international marxist tendency nederland

Honderdvijftig jaar geleden, op 28 september 1864, werd de Internationale Arbeidersassociatie (IAA), beter bekend als de Eerste Internationale, geboren. Deze eerste internationale proletarische organisatie effende de weg voor de groei van de organisatie van de arbeidersklasse en de verspreiding van het marxisme wereldwijd. De heersende klasse beefde voor deze revolutionaire dreiging.


Honderdvijftig jaar geleden, op 28 september 1864, werd de Internationale Arbeidersassociatie (IAA), beter bekend als de Eerste Internationale, geboren. Deze eerste internationale proletarische organisatie effende de weg voor de groei van de organisatie van de arbeidersklasse en de verspreiding van het marxisme wereldwijd. De heersende klasse beefde voor deze revolutionaire dreiging.

Zoals de naam zegt, was het de eerste keer dat een internationale organisatie van de werkende klasse tot stand was gekomen. De behoefte aan een dergelijk organisatie kwam voort uit de positie van de werkende klasse op internationaal vlak. Kapitalisme is een wereldwijd systeem, gebaseerd op de verdeling van arbeid en van de wereldmarkt. De positie van de werkende klasse is dezelfde, overal ter wereld, en dus is haar strijd dezelfde.

Gezien het karakter van het kapitalisme, moet de strijd van de arbeidersklasse en de overgang naar het socialisme internationaal zijn. De strijd voor het socialisme zal internationaal zijn, of zal niets zijn. Iets als ‘socialisme in één land’ kan niet bestaan. De taak van de socialistische revolutie is de afschaffing van het privébezit van productiemiddelen en van de natiestaat, een product van het kapitalisme.

Met de afschaffing van nationale barrières en de oprichting van een wereldfederatie van socialistische staten, kan de wurggreep van de particuliere winst worden geëlimineerd en kunnen de rijkdommen van de planeet vrij worden gebruikt ten gunste van allen.

Verenigt u!

Om het met de woorden van Marx en Engels te zeggen, "de arbeiders hebben geen vaderland" en bijgevolg, "arbeiders van de wereld verenigt u"!" De verantwoordelijkheid voor deze strijd rust op de schouders van een internationale organisatie van de werkende klasse." Met deze gedachte organiseerde Marx de Eerste Internationale.

De Internationale Arbeidersassociatie die werd opgericht in St. Martin Hall in Londen in september 1864, was geen marxistische organisatie. In feite was ze samengesteld uit een mengeling van tendensen: Britse hervormingsgezinde vakbonden, Franse radicalen, volgelingen van Proudhon, volgelingen van de Italiaanse Mazzini, evenals Russische anarchisten. Toch werd Marx de leider van de beweging vanwege het ontzag dat men voor hem had. Hij schreef de inwijdingsrede en het regelement en leidde de werking in goede banen.

Hoewel de Britse arbeidersklasse aanwezig was in de vakbonden en in de politieke strijd, vooral in de Chartistenbeweging, kwam de werkende klasse nog maar net tevoorschijn als een kracht in Europa en Amerika. Socialistische ideeën, zoals die van Robert Owen, Saint-Simon, en Fourier, hadden al wel een zekere invloed, maar toch stond de arbeidersbeweging nog in de kinderschoenen. Deze vroege ideeën bekritiseerden wel fel het kapitalisme, maar het waren meestal utopische plannen die niet geworteld waren in de klassenstrijd.

Fundamenten

In de jaren voorafgaand aan de oprichting van de Eerste Internationale hadden Marx en Engels de fundamenten van het wetenschappelijk socialisme vastgelegd, gebaseerd op de ontwikkeling van de geschiedenis en de klassenstrijd. De fundamentele ideeën van het marxisme waren opgenomen in het Communistisch Manifest, een revolutionair document geschreven in 1848 voor een internationale arbeiderspartij.

In de jaren van reactie na de nederlaag van de revoluties van 1848, hielden Marx en Engels nauw contact met de leiders van de arbeiders- en democratische beweging in verschillende landen. Hun werk, waarin ze pleitten voor het onafhankelijk optreden van de arbeiders, had de theoretische en praktische basis voor de oprichting van de Eerste Internationale gelegd.

Marx legde zich volledig toe op de oprichting van de IAA. Hij nam deel aan de oprichtingsconferentie als een vertegenwoordiger van de Duitse arbeiders en speelde een vitale rol in de voortgang.

De conferentie benoemde een voorlopig comité dat de regels van de organisatie opstelde, en Marx kreeg de taak een programma op te stellen dat de verschillende tendensen van de arbeidersbeweging zou verenigen, en de organisatie een klassen- en proletarisch karakter te geven, in tegenstelling tot een soort van vereniging voor wederzijds nut, zoals bepleit door de reformistische elementen. Marx’ werk in de Internationale bleek een mijlpaal te zijn, en bevorderde de ideeën van wat later bekend stond als marxisme, binnen de internationale beweging.

Als secretaris voor Duitsland had Marx een leidende rol binnen de Algemene Raad, het bestuursorgaan van de Internationale. De wekelijkse werkzaamheden, genoteerd in de verslagen, zijn een catalogus van de activiteiten van de organisatie, de ontwikkeling van de arbeidersbeweging, en van de strijd om zijn ideeën en begrip te verbreden.

Marx gebruikte zijn vaardigheden maximaal om de verschillende groepen te verenigen in een internationaal leger. Dit bleek een gigantische taak te zijn vanwege de zeer uiteenlopende politieke niveaus van de individuele secties.

Toch kon hij een programma opstellen dat niemand uitsloot: noch de Britse vakbonden, noch de Fransen, België, de Zwitserse proudhonisten, noch de Duitse lassalleanen. Alleen op deze flexibele manier kon het massakarakter van de Internationale verzekerd worden.

Marx schreef Engels op 4 november 1864: “Het was erg moeilijk om alles te omkaderen zodat onze opvatting in een vorm zou verschijnen die aanvaardbaar is voor de arbeidersbeweging in haar huidige staat. Binnen een paar weken zullen dezelfde mensen bijeenkomsten hebben over het stemrecht met Bright en Cobden. Het zal een tijd duren voordat de heropleving van de beweging gedurfd taalgebruik weer toelaat. We moeten inhoudelijk stoutmoedig zijn, maar mild in onze gedragingen".

Arbeidersklasse

De belangrijkste taak van Marx op dat moment was het proletarisch karakter van de organisatie te verzekeren tegen het binnendringen van kapitalistische politici die de beweging wilden gebruiken voor hun eigen doeleinden. Hij streefde voortdurend naar de versterking van de kern van de arbeidersklasse in de Algemene Raad en naar de verwezenlijking van een echte internationale vertegenwoordiging. De algemene regels van de vereniging, geschreven door Marx, begonnen als volgt: “De emancipatie van de arbeidersklasse moet de taak zijn van de werkende klasse zelf. De strijd voor de emancipatie van de arbeidersklasse is geen strijd voor klassenprivileges en monopolies, maar voor gelijke rechten en plichten, en voor de afschaffing van alle vormen van klassenheerschappij." De inaugurele rede, ook geschreven door Marx, benadrukt de doelstelling van de arbeidersklasse: "Het veroveren van politieke macht is de grote taak van de werkende klasse". Ze sloot met de woorden van het Manifest: "Proletariërs van alle landen, verenigt u!" Ten gevolge van dit stevige standpunt hadden de meeste middenstandselementen de Raad verlaten in de lente van 1865.

Door het dynamische werk legde de Internationale sterke banden met de Britse vakbonden. De eerste nationale conferentie van de vakbonden in Sheffield in juli 1866 nam een resolutie aan waarin vakbonden aangespoord werden om toe te treden tot de IAA omdat “het essentieel is voor de ontwikkeling en de welvaart van de gehele werkende gemeenschap". In 1867 waren meer dan 30 vakbonden, met in totaal ongeveer 50.000 leden, aangesloten. Dit is opmerkelijk want de het waren vakbonden van geschoolde arbeiders, die de meer conservatieve secties van de klasse vertegenwoordigden. De ongeschoolde arbeiders bleven ongeorganiseerd op dat moment.

Er werden snel secties van de Internationale gevormd in de Verenigde Staten en op het continent van Europa, inclusief Rusland. In Duitsland nam de Internationale het initiatief tot oprichting van vakbonden en speelde een niet onbelangrijke rol bij de oprichting van de Duitse Sociaal-Democratische Arbeiderspartij.

De loonstrijd

Marx gebruikte iedere mogelijkheid om zijn ideeën naar voren te schuiven, daarbij de concrete situatie volgend. In de lente van 1865 kwam John Weston, een lid van de Algemene Raad, met het voorstel dat het zinloos en zelfs schadelijk zou zijn voor arbeiders om voor loonstijgingen te strijden, op basis van de onwaarheid dat loonstijgingen tot prijsstijgingen leiden. Marx gebruikte de gelegenheid om met Weston in debat te gaan en zijn economische theorieën uit te leggen. Tot slot stelde Marx de volgende resolutie voor aan de Algemene Raad, welke zijn visie op de vakbonden uitgewerkt zag:

 “Ten eerste. Een algemene stijging van de lonen zou leiden tot een daling van de algemene winstvoet, maar zou, grosso modo, geen invloed hebben op de prijzen van de waren.

“Ten tweede. De algemene tendens van de kapitalistische productie is geen stijging, maar een daling van het gemiddelde loonpeil.

“Ten derde. Vakbonden werken goed als centra van verzet tegen de inbreuk van het kapitaal. Zij falen deels als gevolg van een onoordeelkundig gebruik van hun macht. Zij falen in het algemeen door zich te beperken tot een guerrillaoorlog tegen de gevolgen van het bestaande systeem, in plaats van gelijktijdig dit proberen te veranderen, in plaats van hun georganiseerde krachten te gebruiken als hefboom voor de definitieve emancipatie van de arbeidersklasse, dat wil zeggen, de uiteindelijke afschaffing van het loonsysteem.”

Marx’ verslag werd uiteindelijk uitgegeven door Eleanor Marx in 1898, met als titel "Loon, Prijs en Winst", en blijft vandaag de dag een klassieke inleiding tot de marxistische economie.

De wereld

De Inhuldigingsrede nam ook een standpunt in op het gebied van buitenlands beleid en verklaarde dat het de plicht was van de werkende klasse “om zichzelf de mysteries van de internationale politiek meester te maken.” De Internationale kwam daarom internationaal op stoutmoedige wijze uit voor progressieve doelen. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) gaf de Internationale haar steun aan de industriële staten in het Noorden, tegen de opstandige slavenhoudersstaten van het Zuiden. De Britse arbeiders organiseerden zich om de zaak van het Noorden te helpen en verzetten zich tegen de Britse regering, die de slavenhouders steunde, en wisten daardoor Britse bemoeienis in de Burgeroorlog te voorkomen. Terwijl Marx Abraham Lincoln natuurlijk niet als een communist beschouwde, weerhield dit hem en de Internationale er niet van om hun diepe sympathie uit te drukken voor de revolutionaire strijd die hij tegen de slavernij leidde. De Internationale stuurde een boodschap met begroetingen, geschreven door Marx, aan president Lincoln, welke op zijn beurt de morele steun van de Internationale zeer kon waarderen.

Marx en Engels

Marx werkte actief samen met Engels bij zijn werk voor de Algemene Raad, wat men uit hun briefwisseling kan opmaken. Engels was echter niet in staat om direct deel te nemen aan de Raad, totdat hij in 1870 naar Londen verhuisde. Tijdens hun jaren in de Internationale verzamelden zij een schare van arbeidersleiders om zich heen, getalenteerde mensen die toegewijd waren aan de zaak. Marx en Engels waren constant hun internationale kring van samenwerking aan het verbreden, in het bijzonder met de Duitsers, waarvan Wilhelm Liebknecht en August Bebel het meest vermeldenswaardig zijn.

Marx werd continu afgeschilderd als een ‘salonrevolutionair’, die gemakkelijk zijn tijd doorbracht in de leeszaal van het British Museum. Zoals we uit zijn werk in de Internationale kunnen opmaken, was dit zeker niet het geval. Terwijl Marx het essentiële belang van theorie benadrukte, zonder welke er geen revolutionaire beweging kan zijn, beschouwde hij theorie en praktijk als onafscheidelijk. Theorie zonder praktijk is als een mes zonder lemmet. Zijn jarenlange praktijkwerk in de Internationale drukken deze visie duidelijk uit.

Groei

In 1870 bestonden er in meer dan tien landen secties van de Internationale. Organisatorisch waren zij zeer zwak en veel van hen moesten halflegaal en soms geheel ondergronds werken. De invloedssfeer van de Internationale en haar ideeën was echter oneindig veel groter dan de directe grenzen van haar secties; tienduizenden en soms honderdduizenden arbeiders waren bij haar campagnes betrokken. In deze tijd zat de bourgeoisie te schudden van angst voor het spook van het communisme dat de vorm aannam van de Internationale.

Nu de Internationale haar invloed uitbreidde, trok ze de anarchisten aan, welke een negatieve en verstorende rol in haar rangen speelden. Als eerste probeerde Bakoenin, de anarchistische leider, om zijn eigen revolutionaire vereniging in Italië te organiseren. Daarna verhuisde hij naar Zwitserland en werd hij verkozen tot de leiding van de Bond voor Vrede en Vrijheid. In 1868 verliet hij de Bond en richtte hij de Internationale Sociaal-Democratische Alliantie op. Dit orgaan vroeg aan de Algemene Raad toestemming om zich bij de Internationale aan te sluiten als een aparte organisatie, met haar eigen statuten en programma. De Algemene Raad weigerde het verzoek ten stelligste, omdat dit de Internationale zou verlammen, maar ging er echter wel mee akkoord om haar lokale groepen toe te staan, indien de Alliantie zich officieel zou opheffen.

Als onderdeel van een manoeuvre, ging Bakoenin akkoord, maar bleef hij als voorheen opereren, nu door middel van een geheim orgaan met als doel de Internationale te kapen. De Bakoeninisten verklaarden de oorlog aan God en de Staat, maar beperkten hun programma tot de afschaffing van het erfrecht. In plaats van de arbeidersklasse als klasse die de maatschappij zou veranderen, prefereerde Bakoenin de intelligentsia, de studenten en de burgerlijke democraten. De anarchisten wezen de politieke strijd van de arbeidersklasse voor politieke macht, welke zij als opportunisme beschouwden, van de hand. Terwijl de anarchistische Alliantie de eis van ‘gelijkmaking der klassen’ naar voren schoof, riep de Internationale op tot de ‘afschaffing der klassen’.

Basel

De eerste grote botsing met de anarchisten vond plaats op het Basel Congres in september 1869. Hun poging om pseudorevolutionaire grootspraak aan de Internationale op te leggen, zou de Internationale tot een sekte hebben teruggebracht. In zo’n omstandigheid zouden de leden van de Internationale vervreemd worden en zou er onenigheid ontstaan binnen de Europese arbeidersbeweging. De anarchisten beschouwden zulke anarchie als een goede zaak. In iedere fase waren er intriges van de Bakoeninisten om de Internationale en haar leiding te ondergraven, te beginnen bij Marx. Continu belasterden zij Marx als een ‘dictator’ en de Algemene Raad als zijnde ‘autoritair’. Zij beschuldigden Marx er zelfs van een agent van Bismarck te zijn. In werkelijkheid was het Bakoenins kring die allemaal ongure types aantrok, waaronder agents-provocateurs en andere agenten, die maar al te graag waar mogelijk wrijving en onenigheid wilden bevorderen.

De Commune van Parijs

De Commune van Parijs (18 maart tot 29 mei, 1871) ontstond toen de arbeiders van Parijs de politieke macht grepen. Om Marx’ uitdrukking te gebruiken, “zij bestormden de hemel” en richtten het embryo op van de eerste arbeidersstaat uit de geschiedenis. De “oude stoutmoedigheid” kwam terug, zo verklaarde Marx de onvoorwaardelijke steun van de Algemene Raad aan de Communards. Helaas werd de Commune verslagen door de fouten van haar leiders. Niettemin schaarde de Internationale zich achter haar. “Mogen de secties van de Internationale Arbeidersassociatie in ieder land de arbeidersklasse tot actieve beweging oproepen,” schreef Marx in het Tweede Adres van de Algemene Raad. “Vergeten de arbeiders hun plicht, blijven zij passief, dan wordt de huidige vreselijke oorlog slechts de voorloper van nog vreselijker internationale strijd, en zal hij in ieder land leiden tot nieuwe nederlagen van de arbeiders door de heren van de degen, van het grondbezit en van het kapitaal.”

Nu de toon van de Internationale radicaler werd, werden de Britse vakbondsleiders steeds conservatiever. Zij werden angstig door de aanvallen van de Oude Orde op de revolutionaire Commune en haar aanhangers, in het bijzonder de Internationale. Aldus verlieten zij haastig de Internationale. Eind mei werden de laatste Communards in koelen bloede afgeslacht.

“Je weet dat ik tijdens de gehele Parijse revolutie voortdurend als de “grand chef de l’Internationale” door de bladen van Versailles (met medewerking van Stieber) en “par répercussion” door de bladen hier, ben gedenuncieerd,” schreef Marx aan Kugelmann op 18 juni 1871.


“Het veroorzaakt een duivels rumoer en ik heb de eer, op dit ogenblik de man in Londen te zijn, die het meest wordt belasterd en bedreigd. Dat doet iemand waarlijk goed, na een zeer vervelend eentonige, twintigjarige moeras-idylle. Het blad van de regering, de Observer, dreigt met gerechtelijke vervolging. Laten zij het maar wagen. Ik heb maling aan dit canaille.”

De Internationale hielp op alle manieren om de vluchtelingen uit Frankrijk te ondersteunen, door inzameling van geld en andere middelen. Marx trok een uiterst belangrijke les uit de ervaring van de Commune: “de arbeidersklasse kan het bestaande staatsapparaat niet zomaar in bezit nemen en voor haar eigen doeleinden gebruiken.” Het oude staatsapparaat moest stukgeslagen worden en vervangen worden door een nieuwe arbeidersstaat naar het voorbeeld van de Commune.


“De sociaaldemocratische filister heeft onlangs weer een heilzame schrik gekregen bij het woord: dictatuur van het proletariaat,” verklaarde Engels later. “Nu goed, mijnheren, wilt u weten, hoe deze dictatuur er uit ziet? Kijkt dan naar de Parijse Commune. Dat was de dictatuur van het proletariaat.”

De omstandigheden

De nederlaag van de Parijse Commune schiep ongunstige omstandigheden voor de Internationale. De Britse vakbonden trokken zich terug uit de Algemene Raad. De Duitse beweging leed verliezen door de repressie, welke tot de gevangenschap van Bebel en Liebknecht leidde. De Franse arbeidersbeweging was geheel verlamd. Uiteindelijk werden de Franse arbeiders binnen de Internationale vertegenwoordigd door een groot aantal vluchtelingen, welke getroffen werden door een bittere factiestrijd. Deze giftige atmosfeer werd overgebracht naar de Algemene Raad zelf.

In deze tijd, gevoed door de nederlaag, bereikte de strijd met de anarchisten weer nieuwe hoogten. Volgens Jenny Marx, de dochter van Marx: “Gedurende enkele maanden slaagden zij erin om hun intriges naar ieder land over te dragen. Zij gingen met zulke woeste energie te werk, dat de toekomst van de Internationale er voor een tijd slecht uitzag.”

Niettemin gingen Marx en Engels herhaaldelijk de strijd aan. Aangezien een regulier congres onmogelijk was met het oog op de reactie, werd er in Londen in september 1871 een conferentie van de Internationale gehouden, waar de kwestie van de politieke strijd opnieuw werd behandeld. Ondanks de protesten van de Bakoeninisten, werden zij politiek verslagen. De conferentie nam de volgende resolutie aan:

“Voorts overwegende, dat de Internationale tegenover een ongebreidelde reactie staat, die elk streven naar emancipatie van de arbeiders schaamteloos onderdrukt en door ruw geweld tracht het klassenverschil en de daarop gebaseerde politieke heerschappij van de bezittende klassen te vereeuwigen; (...)

“dat deze constituering van de arbeidersklasse als politieke partij onmisbaar is voor de triomf van de sociale revolutie en van haar einddoel — het afschaffen van de klassen;

dat het verenigen van de krachten van de enkelingen, wat de arbeidersklasse tot op zekere hoogte al door haar economische strijd tot stand heeft gebracht, ook moet dienen als hefboom voor haar strijd tegen de politieke macht van haar uitbuiters –

brengt de conferentie, om deze redenen, alle leden van de Internationale in herinnering: dat in de strijdbare staat van de arbeidersklasse, haar economische beweging en haar politieke activiteit onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn.”

Het conflict met Bakoenin

Onmiddellijk na de Conferentie brak er een nog woestere strijd uit. Als door een wesp gestoken, verklaarden de Bakoeninisten openlijk de oorlog aan de Algemene Raad en eisten zij een volledig Congres om de zaak af te handelen.

Tegen de tijd dat dit Congres werd gehouden in Den Haag in september 1872, waren de frontlijnen al getrokken. Marx was aanwezig, maar Bakoenin was afwezig. Na het debat over politieke actie, werd opnieuw het standpunt van de Algemene Raad geratificeerd. De Bakoeninisten werden verpletterd. Marx schreef dat de geschiedenis van de Internationale een “een voortdurende strijd van de Algemene Raad [is] geweest tegen de sekten en de amateuristische pogingen, die zich tegen de werkelijke beweging van de arbeidersklasse in, binnen de Internationale zelf hebben trachten te handhaven.”

Een bijzondere commissie die alle documenten onderzocht met betrekking tot Bakoenins Alliantie, kwam tot de conclusie dat dit genootschap als een geheime organisatie binnen de Internationale had geopereerd, en stelde de uitzetting voor van Bakoenin en Guillaume, welke werd aangenomen.

Op het einde van het Congres werd er op voorstel van Engels besloten om het hoofdkwartier van de Internationale naar New York te verhuizen. Het politieke klimaat in Europa was drastisch veranderd na de nederlaag van de Commune, nu in veel landen lidmaatschap van de Internationale een misdaad was geworden.

De opgang van het kapitalisme had de organisatie enorm onder druk gezet. Het Den Haag Congres bleek het laatste te zijn in de geschiedenis van de Eerste Internationale. Zij bestond nog voor enkele jaren, maar in 1876 werd de Internationale Arbeidersassociatie formeel ontbonden.

Een balans

Het historische werk van de Internationale, samen met haar programma en beginselen, trainde de arbeidersklasse in de geest van het proletarisch internationalisme en diende de consolidatie van de arbeidersbeweging in enkele landen. In Duitsland bereikte dat proces zijn hoogtepunt in 1869, met de oprichting van de eerste politieke partij die de arbeidersklasse op basis van het marxisme zou verenigen. Dit bleek een katalysator te zijn. Niet lang na de dood van Marx, vond er een heropleving plaats in de arbeidersbeweging.

In 1886 werd er gesproken over het organiseren van een nieuwe Internationale. Het werk van Marx en Engels in de Eerste Internationale had zijn vruchten afgeworpen, zoals zij hadden voorzien. In juli 1889 werd de Tweede Internationale opgericht, maar deze keer bestond de nieuwe Internationale uit massapartijen van de arbeidersklasse, welke openlijk de beginselen van het Marxisme omhelsden.

Het zijn dit revolutionaire internationale programma, deze traditie en deze methode van Marx, die vandaag de dag als een rode draad lopen door de International Marxist Tendency.

 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter