in 1970 en de economische ontwrichting die dat veroorzaakte, zorgden enkel voor een toegenomen afhankelijkheid. Deze nauwe banden met de met de Sovjet-Unie stelden de Cubaanse Revolutie gedurende drie decennia in staat om te overleven, maar bracht ook veel stalinistische elementen met zich mee. Gedurende de 'Quinquenio Gris' (Vijf Grijze Jaren) van 1971-1975 werd het gebruik van repressieve maatregelen veralgemeend om het stalinistische denken in de kunsten, de sociale wetenschappen en vele andere terreinen op te leggen. Het was ook in deze tijd dat homofobie, discriminatie en intimidatie van homo's (dat reeds bestond en van het vorige regime was overgeërfd) werd geïnstitutionaliseerd.

De manier waarop de revolutie had gezegevierd, onder de leiding van een guerrillaleger, speelde ook een rol in het bureaucratische karakter van de staat. Zoals Fidel zelf verklaarde: "een oorlog wordt niet geleid door middel van collectieve, democratische methoden – maar is gebaseerd op de verantwoordelijkheid van de leiding." Na de revolutionaire overwinning beschikte de leiding over enorme autoriteit en breed gedragen steun. Honderdduizenden namen in een oogwenk de wapens op om de invasie van de Varkensbaai in 1961 te verslaan. Een miljoen mensen kwam in 1962 op het Plaza de la Revolucion bijeen om de Tweede Verklaring van Havana te ratificeren.

Er waren echter geen mechanismen van revolutionaire democratie aanwezig. Daardoor konden ideeën niet worden besproken en bediscussieerd en bovenal kon de massa van arbeiders en boeren haar eigen macht niet uitoefenen om haar leiders indien nodig ter verantwoording roepen.

De Cubaanse Communistische Partij werd bijvoorbeeld opgericht in 1965, als gevolg van de fusie van de stalinistische PSP, de M-27-6 en het Revolutionaire Directoraat, maar hield haar eerste congres pas in 1975. En het was pas in 1976 dat een formele grondwet werd aangenomen.

Een geplande economie heeft arbeidersdemocratie nodig zoals het menselijke lichaam zuurstof nodig heeft. Het is de enige manier om de productie te sturen en te controleren.

Dit proces van bureaucratisering had ook een invloed op de buitenlandse politiek van de leiding van de Cubaanse revolutie. De Cubaanse Revolutie kan een rapport voorleggen dat ongeëvenaard is als het aankomt op internationale solidariteit, het sturen van medische en andere hulp over de hele wereld. Ze heeft ook een cruciale rol gespeeld in de nederlaag van het Zuid-Afrikaanse regime in Angola, een strijd waaraan gedurende vele jaren honderdduizenden Cubanen deelnamen.

Revoluties zoals in Nicaragua in 1979-89 en meer recent in Venezuela, werden praktische en materiële hulp en solidariteit van onschatbare waarde aangeboden. Het politieke advies dat de Cubaanse leiding echter gaf, was dat van het niet afschaffen van het kapitalisme en de Cubaanse revolutie dus niet in de voetsporen te treden. Dit had desastreuze gevolgen voor beide landen. In Nicaragua zette de USSR enorme druk op de Sandinistische leiding om een "gemengde economie" te behouden - dat wil zeggen een kapitalistische - en vervolgens om deel te nemen aan de Contadora vredesonderhandelingen die uiteindelijk de revolutie wurgden. De Sandinistische leiding stond dicht bij de Cubaanse Revolutie en had er veel respect voor. Fidel's advies was echter hetzelfde als dat van de Sovjet-Unie: onteigen de kapitalisten niet, wat je aan het doen bent is het maximale dat op dit ogenblik in Nicaragua kan gedaan worden. Dat advies bleek fataal.

Hetzelfde gebeurde in Venezuela. Terwijl de Cubaanse Revolutie enorm waardevolle ondersteuning (in het bijzonder met de Cubaanse dokters) en solidariteit gaf, was het politieke advies dan weer om niet de weg op te gaan die de Cubaanse Revolutie 40 jaar eerder had genomen. Het resultaat van het maken van een halve revolutie kunnen we vandaag duidelijk zien: een gigantische ontwrichting van de productieve krachten, het verzet van de kapitalisten tegen elke poging tot regulering. Dit advies had niet alleen een negatieve invloed op de Nicaraguaanse en Venezolaanse revoluties, maar  heeft ook het probleem van de isolatie van de Cubaanse revolutie zelf verergerd.

De heldhaftige weerstand van de Cubaanse revolutie na de ineenstorting van de Sovjet-Unie is indrukwekkend. Terwijl de leiders van de 'Communistische' partij in de Sovjet-Unie zich snel en moeiteloos richting herstel van het kapitalisme en het plunderen van het staatseigendom bewogen, verdedigden Fidel en de Cubaanse leiders de verworvenheden van de revolutie. De "speciale periode", zoals die bekend werd, was een bewijs van de vitaliteit van de Cubaanse revolutie. Er leefde nog een generatie die nog steeds herinnerde hoe het leven was vóór de revolutie en anderen konden hun eigen levensstandaard vergelijken met die van de kapitalistische buurlanden.

De leiding verzette zich en het Cubaanse volk vond op een collectieve manier voldoende middelen om de economische tegenspoed te overwinnen. Volledig geïsoleerd door de Amerikaanse blokkade, moest Cuba belangrijke concessies doen aan het kapitalisme, maar kon het grootste deel van de economie wel in handen van de staat houden. Toerisme werd een van de belangrijkste bronnen van inkomsten, met alle bijbehorende kwalen die dat met zich meebrengt.

De ontwikkeling van de Venezolaanse revolutie, zeker na de mislukte coup in 2002, bracht 10 jaar na de val van de Sovjet-Unie een nieuwe levenslijn. Dit was niet alleen te danken aan de uitwisseling van Cubaanse dokters voor Venezolaanse olie, maar de nieuwe golf van revolutionaire ontwikkelingen in Latijns-Amerika blies ook het enthousiasme van de Cubaanse massa's nieuw leven in. Economische moeilijkheden en de uitputting van de revolutie in Venezuela - juist omdat ze niet tot het einde ging en niet het eigendom van de oligarchen en imperialisten onteigende zoals Cuba wel gedaan had - betekenen dat dit nu tot een einde komt.

Door de impasse waarin de Cubaanse Revolutie zich bevindt, wordt een belangrijk deel van de leiding in de richting van markthervormingen en concessies aan het kapitalisme geduwd, zoals in Vietnam of China. Er zijn al veel stappen in die richting gezet. Ze hopen dat dergelijke maatregelen ten minste voor wat economische groei zullen zorgen. Dat is een illusie. Vandaag is het wereldwijde kapitalistische systeem in crisis en het is twijfelachtig hoeveel het in Cuba zal willen investeren. Cuba beschikt niet over de enorme reserves aan goedkope arbeid die één van de sleutelfactoren achter het Chinese economische "succes" zijn. Zelfs indien dit allemaal niet waar was; het herstel van het kapitalisme in China ging gepaard met een enorme groei van de ongelijkheid, de brutale uitbuiting van de werkende klasse en de vernietiging van de verworvenheden van de Chinese revolutie.

Het is in deze context dat Obama heeft geprobeerd om de tactiek van de VS te veranderen. De strategie blijft dezelfde: het herstel van het kapitalisme in Cuba en de vernietiging van de verworvenheden van de revolutie. Maar in plaats van verder te gaan met de mislukte tactiek van directe confrontatie, financiering van contrarevolutionaire en terroristische groeperingen, enz., heeft de VS nu besloten dat het verstandiger zou zijn om de revolutie van binnenuit te vernietigen. Hun grootste middel is de wereldmarkt, die dominant is over een klein eiland met zeer weinig middelen en een erg lage arbeidsproductiviteit.

Het is duidelijk dat de imperialisten Fidel als een obstakel in dit proces zagen, ook nadat hij officieel op pensioen is gegaan van alle politieke functies. Hij stelde publiekelijk de bureaucratie en de groeiende ongelijkheid aan de kaak, waarschuwde voor het gevaar dat de revolutie van binnenuit vernietigd zou kunnen worden. In een beroemde toespraak op de Universiteit van Havana in november 2005, sprak hij van "onze tekortkomingen, onze fouten, onze ongelijkheid, onze onrechtvaardigheid", en waarschuwde hij dat de revolutie niet onomkeerbaar was en zou kunnen eindigen zoals is de Sovjet-Unie. "Dit land kan zichzelf vernietigen; deze revolutie kan zichzelf vernietigen, maar ze kunnen ons nooit vernietigen; we kunnen onszelf vernietigen, en het zou onze schuld zijn", zei Fidel, en voegde eraan toe, "Of we verslaan al deze afwijkingen en maken onze revolutie sterk, of we sterven."

Bureaucratie is echter niet alleen een afwijking of het probleem van enkele individuen. Het is een probleem dat voortkomt uit het gebrek aan arbeidersdemocratie in het functioneren van de economie en de staat, en wordt versterkt door de isolatie van de revolutie. Dat gezegd zijnde, was het duidelijk dat de strategen van het kapitalisme van mening waren dat, zolang Fidel nog leefde, er weinig vooruitgang zou worden geboekt op de weg naar de herinvoering van het kapitalisme in Cuba.

Met zijn heengaan, hopen ze dat het proces nu zal versnellen. Er zijn nu al grote tegenstellingen in het land en een groeiend proces van sociale differentiatie is begonnen. De belangrijkste factoren in dit proces zijn: de stagnatie van de bureaucratisch geplande economie en de zeer ongelijke status van Cuba in de wereldeconomie, die op zijn beurt het gevolg is van de isolatie van de revolutie. Het is weer gebleken dat “socialisme in één land " onmogelijk is. Daaruit volgt dat de enige weg voorwaarts voor de Cubaanse Revolutie verbonden is met de strijd voor democratische arbeiderscontrole in Cuba en voor de socialistische revolutie in de hele wereld. Dat is de enige manier om de verwezenlijkingen van de Cubaanse revolutie te verdedigen.

Vandaag ratelen de imperialisten maar door over het gebrek aan "mensenrechten" in Cuba. Dit zijn dezelfde mensen die een oogje dicht knijpen voor het Saudische regime en hun vlag halfstok hangen wanneer een rotte reactionaire dictator sterft. Dit zijn dezelfde mensen die er geen graten in zien om de meest brutale regimes te installeren en te ondersteunen, zoals gebeurd is in Chili, Argentinië, Paraguay, Uruguay, Bolivia, Venezuela, Guatemala, de Dominicaanse Republiek, Mexico, Nicaragua, Guatemala, El Salvador, Honduras... De lijst is haast eindeloos .

We spreken hier niet over een ver verleden. Niet zo lang geleden, steunde de VS staatsgrepen (en pogingen tot) in Venezuela, Honduras, Ecuador en Bolivia. Neen, als Obama en Clinton praten over "mensenrechten" bedoelen ze het recht van de kapitalisten om de arbeiders uit te buiten, het recht van verhuurders om huurders uit te zetten, het recht van rijke toeristen om vrouwen en kinderen te kopen. Vandaag meer dan ooit zeggen we: verdedig de Cubaanse revolutie tegen de kapitalistische restauratie, vecht wereldwijd tegen het kapitalisme!

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter