international marxist tendency nederland

Op deze pagina vind je ons Nederlandse perspectievendocument. Het werd bediscussieerd en aangenomen door het online Revolutie-congres van 9 en 10 mei 2020. Het document heeft als doel de economische, sociale en politieke trends in Nederland op hoofdlijnen te bepalen, en om perspectieven voor de klassenstrijd voor de komende tijd te ontwikkelen.

  1. De wereldwijde schok van het coronavirus
  2. Het coronavirus, COVID-19, heeft gezorgd voor een wereldwijde crisis. Niet enkel een gezondheidscrisis, maar ook een mondiale economische crisis. Het virus is de directe aanleiding en katalysator voor de economische crisis, maar dat betekent niet dat de economische crisis enkel is veroorzaakt door het coronavirus.
  3. Overal zien we dezelfde reactie van de heersende klasse. Eerst is er ontkenning van de omvang van het probleem, later gevolgd door een reeks panische en soms tegenstrijdige maatregelen. Te allen tijde probeert men de winsten te redden door de productie zo lang mogelijk door te laten gaan. In verschillende landen heeft een aantal wilde stakingen de bazen gedwongen om alsnog de niet-essentiële productie te sluiten of veiligheidsmaatregelen te treffen.
  4. Waar er wel maatregelen worden getroffen, zien we de beperkingen van de twee grootste barrières op het pad van de menselijke ontwikkeling: het privaatbezit van de productiemiddelen en de natiestaat. Het privaatbezit, de overheersing van de 'markt', maakt de rationele planning en allocatie van middelen moeilijker. De farmaceutische giganten, met hun systeem van patenten, blokkeren regelrecht de gezamenlijke ontwikkeling van een vaccin en medicijn.
  5. De natiestaat is eveneens een grote barrière. Iedere staat heeft een andere strategie tegen COVID-19. Van totale lockdown en massaal testen (de meest effectieve strategie) tot gevallen waar er praktisch niets gebeurt en empirisch gereageerd wordt. Staten proberen allemaal voor zichzelf zoveel mogelijk mondkapjes en beademingsmachines binnen te halen, in plaats van deze gecoördineerd in te zetten op de plekken waar deze het meest nodig zijn. In de komende periode zal het protectionisme verder genormaliseerd worden.
  6. De coronacrisis heeft ook geleid tot een nieuwe crisis binnen de EU, nu de tegenstellingen tussen de lidstaten weer versterkt zijn. In de beginfase van de noodtoestand in Italië kreeg Italië meer steun uit China dan vanuit andere EU-landen. Duitsland had zelfs een exportverbod voor mondmaskers en andere medische benodigdheden. China, Rusland en de VS gebruiken deze tegenstelling om hier zelf voordeel uit te halen in een later stadium. De buitengrenzen van het Schengengebied zijn geheel gesloten en de binnengrenzen zijn praktisch ook zo goed als dicht.
  7. De crisis binnen de EU is hoog opgelopen met de hernieuwde kwestie van 'Eurobonds'. De kloof tussen het 'Nieuwe Hanzeverbond' (Nederland, Oostenrijk, Finland, Baltische staten) en de Mediterrane landen (Italië, Portugal, Spanje) is hierdoor vergroot. Mark Rutte en Wopke Hoekstra tergen de Zuid-Europese regeringen door op lompe wijze te stellen dat zij maar harder moeten bezuinigingen, om de schulden terug te dringen, in ruil voor enige steun.
  8. Duitsland zit qua belangen in het noordelijke kamp, maar treedt voorzichtiger op, omdat het de crisis in bedwang wil houden. Frankrijk staat namelijk, anders dan met de Griekse crisis van 2015, aan de kant van de Mediterrane landen.
  9. De noordelijke bourgeoisie wil niet via Eurobonds meebetalen aan de schuldfinanciering van de Zuidelijke landen. Dit heeft zowel een economische component, in de zin dat het de schuldenlast voor de Nederlandse staat verhoogt, als een politieke: de angst voor rechtsreactionaire partijen om op dit thema herrie te schoppen. Daarnaast kan het gebruikt worden als giftige verdeel-en-heerspolitiek om de 'nationale eenheid' te versterken tegenover de 'luie Zuid-Europeanen'. Het probleem hiermee is echter dat een soort van economische stabilisatie nodig is, omdat landen als Nederland en Duitsland een groot deel van hun goederen en diensten exporteren naar Zuid-Europa.
  10. Dit alles bevestigt ons perspectief van de laatste decennia: de Europese Unie kan slechts deels integreren op basis van economische groei en onder een economische crisis komen de tegenstellingen tussen de nationale staten weer naar boven.
  11. We moeten duidelijk zijn: Dit is niet uitsluitend een coronacrisis, maar de beginfase van de grootste crisis van het kapitalisme sinds de jaren 1930, misschien wel de grootste crisis ooit. Alle tegenstellingen van het kapitalisme, veroorzaakt door het privaatbezit van de productiemiddelen en de natiestaat, komen naar de oppervlakte. Het belangrijkste en machtigste kapitalistische land, de VS, heeft nu tussen de 20-30% werkloosheid, met 3 miljoen mensen die in één week een uitkering aanvroegen. China is in crisis, Japan was al in crisis en de Europese landen raken opnieuw in crisis. Door het proces van globalisering van de afgelopen decennia hebben we nu een globale crisis van het kapitalisme.
  12. Dit betekent niet dat er een 'laatste crisis' is waarna het kapitalisme vanzelf instort, of dat er geen gevallen van hoogconjunctuur en groei meer zullen zijn. Het betekent wel dat we een fundamenteel verschillende periode van structurele stagnatie ingaan, waarbij recessies afgewisseld worden met periodes van lage groei.

 

  1. Bestaande tendensen versterkt
  2. We zien dat het coronavirus voornamelijk tegenstellingen heeft vergroot die al aanwezig waren. Bestaande tendensen zijn versterkt. Het virus heeft de wereldeconomie een duwtje gegeven. Als men onder normale omstandigheden een duwtje krijgt, staat men redelijk snel weer op. Als men aan de rand van een klif staat, gebeurt er echter veel meer, zoals nu het geval is.
  3. De mondiale schuldenberg (zowel publiek als privaat) was in de 12 jaar sinds de 2008-crisis enkel gegroeid. Totale schulden waren eind 2019 gelijk aan $253 biljoen, 322% van het wereld-bbp. Dit toont aan dat er fundamenteel niets was opgelost. Nu moeten alle regeringen wereldwijd geld lenen om de coronacrisis te lijf te gaan, wat de situatie enkel verergert.
  4. Het verschil tussen de huidige crisis en die van 2008 is dat alle kapitalistische oplossingen van toen al gebruikt zijn en niet meer algemeen gebruikt kunnen worden. Aanhoudende groei in China was toen een mogelijke uitweg voor investeringen, maar nu is China zelf voor het eerst sinds 50 jaar in crisis.
  5. Hetzelfde is het geval met de rentevoet. De ECB-rente staat al bijna op 0%. Verdere stimuleringen zijn op deze manier niet mogelijk. Deze extreem lage rente heeft overigens, door wereldwijd te zorgen voor zeepbellen in de economie, een destabiliserende werking gehad. Een voorbeeld hiervan is de extreme zeepbel op de Nederlandse huizenmarkt van de laatste jaren.
  6. De crisis vindt plaats in een tijd dat er al groeiend protectionisme was. In de huidige situatie zullen deze protectionistische tendensen nog sterker worden, wat kan zorgen voor een neerwaartse spiraal, die zich ook voortzet wanneer de corona-lockdowns weer opgeheven zijn. In de jaren 1930 was het immers niet de beurskrach van 1929, maar waren het de protectionistische maatregelen van de verschillende regeringen die tot de depressie leidden.
  7. Een 'open economie' als Nederland is gebaat bij een open Europese markt, globalisering en een groei van de wereldhandel. De heersende klasse was al niet blij met deze protectionistische tendensen van de VS en Europa en de problemen rondom de Brexit. Nu wordt ze echter gedwongen om het spelletje van protectionisme mee te spelen.

 

  1. Tijdelijke onderbreking van wereldwijde massaprotesten
  2. De enige ontwikkeling die momenteel is stilgelegd is die van de massaprotesten. 2019 zag een hele reeks aan revolutionaire opstanden in verschillende continenten. Het begrip 'wereldrevolutie' was geen abstract concept meer van een kleine groep marxisten, maar werd een zeer concrete werkelijkheid.
  3. We hebben revolutionaire opstanden en bewegingen gezien in Puerto Rico, Haïti, Ecuador, Chili, Colombia, Hongkong, Algerije, Soedan, Libanon, Irak en Iran. In Europa zagen we de indrukwekkende bewegingen in Frankrijk, eerst de Gele Hesjes, en later de beweging tegen de 'pensioenhervormingen', welke zich uitbreidde tot een algehele beweging tegen Macron.
  4. Hoewel deze bewegingen zich in allerlei verschillende stadia bevonden, van massabetogingen en stakingen tot situaties waarbij revolutionaire comités gevormd werden en staatshoofden moesten aftreden, hadden zij allemaal iets gemeen. Een algehele verwerping van de status quo, de bereidheid van de massa's om te vechten en een gebrek aan een revolutionair leiderschap.
  5. Dit laatste kenmerk, de afwezigheid van de subjectieve factor, een revolutionair-marxistische partij die leiding kan geven aan de revolutie, heeft ervoor gezorgd dat er fundamenteel nog niets veranderd is. Zolang deze afwezig is, zullen de revoluties niet slagen.
  6. Met de komst van de pandemie zijn de bewegingen gaan liggen. Dit betekent echter niet direct het einde van deze ontwikkeling. We bevinden ons aan het begin van een golf van revolutionaire ontwikkelingen en hebben nog tijd (hoewel geen onbeperkte hoeveelheid) om wereldwijd een internationale revolutionair-marxistische organisatie op te bouwen die doorslaggevend kan zijn.
  7. De coronacrisis werkt als een nieuwe factor van radicalisering. De ineffectiviteit van de kapitalistische regeringen en 'de markt', het duidelijke verschil tussen hoe de kapitalisten en de arbeidersklasse behandeld worden, het gedrag van de farmaceutische industrie: het wordt voor steeds meer mensen duidelijk dat het kapitalistische systeem winst boven mensenlevens stelt.
  8. Op tegenstrijdige wijze radicaliseert het coronavirus veel mensen, maar zorgt door de noodzaak aan zelfisolatie er tegelijkertijd voor dat men niet de straat op gaat. Desondanks hebben we een golf gezien van wilde stakingen in verschillende landen, met als zwaartepunt Italië, waar de sluiting van niet-essentiële productie en het doorvoeren van veiligheidsmaatregelen geëist werd.
  9. Omdat de onvrede niet gaat afnemen, kunnen we dus verwachten dat na het einde van de eerste lockdownmaatregelen, er een periode van voortzetting van massaprotesten komt in verschillende landen. Geradicaliseerd door de coronacrisis kan dit de vorm aannemen van een nog grotere revolutionaire golf.

 

  1. De gebrekkige aanpak van kabinet-Rutte III
  2. De aanvankelijke reactie van Mark Rutte's regering op de pandemie was om het gevaar van COVID-19 zoveel mogelijk te bagatelliseren, om zo de economie draaiende te houden en de winsten te laten binnenvloeien. Dit werd gedaan door te wijzen op gebreken in andere landen die we in Nederland niet zouden hebben. Op domme chauvinistische wijze werd er gewezen op de 'nuchtere Nederlandse volksaard', tegenover de 'irrationaliteit' van de Italianen, etc.
  3. Nadat bleek dat er in Nederland toch ook echt problemen met het virus zouden zijn, en de intensive care units overbelast zouden raken, kwam het kabinet vervolgens op de proppen met een zeer controversiële politiek van 'kudde-immuniteit', in navolging van de Britse regering.
  4. Geleidelijk, op empirische wijze, zonder enige visie, heeft het kabinet zich echter steeds meer bewogen in de richting van een volledige lockdown. Stilzwijgend is het afgestapt van de eerdere strategie en hanteert het nu een gedeeltelijke lockdown als strategie.
  5. De belangrijkste maatregel hierbij is de economische bail-out van het bedrijfsleven, waarbij de overheid het grootste deel van de lonen van werknemers tijdens de sluiting doorbetaalt. Dit heeft veel bedrijven aangezet tot sluiting en heeft enige ademruimte gecreëerd met betrekking tot de onvrede onder de werknemers.
  6. Op de korte termijn lijkt de bail-out gunstig te zijn voor de werknemers. Het voorkomt de meeste ontslagen en dalingen van inkomen. Echter, het kabinet betaalt deze met leningen en zal in een later stadium de rekening neerleggen bij de arbeiders en middenklasse in de vorm van nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen.

 

  1. De valse 'nationale eenheid'
  2. Sinds Rutte's controversiële aankondiging van de kudde-immuniteit hebben alle instituties van de heersende klasse zich achter het kabinet geschaard. De media, zowel de meer liberale als de meer conservatieve, verdedigen Rutte als 'staatsman'. Kritische journalisten worden aan de schandpaal genageld als onverantwoorde journalisten die niet 'neutraal' zijn en politiek bedrijven. BN'ers worden ingezet om via de media een gevoel van nationale eenheid te creëren. Het belangrijkste reservewapen is ook al een keer ingezet: koning Willem-Alexander.
  3. De meeste oppositiepartijen schaarden zich direct achter het kabinet, in het bijzonder de 'linkse' partijen. De PvdA leverde Martin van Rijn, een medeplichtige aan de aanvallen op de zorg van kabinet-Rutte II, als nieuwe minister, in een gebaar van 'nationale eenheid'. Ongeacht politieke verschillen was er vanuit links geen enkele kritiek op het algehele kabinetsbeleid en het falen van het systeem. Aanvankelijk kwam het enige tegengeluid tegen de kudde-immuniteit vanuit de PVV en het FvD. Dit toont aan hoe reformistisch links op belangrijke momenten altijd zwicht voor de 'nationale eenheid' met de kapitalistische klasse.
  4. Reformisten en 'linkse intellectuelen' zoals Rutger Bregman zijn blij met de 'nationale eenheid' en de rol van de monarchie. Verdeeldheid stellen zij gelijk met racisme en discriminatie van uiterst rechts, en nationale eenheid met de afwezigheid hiervan. Hierdoor scheppen zij verwarring onder de werkende klasse en duwen zij haar richting steun aan de regeringspartijen.
  5. De vakbondsleidingen doen ook mee aan de klassencollaboratie. Zoals zo vaak het geval is, kiezen zij de weg van de minste weerstand. In dit geval houdt het concreet in dat ze de economische bail-out van de bedrijven ondersteunen, omdat werknemers doorbetaald krijgen. In plaats van te eisen dat het grootkapitaal de rekening betaalt in plaats van dit in de toekomst naar de werkende klasse door te schuiven, worden er illusies in de regering-Rutte verspreidt. Het gevolg van deze opstelling van 'links' en de vakbonden, is dat een klassenstandpunt in het debat ontbreekt. Dit heeft een vertragende werking op de ontwikkeling van klassenbewustzijn.
  6. Op grote schokmomenten zoals tijdens oorlogen - en de huidige crisis heeft belangrijke elementen van een oorlogssituatie - bestaat altijd aanvankelijk een neiging tot 'nationale eenheid' vanuit de bevolkingsmassa's. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, zo is het idee, nu de meerderheid vanuit huis moet werken of studeren. Na Rutte's tv-toespraak van 16 maart steunde 68% van de bevolking hem, wat twee weken later gestegen was naar 75%.
  7. Na verloop van tijd verandert dit echter, wanneer het voor de werkende klasse duidelijk wordt dat zij helemaal niet in hetzelfde schuitje zit als de kapitalisten. We zien hier sinds het begin van de coronacrisis al signalen van. In niet-essentiële sectoren was er onvrede over het feit dat werkplaatsen moesten openblijven, dat winst hier boven veiligheid werd gesteld. De bail-out van het bedrijfsleven heeft echter voor een ademruimte gezorgd, door deze werknemers met betaling naar huis te sturen.
  8. De buurtinitiatieven voor wederzijdse hulp en de betuigingen van steun en respect aan de werkers in de gezondheidszorg, de supermarkten en de bezorgdiensten tonen aan dat het voor veel mensen duidelijker wordt dat de 'gewone mens' belangrijker is in deze crisis dan de 'belangrijke mensen’ van de bedrijfselite en de staat. Dit is het begin van een ontwikkeling van klassenbewustzijn.

 

  1. Een automatisch herstel na de crisis?
  2. Het plan is nu om de economie in stappen te heropenen. Rutte's regering staat onder druk van delen van het kapitaal en vooral van de kleinburgerij, zoals de horeca-eigenaren, om de lockdown op te heffen. De reden is duidelijk: zij willen geld verdienen om winsten te maken en verliezen te beperken. Enerzijds wil de regering deze groepen tegemoet komen met concessies. Ze kan zo een 'beloning' geven aan de bevolking die de lockdown heeft ontstaan en tegelijk de economische val iets laten afnemen. Anderzijds geeft de regering niet volledig toe, omdat ze weet dat zolang er geen vaccin is, er een tweede besmettingsgolf kan komen met wellicht nog grotere belastende gevolgen voor de zorg.
  3. Met een opheffing van de lockdown zal er een licht tijdelijk herstel zijn. Wanneer mensen weer uit de zelfisolatie komen, zal zowel de consumptie als de productie iets omhoog gaan. Een tijdelijke opwaartse beweging zal zijn gekoppeld aan de binnenlandse consumptie. Echter, het algemene perspectief is er een van crisis. Er zullen veel faillissementen zijn, waardoor de werkloosheid zal stijgen en de consumptie zal dalen. Het IMF voorspelt een krimp van de Nederlandse economie van 7,5%. Robert Jan Blom, analist van faillissementszaken, verwacht dat er in 13 maanden zo'n 150.000 bedrijven failliet zullen gaan, waarvan het merendeel zzp'ers en MKB. Het CBS nam in april de scherpste daling ooit van het consumentenvertrouwen waar.
  4. Nederland is als open economie echter zeer afhankelijk van ontwikkelingen in de wereldeconomie. De export stond in 2017 gelijk aan 83% van het BBP. Vooral de ontwikkelingen in Duitsland, de rest van de EU, Groot-Brittannië en de VS zullen belangrijk zijn. Deze zitten echter allemaal nog in een crisissituatie. De EU, de grootste exportmarkt voor het Nederlandse bedrijfsleven (70% in 2018), zal dit jaar alleen maar krimp zien. De eurozone, het belangrijkste deel van deze markt, zal volgens de Europese Commissie naar verwachting een krimp zien van 7,7% van het bbp. Dit zal een flinke dreun geven aan het exportgerichte Nederlandse kapitaal.
  5. Het is belangrijk om in te zien dat de Nederlandse economie niet in een groeiperiode zat die ruw onderbroken werd door de coronapandemie, maar al de hoogtepunt van haar groeifase heen was. Wanneer we naar industriële productie kijken, zien we dat het jaar 2019 al een jaar van stagnatie en daling was. In 8 van de 12 maanden was de industriële productie gelijk of lager dan een jaar eerder. Van medio 2014 tot begin 2018 was er een stijgende trend, sindsdien een licht dalende trend in industriële productie. De enige industriële sector die nog steeg tot de crisis was de productie van machines.
  6. Nederland exporteerde in 2018 €23,8 miljard, maar importeerde €33,8. Het Nederlands kapitalisme is afhankelijk van de import en doorvoer van zaken als wetenschappelijke apparatuur, elektrische apparaten, fabricaten en aardolieproducten. De heersende klasse vreest de gevolgen van de huidige crisis en de verdere versterking van het protectionisme.De protectionistische maatregelen in de Verenigde Staten waren al een probleem voor de Nederlandse economie.
  7. Hoewel het Nederlandse kapitalisme is gebaseerd op uiterst hoge productiviteit in enkele sectoren als de landbouw, de logistiek en enkele zeer geavanceerde high-tech industrieën (met relatief weinig werknemers), is er tegelijk al een bestaande trend van productiviteitsstagnatie in de rest van de economie. Terwijl van 1998 tot 2008 de productiviteit in Nederland met 20,7% toenam, was dit in de periode 2008 tot 2018 nog maar 3,9% doordat er relatief veel minder productieve investeringen in vast kapitaal plaatsvonden.
  8. Dit betekent dat het herstel van de laatste jaren dus voornamelijk heeft plaatsgevonden door de verhoogde uitbuiting van de arbeidersklasse. Het aantal gewerkte uren is in 2008-18 toegenomen met 5,3%, de lonen zijn amper gestegen, er zijn meer arbeiders met flexcontracten en zzp'ers, etc.
  9. Nu is er een situatie waar de Nederlandse staat via schuldfinanciering een groot deel van de werknemers doorbetaalt. Zolang de gedeeltelijke lockdown in gang is, blijft dit in stand en worden zij niet ontslagen. Wanneer echter de lockdown-bailouts beëindigd worden en productie en handel weer in gang worden gezet, kunnen we verwachten dat er ontslagen zullen vallen. Het CPB verwacht dat de werkloosheid in het slechtste scenario kan oplopen tot ruim 9%.
  10. Conclusie: hoewel enig herstel dus onvermijdelijk is, is het duidelijk dat we een situatie krijgen waarin de Nederlandse arbeidersklasse, op dezelfde manier waarop zij in de afgelopen jaren het herstel van de crisis van 2008 mocht betalen, gevraagd wordt om de gevolgen van de coronacrisis te betalen, maar nu in een situatie van verslechterende internationale omstandigheden voor het Nederlandse kapitalisme.

 

  1. Klassenstrijd na de lockdown
  2. Het einde van de lockdown zal het begin markeren van een nieuwe periode in Nederland. De crisis heeft laten zien wie de echte belangrijke krachten zijn die de maatschappij draaiende houden: de werknemers in de 'vitale beroepen'. Daarnaast heeft ze laten zien dat er op belangrijke momenten opeens wel geld beschikbaar is en dat de rol van de staat in de sturing van de economie en samenleving flink kan toenemen op het moment dat dit in het belang van de heersende klasse is.
  3. Wanneer de situatie in de zorg weer enigszins genormaliseerd is, zullen de zorgmedewerkers de rekening presenteren. Na jaren van bezuinigingen kwam er de afgelopen jaren een beweging op gang van mensen in de zorg om betere arbeidsvoorwaarden en investeringen te eisen. De ziekenhuisstaking van eind 2019 was een belangrijk moment in de klassenstrijd in de zorg.
  4. Nadat het kabinet tijdens de jaren van het herstel structureel weigerde om structureel te investeren in de zorg (en de rest van de publieke sector), ten tijde van grote begrotingsoverschotten, is het dezelfde Mark Rutte die nu vindt dat het zorgpersoneel applaus en schouderklopjes verdient. Met de normalisering van de situatie zullen de zorgmedewerkers meer eisen. Vanwege de enorme maatschappelijke steun voor de zorg zullen zij in een positie zijn om concessies af te dwingen van het kabinet.
  5. Ook zal er meer maatschappelijke steun zijn voor hogere lonen voor andere categorieën werknemers, zoals in de bezorging en de supermarkten. De reeds bestaande FNV-campagne Voor 14 kan hier verder op bouwen en kan in potentie groot worden. Dan moet er echter wel worden afgerekend met de tactiek van kleine lokale informatie-acties. Deze campagne gekoppeld worden aan bredere landelijke campagne van de FNV om de werkers flink te compenseren in plaats van hen de crisis te laten betalen.
  6. In het geval van een ontwikkeling van de klassenstrijd moet dit een effect hebben binnen de vakbonden, te beginnen met de FNV. De leiding zal gedwongen worden om af te stappen van haar politiek van klassencollaboratie en een meer strijdbare houding aannemen.
  7. De vakbondsbureaucratie weet dat het nodig is om nieuwe leden te werven via een meer strijdbare koers. Zonder leden verdwijnt de materiële basis voor de bureaucratie. 10 jaar geleden had de federatie nog 1,2 miljoen leden. Nu is het ledental voor het eerst onder de 1 miljoen uitgekomen. Er is een ondervertegenwoordiging van jonge werknemers, met maar 80.000 FNV-leden die onder de 35 jaar zijn. Dit is een probleem op de lange termijn.
  8. Tegelijk is er een groot gebrek aan een strategie en vervalt de bureaucratie keer op keer terug in haar oude gewoonten. Zo liet ze opnieuw haar negatieve rol zien bij de pensioenstakingen. De stakingen van 28 en 29 mei 2019 waren een belangrijk moment in de Nederlandse klassenstrijd. De OV-staking liet zien hoe 'heel het raderwerk staat stil, als uw machtige hand het wil' een even relevante leus is als in 1903. Deze stakingen werden echter gebruikt om werkgevers en regering naar de tafel te brengen, om snel een nadelig conceptakkoord op te stellen zonder de belangrijkste eisen van de FNV. Vervolgens werd dit op bureaucratische wijze snel doorgedrukt in een referendum, met een fatalistische boodschap dat dit de enige mogelijkheid was om nog iets te kunnen bereiken.
  9. De meest geavanceerde lagen wilden doorstrijden, maar hun initiatief werd de kop ingedrukt. De rest van de achterban zag dit akkoord als enige hoop, deels omdat ze geen vertrouwen had in de leiding. Dit leidde tot demoralisatie bij een deel van de voorhoede, maar het is niet het einde. Vergelijkingen met het Akkoord van Wassenaar zijn onzinnig, want we staan niet aan het einde van een lange periode van klassenstrijd, maar juist aan het begin.
  10. Dit konden we zien bij het hoge aantal stakingen in 2017 (32). In 2018 is dit gedaald naar 28. Voor 2019 zijn de cijfers nog niet bekend, maar de trend die we gezien hebben is dat er wel enkele zeer strijdbare stakingen waren. Dit zagen we met de pensioenstakingen, maar ook met de aanhoudende stakingen van leraren (inclusief de staking van leraren op alle onderwijsniveaus), de eerste staking ooit van Jeugdzorgmedewerkers en de eerste landelijke staking van ziekenhuismedewerkers.
  11. Het economisch herstel van de afgelopen jaren gaf meer vertrouwen aan de werkende klasse om te strijden. Nu er een crisis is, zal er onder een groot deel een kortstondige periode van afwachting zijn. De meerderheid verwacht namelijk dat de economische situatie geheel aan het coronavirus gekoppeld is en is bereid om tijdelijk te wachten. Wanneer echter het merendeel van de economie weer relatief normaal op gang komt en de arbeidersklasse gevraagd wordt om de rekening te betalen, kan dat leiden tot de voortzetting van arbeidersstrijd.
  12. Als er vanuit de basis teveel onvrede is met de FNV kan dit ook op andere manieren tot uiting komen. Soms zijn er andere ontwikkelingen zoals nieuwe bonden of actiegroepen die uit onvrede met de officiële bonden ontstaan. Oriëntatie naar de FNV betekent niet dat we geen oog voor deze ontwikkeling moeten hebben. We moeten altijd de meest strijdbare elementen ondersteunen en pleiten voor een verenigd front.
  13. Het opzetten van de Rider's Union is een voorbeeld van hoe dit goed kan. Het was een nieuwe bond, opgezet door fietskoeriers van Deliveroo, die vervolgens in overleg ging met FNV om zich bij de federatie aan te sluiten.
  14. Bij de strijd in het onderwijs is er uit onvrede met traditionele bonden als de AOb overgegaan tot het opzetten van initiatieven als Leraren in Actie (LiA) en PO in Actie. Deze mobiliseren de meer strijdbare voorhoede en hebben een uitstekende rol gespeeld in de acties in het onderwijs van de laatste jaren. De bureaucratie van de AOb heeft immers een tendens om de acties in te dammen in ruil voor eenmalige financiële toezeggingen. Binnen de AOb is er zeker kritiek op deze werkwijze, zoals het aftreden van bestuurslid Verheggen in november 2019 liet zien. De actiegroepen hebben een voorhoede van de leraren, maar hebben zelf geen stakingskas e.d., en kunnen daarom geen vervanging zijn. Daarom moeten we pleiten voor een verenigd front op basis van een strijdbaar programma voor massale investeringen in leraren om de werkdruk te verlagen.
  15. Hoe de precieze ontwikkelingen ook zullen verlopen, het is duidelijk dat in de komende periode, na het einde van de lockdown, de heersende klasse zal inzetten op het doen betalen van de coronacrisis en de verslechterde internationale handelssituatie met aanvallen op de werkende klasse. Deze zal gedwongen worden om terug te vechten en dit zal, als gevolg van veranderd bewustzijn, op een ander niveau zijn dan voor de coronapandemie.

 

  1. Perspectieven voor kabinet-Rutte III
  2. Het kabinet-Rutte III is tot nu toe redelijk goed door zijn regeerperiode heen gekomen. De economische groei gaf ademruimte om enkele kleine concessies te doen, om zo de ergste maatregelen uit de crisisperiode te verlichten. Hoewel de belastinghervorming niet goed uitpakt voor Bijstandsgerechtigden en de minst betaalde laag van de arbeidersklasse ging een redelijk deel van de klasse er hierdoor qua nettoloon iets op vooruit.
  3. De Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van 2020 pakt de grootste excessen van flexwerk, nulurencontracten en payrollconstructies aan. Hier staat tegenover dat bij vaste contracten ontslag ook gemakkelijker wordt gemaakt door het principe van de 'cumulatieve grond'. Deze nieuwe wet kwam niet voort uit een plots medelijden met de uitgebuite flexwerkers. De heersende klasse heeft jarenlang goed geprofiteerd van de lage lonen en onzekerheid. Het probleem is echter dat flexwerk heeft geleid tot een gebrek aan doorscholing en ontwikkeling van arbeiders, wat met de krapte op de arbeidsmarkt van de laatste jaren een kostenpost werd voor de bazen. Met de nieuwe crisis kunnen we verwachten dat de heersende klasse echter weer nieuwe manieren zal vinden om de uitbuiting te verhogen.
  4. Een andere reden dat het kabinet tot nu toe standhoudt is de houding van de zogenaamde 'linkse oppositie' en van de vakbeweging. PvdA en GroenLinks hebben consistent geholpen met het steunen van dit rechtse kabinet. Zo steunden de partijen vorig jaar het Pensioenakkoord, dat in de komende periode in een wet zal worden omgezet, en het Klimaatakkoord. In plaats van aan te tonen waarom dit akkoorden zijn die tegen de belangen van de werkende klasse ingaan en beslist niet 'progressief' zijn, gaven zij deze een progressief uiterlijk. Deze politiek wordt vandaag de dag doorgezet met de politiek van de 'nationale eenheid' tijdens de coronacrisis.
  5. In plaats van premier Rutte aan te vallen voor alle bezuinigingen tijdens zijn tweede kabinet en de weigering om tijdens zijn derde kabinet opnieuw te investeren in zorg en onderwijs, schuiven de linkse partijen en vakbonden deze discussie naar de toekomst. De 'noodzakelijke' bezuinigingen van Rutte II hebben veel schade toegebracht aan zorg en onderwijs. Een negatieve spiraal van hoge werkdruk, burn-outs en hogere werkdruk kan enkel doorbroken worden door massale investeringen in de publieke sector.
  6. Het lerarentekort leidt op sommige plekken nu al tot een vierdaagse lesweek. Bezuinigingen in de zorg hebben geleid tot een tekort aan mensen werkzaam in de Thuiszorg, tot gevaarlijke situaties met GGZ-patiënten die niet genoeg zorg en aandacht meer krijgen, tot wachtlijsten in de Jeugdzorg met gevaarlijke situaties voor kinderen als gevolg. Tevens heeft het geleid tot een te laag aantal ziekenhuisbedden en intensive care units, wat de bestrijding van COVID-19 in gevaar brengt.
  7. Een ander bijeffect is dat sinds de decentralisering van de zorg naar de gemeenten, die gepaard ging met de bezuinigingen vanuit de Rijksoverheid, gemeenten nu op andere taken bezuinigen om enigszins aan de zorgtaken te voldoen. Dit leidt tot het sluiten van bibliotheken, zwembaden en sportcomplexen en tot grote tekorten bij de opvang van daklozen.
  8. Nederland is een van de weinige landen die aan het begin van de crisis een begrotingsoverschot en een relatief lage staatsschuld (49% van het BBP) hadden. Dit betekent dat er in de huidige noodsituatie relatief meer gespendeerd kan worden dan in andere landen, als gevolg van jarenlang bezuinigingsbeleid over de ruggen van de werkende klasse heen. Dit betekent dat er relatief goedkoop geleend kan worden om de bail-out te betalen, met als gevolg dat de staatsschuld weer kan oplopen tot 70-80%. Als 'open economie' kan dit alleen echter op de korte termijn de situatie redden. Daarnaast is het afhankelijk van de kredietwaardigheid van de Nederlandse staatsobligaties. Het verzet tegen de Eurobonds komt voort uit het willen vasthouden aan de mogelijkheid om goedkoop te lenen, maar bedreigt op langere termijn juist weer de stabiliteit van de Europese gemeenschappelijke markt, de belangrijkste afzetmarkt van het Nederlandse kapitalisme.
  9. Gezien de neiging tot 'nationale eenheid' is het aannemelijk dat Rutte III zijn regeerperiode zal uitzitten. Het resultaat van de volgende verkiezingen hangt af van in hoeverre de andere burgerlijke partijen vasthouden aan de 'nationale eenheid', aan in hoeverre er zich een linkssocialistisch geluid ontwikkelt en in hoeverre, in afwezigheid daarvan, de rechts-reactionaire PVV en FvD de onvrede naar zich toe kunnen trekken.

 

  1. De PvdA
  2. De crisis van 2008 was het begin van een wereldwijde crisis van het reformisme. De reformistische partijen, die door decennia van contrahervormingen hun vaste basis zagen verschrompelen, gingen nu een stap verder met het doorvoeren van bezuinigingsbeleid, in coalitie (zoals de PvdA in Nederland) of in meerderheidsregering (zoals de PS in Frankrijk).Dit versterkte de 'crisis van het politieke midden' en de opkomst van 'populisme' ter linker- en rechterzijde.
  3. De PvdA werd bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen hard afgestraft voor haar deelname aan bezuinigingskabinet-Rutte II. De enorme teruggang naar 9 zetels (5,7%) was een historisch keerpunt. We stelden vast dat de partij in een zelfde crisis was gekomen als andere traditionele reformistische organisaties in Europa, die tijdens de crisisjaren bezuinigingen doorvoerden en daardoor hun basis kwijtraakten.
  4. Deze basisanalyse is nog steeds correct. Echter, zelfs een organisatie in algehele neergang kan fases van tijdelijke opleving meemaken. Zo wist de partij bijvoorbeeld de winnaar van de Europese parlementsverkiezingen te worden. In de peilingen staat de partij nu weer rond de 13 tot 15 zetels.
  5. Sommige linkse activisten worden hier boos en gefrustreerd over. "Trapt men nu weer in de praatjes van de PvdA. Mensen leren nooit iets!" Met een rechts kabinet, een GroenLinks dat soms nog meer concessies aan het kabinet doet, de SP in crisis in, en het feit dat de PvdA in het collectieve geheugen staat als 'een partij met bestuurservaring', was een kleine heropleving mogelijk, vooral onder de oudere lagen van de bevolking.
  6. In de recente periode ging dit gepaard met enkele linkse gebaren. De partijleiding had toch weinig te verliezen. Echter, toen de coronacrisis op gang kwam, werden alle bureaucraten van de rechterflank van stal gehaald om mee te helpen aan het implementeren van de 'nationale eenheid'. Dit vervaagt voor de massa het verschil tussen PvdA en de regeringspartijen.

 

  1. GroenLinks
  2. Zoals we eerder hebben vastgesteld, werd GroenLinks bij de laatste verkiezingen de grootste op 'links', door de crisis van de PvdA en SP, en de politisering van een nieuwe laag jongeren. Het was de enige grote partij die in de campagne duidelijk opkwam voor zaken als klimaatmaatregelen en vluchtelingenopvang en zo een meer 'progressief' imago had dan bijvoorbeeld de SP.
  3. Terwijl de partij niet eens in de regering zit, heeft Jesse Klaver al de ene na de andere concessie gedaan. Hij gaat hierin nog verder dan de PvdA. Naast het helpen doorvoeren van het Pensioenakkoord en Klimaatakkoord, verklaarde hij vorig jaar dat hij alle begrotingen van het kabinet op voorhand goedkeurde, 'om niet aan scorebordpolitiek te doen'. Momenteel doet Klaver mee aan het steunen van het kabinet, in naam van de 'nationale eenheid'.
  4. GroenLinks had de wind mee van alle klimaatstakingen en -demonstraties, maar de meest jonge en radicale lagen zijn de partij al ver voorbij. Deze bereidt zich met de afkeer van 'scorebordpolitiek' en de steun voor het kabinet tijdens de coronacrisis, voor op deelname aan een nieuw kabinet. De conservatief-groene coalities in Oostenrijk en waarschijnlijk ook binnenkort in Duitsland, zijn een voorbeeld voor GroenLinks. Zoiets is ook in Nederland mogelijk, hoewel dit dan als onderdeel zou zijn van een nieuwe brede coalitie. Tegelijk probeert de partij in naam van 'linkse samenwerking' met PvdA en soms ook SP, zich als oppositie neer te zetten. Deze tegenstrijdigheid kan niet voortduren en de partij moet een keer kiezen. Het meest aannemelijke perspectief is dat Klaver kiest voor een vorm van regeringsdeelname.

 

  1. De Socialistische Partij
  2. De SP is in een verdere neergang gekomen. De basis hiervan is dat zij een 'vlees noch vis' partij is geworden. Het is niet meer de aantrekkingspool voor radicale jongeren en de bewuste en strijdbare delen van de arbeidersklasse, zoals in de periode 2000-2007.
  3. Toentertijd waren er ook activisten die de SP wilden presenteren als 'de nieuwe arbeiderspartij' die geleidelijk de oude positie van de PvdA zou overnemen. Dit is altijd een overdrijving geweest. De partij was een referentiepunt voor de geavanceerde lagen van de arbeidersklasse en voor jongeren ten tijde van de 'anti-globaliseringsbeweging' en de beweging tegen de Irak-oorlog.
  4. De jarenlange focus op lokaal meeregeren (soms zelfs met rechtse partijen, in 'anti-PvdAcoalities'), het interne bureaucratische regime en de chauvinistische standpunten over de EU, migratie en het staatsapparaat zijn factoren die ertoe hebben geleid dat de partij een vreemd hybride fenomeen is geworden: een sociaaldemocratische partij, met stalinistisch partijapparaat, die gereduceerd is tot een kern activisten met een basis onder de armste en meest hulpbehoevende laag van de arbeidersklasse.
  5. De partij hanteert een ethisch-morele maatschappijkritiek die 'onrecht' aankaart, maar als alternatief niet verder komt dan enkele sociaal-democratische hervormingen. Het komt niet met een klassenprogramma en maatschappijmodel om ook de beter betaalde lagen van de arbeidersklasse aan zich te binden.
  6. De campagne om Lilian Marijnissen naar voren te schuiven, heeft tot niets positiefs geleid. De verkiezingscampagne voor de laatste Europese parlementsverkiezingen, met de platte en apolitieke aanval op Frans Timmermans en de EU-bureaucraten en de aanvallen op Oost-Europese arbeidsmigranten, was niet te onderscheiden van de retoriek van PVV en FvD.
  7. De nederlaag van de SP, die geheel uit het Europarlement verdween, was een grote klap voor de partij. Een echte analyse over de oorzaken bleef uit. Ron Meyer werd de zondebok die moest opstappen.
  8. Intern is er voor het eerst sprake van enkele fractievorming, wat zichtbaar was bij het laatste partijcongres. Dat is een positieve ontwikkeling, aangezien er weinig te verliezen valt en een echt politiek debat de situatie vooruit kan helpen. 'De Groep' zet zich in voor een meer internationalistisch programma wat betreft vluchtelingen en Europese politiek. Echter, hierbuiten is er geen coherent links-socialistisch programma dat de partij vooruit kan brengen.
  9. Als de partij in een verdere crisis en factiestrijd terecht komt, is het de taak van de marxisten om kritieke steun te geven aan de linkse internationalistische elementen. De meer linkse prominenten (zoals Sadet Karabulut) hebben tot nu toe geprobeerd de eenheid aan de top te behouden. Sadet Karabulut heeft recentelijk ook besloten zich niet meer verkiesbaar te stellen voor de volgende verkiezingen. Het is nu nog onduidelijk wat zij doet een capitulatie is of het begin van een meer open strijd voor verandering.
  10. Als er een scheuring plaatsvindt, van een significant deel van de partij dat voor een internationalistisch en socialistisch beleid pleit, kan dit de neergang stoppen en een nieuwe aantrekkingspool vormen voor strijdbare arbeiders en jongeren. Het is dan onze taak om ons hiertoe te oriënteren.

 

  1. Partij voor de Dieren
  2. De Partij voor de Dieren is een tegenstrijdige organisatie. Ze vormde lang een uitlaatklep voor allerlei gedesillusioneerde elementen van SP en GroenLinks die iets radicaals zochten. De partij zet zich meer dan SP en GroenLinks af tegen de heersende productiewijze, maar komt de facto met een alternatief van 'nulgroei'. Daarnaast zit de partij vol met allerlei conservatieve elementen.
  3. Deze tegenstelling uit zich in het debat over of de partij zich meer moet uitspreken over 'mensenzaken' en dus een meer algemeen linksgeoriënteerde partij moet worden, of dat deze zich primair blijft richten op milieu, klimaat en dieren vanuit een radicaal-groen perspectief. Een interne crisis hierover binnen het partijbestuur, waarbij bestuurslid Sebastian Wolswinkel werd geroyeerd, verzandde eind 2019 in een discussie over of de juiste procedures waren gevolgd bij dit royement.
  4. Het is mogelijk dat dit tot een splitsing leidt, met meer radicale elementen die 'mensenonderwerpen' willen aanpakken. Voor nu is deze crisis vooral destructief en leidt het niet tot een verhoogd begrip bij beide zijden. Verder maakt het ook uit wat Ewald Engelen, de facto de partij-ideoloog wat betreft economische zaken, in deze situatie gaat doen.

 

  1. Identiteitspolitiek, Denk en BIJ1
  2. Het gebrek aan een links-socialistisch alternatief dat grote groepen kan mobiliseren, laat een vacuüm achter. Zo ook met betrekking tot het vraagstuk van de strijd tegen alle vormen van discriminatie. De manier waarop dit thema om opportunistische redenen bij de grote linkse partijen uit de campagnes verdween, als vermeende concessie aan de PVV-stemmer, heeft ertoe geleid dat een nieuwe laag jongeren zich hard inzet om zich te mobiliseren tegen racisme, moslimhaat en seksisme.
  3. Dit heeft geleid tot de opkomst van de partijen Denk en BIJ1. Denk is echter een normale centrum-linkse partij geworden, die alleen de media haalt wegens 'controverse'. Voor de rest profileert het zich als verdediger van de belangen van de kleine ondernemers met migratieachtergrond. Onder linkse jongeren heeft de partij afgedaan wegens haar steun aan de politiek van Erdogan en de repressie van de Koerdische beweging. De partij is gestagneerd en gaat door een leiderschapscrisis heen en zal bij de volgende verkiezingen verzwakken of zelfs verdwijnen uit de Tweede Kamer.
  4. BIJ1 is als 'intersectionele' partij een aantrekkingspool geworden voor geradicaliseerde elementen: enkele ex-SP'ers, maar vooral veel nieuw geradicaliseerde jongeren die intersectioneel feminisme als middel zien om tegen alle vormen van discriminatie te vechten.
  5. De partij is vertegenwoordigd in de gemeenteraad van Amsterdam en wil ook landelijk de politiek in, wat bij de laatste verkiezingen mislukte. Ter linkerzijde en onder gediscrimineerde groepen is er veel sympathie voor de partij. Het is echter juist de theorie van intersectionaliteit en het gebrek aan een breder programma voor een sociaaleconomische transformatie dat ervoor zorgt dat de partij een one-issuepartij blijft. Tijdens de coronacrisis heeft de partij in Amsterdam het vacuüm op links goed benut voor agitatie. Dit toont aan dat er potentie zit in de partijactivisten, maar dat dit zich alleen volledig kan ontwikkelen met een klassenprogramma, wat botst met de aannames van de intersectionaliteit.
  6. Als marxisten komen we tussen in de discussie over de strijd tegen discriminatie. We zetten ons af tegen onjuiste analyses vanuit de identiteitspolitiek en intersectionaliteit, maar strijden tegelijk tegen de discriminatie van alle minderheden en eisen dat de arbeidersbeweging dit beter oppakt. Voor veel jongeren is identiteitspolitiek de eerste vorm van politieke radicalisering. We gaan op vriendelijke wijze met hen in discussie, maar zonder enige ideologische concessies te doen. We leggen uit dat het marxistische principe ‘een aanval op één is een aanval op allen’ de basis is voor een verenigde strijd tegen alle vormen van onderdrukking en tegen de grondoorzaak, het kapitalistische systeem.

 

  1. PVV en FvD: opkomst van het fascisme?
  2. Al jaar en dag horen we angstverhalen over de opkomst van het fascisme in Nederland. Iedere keer wanneer een rechts-reactionaire partij verkiezingswinst boekt of er een walgelijke uitspraak uit de mond van een Wilders of Baudet komt, zou het fascisme om de hoek staan.
  3. Wat is de realiteit? In de laatste periode is er een stijging geweest van de populariteit van het Forum voor Democratie. De partij is ook in leden gestegen naar 42.000, wat het de grootste ledenpartij maakt. In de laatste periode kon het onder een achtergesteld deel van de arbeiders en middenklasse op steun rekenen uit onvrede met Rutte en met de cynische wijze waarop het Klimaatakkoord op de schouders van huishoudens is geplaatst.
  4. Het FvD verschilt van de PVV, in de zin dat een avonturistisch deel van de heersende klasse direct betrokken was bij de partij. Gezien de onmogelijkheid om de PVV te temmen of te controleren, wilde dit deel van de heersende klasse een alternatief, een 'beschaafd' reactionair rechtse partij waar ze controle over had. Dit is deels geslaagd, in de zin dat het FvD open staat voor het omzetten van verkiezingswinst in deelname aan provinciebesturen. Tegelijkertijd loopt de meer zakelijke vleugel de partij uit, of wordt ze geroyeerd (zoals Henk Otten). Deze figuren hebben op zichzelf geen toekomst, maar kunnen enkel een rol spelen wanneer de controversiële leiders Baudet en Hiddema de leiding hebben. In dat opzicht is de partij maar half onder controle van de heersende klasse.
  5. Onder de huidige omstandigheden is het mogelijk dat het FvD kan groeien op basis van onvrede met de gebrekkige aanpak van de coronacrisis, omdat de linkse partijen de meeste regeringsmaatregelen steunen. Dit hangt af van het verloop van de crisis (een kwestie van geluk voor Rutte). Een zwaai naar de PVV is dan echter ook mogelijk, gezien het meer 'volkse' karakter van de partij en de onvrede van een deel van de achterban met de openlijk rechtse economische maatregelen van het FvD.
  6. Het FvD is echter, net als de PVV, geen fascistische partij. Individuele fascisten hebben zich ongetwijfeld aangesloten bij de partij en jongerenorganisatie, maar er is geen sprake van een georganiseerde beweging die in staat is om intimiderende aanvallen uit te voeren op de arbeidersbeweging en migranten. Dit is de essentie: fascisme is niet slechts een reactionaire ideologie, maar is een beweging die historisch door de heersende klasse gebruikt is om de arbeidersbeweging stuk te slaan.
  7. De balans van krachten is nu veel meer in het voordeel van de arbeidersklasse, die nog op grote schaal in beweging moet komen. Dat een deel van de achtergestelde lagen van de arbeiders achter FvD en PVV staan, komt omdat deze partijen zich als 'anti-establishment' presenteren, terwijl er gebrek is aan een links-socialistisch klassenalternatief dat als aantrekkingspool voor de arbeidersklasse kan dienen.
  8. Ondanks alle kletspraat dat FvD jongeren vertegenwoordigt, was 31% van de FvD-stemmers bij de Statenverkiezingen 65+ en slechts 22% onder de 35 jaar. Een deel van de jongeren is vatbaar voor de ideeën van het FvD, maar daar tegenover staat dat de antiracismebeweging de laatste jaren flink gegroeid is, met een instroom van jongeren die politiek radicaliseert uit afkeer van het FvD. In plaats van verrechtsing zien we een groeiende polarisatie, ook al uit die zich niet direct in het systeem van de partijpolitiek.

 

  1. Jongeren
  2. Jongeren zijn de meest revolutionaire laag van de samenleving. De laatste jaren vindt er een politisering en radicalisering plaats van een nieuwe laag jongeren. Nog meer dan de generatie van de millennials, vindt dit plaats onder de zogenaamde Generatie Z.
  3. Dit werd het meest duidelijk met de wereldwijde klimaatstakingen, die ook in Nederland leidden tot demonstraties van vele duizenden mensen, vooral jongeren. De laster dat deze scholieren door GroenLinks geïndoctrineerd zouden worden, kon weerlegd worden door het feit dat velen van hen in het bewustzijn dit station al gepasseerd zijn en openstaan voor communistische en marxistische ideeën.
  4. Dit betekent dat scholieren niet enkel radicaliseren vanwege het klimaat, hoewel dit natuurlijk zeer belangrijk is. Er is sprake van een algehele afkeer van 'het systeem' onder deze lagen, wat zich via het klimaatvraagstuk manifesteerde maar zich in de komende periode in andere vormen kan laten zien.
  5. De studentenbeweging is relatief afgenomen in vergelijking met enkele jaren terug. Echter, in de komende periode moeten we rekening houden met nieuwe bezuinigingen op hoger onderwijs. De 'doelmatigheidskortingen' van de laatste jaren vonden zelfs plaats in een periode van groei. Het afschaffen van de basisbeurs heeft tot geen enkele beloofde verbetering van het onderwijs geleid. Dit bereidt nieuwe bewegingen voor in de toekomst.
  6. Voor nu zitten de meeste studenten echter thuis en zullen er dus geen directe acties zijn. Het gevolg van de lockdown is wel dat veel studenten hun bijbaan zijn kwijtgeraakt omdat zij flexibele of nulurencontracten hadden. Sommigen moeten noodgedwongen weer opnieuw bij hun ouders intrekken. Dit heeft ook een radicaliserend effect en brengt hen dichter bij de arbeidersklasse.
  7. De campagne #nietmijnschuld van FNV Young&United en de LSVb heeft de potentie om studenten en werkende jongeren op bepaalde mate te mobiliseren tegen het leenstelsel en kan nog meer bereiken indien het zich inzet voor kwijtschelding van bestaande studieschuld. Hetzelfde is het geval met de campagne Voor 14, die ook veel potentieel heeft voor werkende jongeren. Hier geldt dat deze campagnes gekoppeld moeten worden aan een bredere campagne om jonge werkers te rekruteren voor de vakbond, maar dit kan alleen een bij een vakbond die strijdbaar is en resultaten levert.
  8. De radicaliserende scholieren en studenten van nu zijn de jonge arbeiders van straks. In een economisch lastige situatie, na jaren van politieke radicalisering, is er sprake van een groeiend aantal jonge arbeiders dat open staat voor marxistische ideeën. Om op dit perspectief in te spelen, is het belangrijk om ons van tevoren al zoveel mogelijk te richten op alle jongeren die we kunnen vinden met interesse in onze ideeën en hen te rekruteren.

 

  1. Onze taken
  2. Het is onze taak als marxisten om onszelf tijdens de lockdown zoveel mogelijk voor te bereiden op de volgende periode. Dit betekent het bespreken en discussiëren van de gebeurtenissen in Nederland en andere landen van de wereld, maar ook het verhogen van het niveau van alle kameraden via online-discussies en zelfstudie. Zolang we in lockdown zitten, is onze activiteit grotendeels beperkt tot online-acties. We moeten ons nu echter voorbereiden op de situatie die hierop zal volgen.
  3. Het is duidelijk dat ondanks de relatieve rust in Nederland tot nu, de situatie in de wereld aan het veranderen is en dit gevolgen zal hebben voor Nederland. Het perspectievendocument dient om dit te verduidelijken, zodat we een oriëntatie te hebben voor de kameraden in Nederland.
  4. Echter, we hebben geen glazen bol en het is aan de democratisch verkozen leiding van de organisatie om op plotse en scherpe wendingen te reageren op de juiste manier. In Nederland loopt het bewustzijn van de meerderheid achter: dat is duidelijk. In tijden zoals deze kan het echter snel veranderen.
  5. Cynici die stellen dat in Nederland de zaken nooit veranderen (een soort Nederlands exceptionalisme), zijn niets nieuws. Aan de vooravond van de grote spoorwegstaking van 1903 werd hetzelfde gezegd, net als in de jaren '50 en begin jaren '60. We moeten niet cynisch zijn, maar ons voorbereiden op wat gaat komen, door nu onze ideeën te verspreiden en ons te richten op het rekruteren van studenten, scholieren, werkende jongeren en iedereen die het met onze ideeën en analyse eens is.
  6. Het is onze taak om de marxistische tendens in de Nederlandse arbeidersbeweging op te bouwen, die in de toekomst een rol van betekenis kan spelen in de klassenstrijd en uiteindelijk de Nederlandse socialistische revolutie. Om van tendens uit te groeien tot massaorganisatie en een einde te maken aan de heerschappij van het grootkapitaal in Nederland en daarbuiten.

 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter