international marxist tendency nederland

Dit perspectievendocument werd goedgekeurd door het 2021 congres van Revolutie. Het document heeft als doel de economische, sociale en politieke trends in Nederland op hoofdlijnen te bepalen, en om perspectieven voor de klassenstrijd voor de komende tijd te ontwikkelen.

  1. Een instabiele wereldsituatie

  2. De perspectieven voor Nederland kunnen niet losgezien worden van de situatie in de wereld. Het jaar 2021 ging op een zeer tumultueuze wijze van start, met de bestorming van het Capitool in de VS door aanhangers van de aftredende president. Dat dit plaatsvond, niet in een door het imperialisme onderdrukt land, maar in het bastion van het wereldimperialisme zelf, toont aan hoe verrot de instituties van de grootste kapitalistische ‘democratie’ zijn.
  3. Ook in het ogenschijnlijk rustige Nederland waren er plotse wendingen, met de ‘avondklokrellen’ en het aftreden van het kabinet-Rutte III om de toeslagenaffaire. Op die manier werd het voor iedereen duidelijk dat het gehate ‘coronajaar’ 2020 wellicht over was, maar de instabiele situatie in de wereld geenszins.
  4. Natuurlijk waren er ook lichtpuntjes voor de heersende klasse. De nieuwe Amerikaanse president Joe Biden is voor hen een verademing ten opzichte van zijn onvoorspelbare voorganger Donald Trump. De komst en uitrol van verschillende coronavaccins brengt een perspectief naar voren van (in ieder geval in de geavanceerde kapitalistische landen) een uitweg uit de lockdowns en een heropening van de economie. De kapitalisten hopen op een terugkeer van economische groei, na de economische crisis in 2020.
  5. We moeten echter duidelijk zijn. COVID-19 was niet de oorzaak van de economische crisis, maar was een katalysator die deze heeft versneld en verzwaard. In feite waren de eerste symptomen van de crisis er al aan het einde van 2019. Er was toen een stagnatie van industriële productie, waaronder in de belangrijke Duitse auto-industrie, wat wees op een crisis van overproductie. De eerste ‘trigger’ voor de crisis in 2020 was een conflict over de olieprijs, tussen Rusland en Saudi-Arabië.
  6. Uiteraard heeft de coronapandemie dit allemaal verzwaard. Door de lockdowns werd de productie en consumptie gedwongen verminderd, met vooral gevolgen voor de armste en meest precaire lagen van de wereldbevolking.
  7. Echter, in veel landen (vooral de geavanceerde kapitalistische landen) werden er allerlei maatregelen van staatssteun genomen. In feite zijn dit enorme subsidies aan het bedrijfsleven, waarbij de grote belastingontduikers nog het meest vangen. Op deze manier is een totale ineenstorting van de kapitalistische economie voorkomen door een ‘zachte landing’, hoewel 2020 uiteraard wel een crisisjaar was. Deze redding was een manier om het maatschappelijk evenwicht te behouden, ten koste van toegenomen overheidsschulden en economische instabiliteit in de toekomst.
  8. Het overgrote deel van het steungeld komt terecht bij de grootste bedrijven en rijkste lagen van de bevolking. Ze komen bovenop jaren van kwantitatieve versoepelingen door de centrale banken. Er is wereldwijd sprake van een absurd grote en stijgende ongelijkheid tussen rijk en arm, die versterkt wordt door het overvloeien van de markten met goedkoop geld. Dit leidt tot een enorme stijging van fictief kapitaal, in de vorm van huizenzeepbellen, cryptovaluta, e.d.
  9. Schulden zijn een groot probleem voor het wereldkapitalisme, een tikkende tijdbom. Mondiale overheidsschulden zijn nu 99% van het wereld-bbp. Als we alle schulden in de wereld bij elkaar optellen (van overheden, huishoudens en bedrijven), dan zijn deze eind 2020 gelijk aan 356% van het wereld-bbp. Dit bedrag, $281 biljoen ($281 duizend miljard), is een stijging van 35 procentpunt ten opzichte van 2019. Dit zijn veel hogere percentages dan bij de kredietcrisis van 2008.
  10. De kapitalisten hebben geaccepteerd dat de staat een grotere rol zal spelen in de komende jaren. Het idee van een ‘Great Reset’ (naar het boek van Klaus Schwab), om de pandemie te gebruiken als kans om het wereldkapitalisme te ‘resetten’ en meer evenwicht in het systeem te brengen, werd enthousiast ontvangen bij het laatste World Economic Forum in Davos.
  11. Deze ideeën komen voort uit angst voor revolutie en politieke onrust. Het jaar 2019 zag een wereldwijde golf aan revolutionaire bewegingen, van Ecuador en Chili tot Soedan, Irak en Libanon. In 2020 en ’21 zien we dat de pandemie bijdraagt aan verdere radicalisering en polarisering, met o.a. de protesten rond de moord op George Floyd in de VS en de massaprotesten in Belarus.
  12. Echter, dit betekent niet dat men voor eeuwig door kan gaan op het pad van schuldfinanciering door middel van het bijdrukken van geld. Er zal vroeg of laat een keer een kritiek punt bereikt worden, waarop er schokmaatregelen genomen worden om inflatie tegen te gaan. Wanneer de pandemie min of meer achter de rug is, zal de werkende klasse gevraagd worden om de rekening voor de schulden te betalen, in de vorm van slechtere arbeidsvoorwaarden en nieuwe bezuinigingen op sociale voorzieningen.
  13. Zal er internationaal een nieuwe hoogconjunctuur komen naarmate de pandemie bestreden komt en de lockdownmaatregelen opgeheven worden? Het is duidelijk dat er een tijdelijke heropleving zal komen wanneer de consumptie weer gaat stijgen, omdat er meer geld uitgegeven gaat worden aan horeca, reizen, e.d. De lockdowns hebben de consumptie namelijk extra gedrukt.
  14. Zolang het kapitalisme niet omvergeworpen wordt door de arbeidersklasse, zullen er hoog- en laagconjuncturen blijven bestaan. Echter, dat zegt niets over de specifieke eigenschappen van de hoog- of laagconjuncturen. Zoals eerder vastgesteld, is de algemene situatie er een van crisis van het kapitalisme, met sterke laagconjuncturen en zwakke hoogconjuncturen. De volgende hoogconjunctuur zal veel gelijkenissen hebben met die van de Roaring Twenties 100 jaar geleden, waar fictief kapitaal ook een belangrijke rol speelde en die eindigde met de beurskrach van 1929. Echter, er zijn andere factoren die dit proces eerder de kop kunnen indrukken.
  15. Na de zomer zal een groot deel van de bevolking van de geavanceerde kapitalistische landen een eerste vaccinatie gehad hebben. Echter, de situatie is totaal anders in de zogenaamde ‘Derde Wereld’, die dankzij de misdadige rol van de winstgeoriënteerde farmaceutische bedrijven als laatste aan de beurt komen. Hier zijn dus meer uitbraken en lockdowns te verwachten, met alle gevolgen van dien voor de wereldeconomie.
  16. Een ander structureel probleem is het protectionisme. Met de verkiezing van Joe Biden was er enige hoop dat de klok teruggedraaid kan worden tot voor de tijd van Trump, maar dit is niet geheel het geval. Biden zal enkele van de meest irrationele trumpiaanse maatregelen terugdraaien, maar zijn eigen programma bevat ook protectionistische maatregelen. Het enige verschil is dat deze minder tegen Europa gericht zijn, maar meer op China.
  17. De rol van China in de wereld is fundamenteel veranderd ten opzichte van 2008. Toentertijd wist China het wereldkapitalisme te redden, door een enorme binnenlandse markt te scheppen via een reusachtig keynesiaans stimulusprogramma. Op die manier wilden de Chinese bureaucratie en kapitalisten de afgenomen consumptie in het Westen compenseren. Dit programma was aanvankelijk effectief en leidde tot een economische groeiperiode in onder andere Latijns-Amerika en andere grondstofexporterende landen.
  18. De effectiviteit van deze steun neemt echter steeds meer af, terwijl de totale Chinese schuld inmiddels meer dan 280% van het bbp heeft bereikt. Om binnenlandse onrust en klassenstrijd te vermijden, moet China blijven groeien. Het gevolg is dat China een steeds grotere rol op het wereldtoneel gaat spelen, met o.a. het Belt and Road Initiative. Hierbij komt het in conflict met de traditionele imperialistische wereldmacht, de Verenigde Staten, waardoor de dreiging op een grote handelsoorlog steeds groter wordt.
  19. De internationale situatie blijft dus instabiel, met protectionisme, toenemende schulden en een overschot aan fictief kapitaal. Dat is het internationale toneel waarop het Nederlandse kapitalisme zich bevindt.

  20. Nederlandse economie

  21. De Nederlandse economie is door de enorme staatssteun (€17,6 miljard in het jaar 2020) gered van een totale instorting. De relatief gunstige situatie vóór de pandemie maakte deze steunpakketten mogelijk. De staatsschuld was onder de 50% gedaald en de werkloosheid beneden de 3%. Door de steunpakketten heeft de economie een ‘zachte landing’ gemaakt en na de daling van 8,4% in het derde kwartaal, schoot ze weer omhoog met 7,7% in het vierde kwartaal.
  22. Dit heeft er ook voor gezorgd dat de werkloosheid piekte in augustus 2020 (4,6%), om daarna weer te dalen naar 3,6% begin 2021. Ter vergelijking, op de piek in 2014 was de werkloosheid 7,9%. De staatssteun leidde ertoe dat veel werknemers de facto doorbetaald worden door de staat en niet in de werkloosheidscijfers belandden. Daarnaast is met de aanpassing van de economie naar de pandemie, er een toename geweest van banen in sectoren als logistiek, zorg, maaltijd- en pakketbezorging.
  23. Deze staatssteun is zoals hierboven beschreven een internationaal fenomeen, waarbij wordt getracht het sociaal evenwicht in stand te houden door enorme publieke uitgaven, met verhoging van de openbare schulden als gevolg. De ‘vrijemarkt-ideologie’ is voorlopig vervangen door keynesiaanse ideeën, niet vanwege een veranderd ideologisch inzicht, maar vanwege puur pragmatisme in het stabiliseren van het kapitalistisch systeem.
  24. Echter, deze keynesiaanse politiek kan niets oplossen, hoe graag de reformisten in de arbeidersbeweging dit ook zouden willen. De Nederlandsche Bank en het CPB waarschuwen al dat Nederland de staatssteun zo snel mogelijk moet afbouwen wanneer versoepelingen van coronamaatregelen dit mogelijk maken. Zij vrezen stijgende staatsschulden en een afhankelijkheid van bedrijven van het staatsinfuus.
  25. Een heropening van de economie na de zomer zou aanvankelijk tot verhoogde consumptie leiden. Er zou vooral meer uitgegeven worden aan horeca, evenementen en detailhandel. Dit kan leiden tot een economische hoogconjunctuur op de korte termijn.
  26. Tegelijk zal de afbouw van de steunmaatregelen echter zorgen voor een verlate faillissementsgolf. Het jaar 2020 zag een zeer laag aantal faillissementen (2.703), het laagste cijfer in 20 jaar. Dat betekent dat er dus een groot aantal bedrijven door staatssteun alleen overeind gehouden wordt. Een deel zal weer kunnen meeliften op de toegenomen consumptie, maar een ander deel zal met de faillissementsgolf ten onder gaan.
  27. Met deze faillissementsgolf zal er ook een stijging van de werkloosheid plaatsvinden. Wat hier eveneens aan zal bijdragen, is een golf aan reorganisaties en niet-verlengingen van contracten die we kunnen verwachten wanneer de staatssteun afgebouwd gaat worden.
  28. Na de crisis van 2008 is de Nederlandse economie zeer exportgeoriënteerd geworden. Met export gelijk aan 80% van het bbp en jaarlijkse handelsoverschotten van rond de 10%, wist het Nederlands kapitalisme zich uit de crisis te exporteren, hierbij geholpen door een voor Nederland kunstmatig lage euro, lage lonen en ‘flexibele’ arbeidscontracten.
  29. Nu is deze afhankelijkheid echter een probleem geworden. De internationaal verminderde consumptie en productie betekenden dat Nederland zo ook getroffen worden. Naast corona speelde Brexit een grote rol in de afnemende export. In 2020 was de export naar het Verenigd Koninkrijk met een vijfde gedaald.
  30. Om te compenseren voor de exportafhankelijkheid, zijn nu de meeste burgerlijke partijen voor een verhoging van het minimumloon, zelfs de VVD. Dit zou volgens de keynesiaanse gedachte de binnenlandse consumptie stimuleren. Een verhoging door het nieuwe kabinet is daarom waarschijnlijk. Hoeveel deze is zal mede afhangen van de rol van de vakbondsleiding: hoe strijdbaarder, hoe meer ze zal kunnen afdwingen van het kabinet. Gezien de houding van het afgelopen jaar is het echter waarschijnlijk dat Elzinga en consorten een kleine stijging al als een grote overwinning zullen presenteren.

  31. Huizenzeepbel

  32. De injectie van goedkoop geld (Nederlandse staat, ECB) blijft de vastgoedzeepbel voeden. De verwachte piek van de huizenprijzen is niet bereikt en in 2020 zijn zelfs nieuwe recordstijgingen bereikt. In het eerste kwartaal van 2021 waren de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning en nieuwbouwwoning respectievelijk €385.000 en €433.000. “Dan koop je toch lekker buiten de grote steden” was niet van toepassing, aangezien de grootste stijgingen juist in de provincies plaatsvonden.
  33. De speculatieve zeepbel wordt nog verder opgeblazen. Speciale maatregelen om starters te helpen verhogen de vraag en drijven nog meer de prijzen op. Starters bieden al direct tienduizenden euro’s meer dan de vraagprijs om een huis te kunnen bemachtigen. Huisjesmelkers profiteren van de schaarste en kopen huizen op om ze te verhuren als dure vrije sectorwoningen (buy to let). 
  34. Huren is geen goed alternatief. Vrije sectorwoningen zijn onbetaalbaar voor de normale werker. Er zijn daarnaast hoge tekorten aan sociale woningen, als gevolg van prijsliberalisering en verkoop van sociale woningen. Tussen 2013 en 2018 daalde het aantal sociale huurwoningen in Nederland met 100.000. De ideologische rechtvaardiging was het ‘opknappen van buurten’, door meer middenklassengezinnen in de steden te laten wonen. Echter, deze gentrificatie van stadswijken is zover doorgeschoten dat deze ‘middenklasse’ zelf nu moeite heeft om een betaalbaar huis te kunnen vinden.
  35. Op een gegeven moment zal dit systeem klappen. Dat kan een economische instorting zijn, maar gezien de schaarste kan het ook een politieke ingreep zijn. Het is niet uitgesloten dat het volgende kabinet op een gegeven moment drastische maatregelen neemt, ongeacht de ‘politieke kleur’. Deze situatie ondermijnt namelijk de basis van het Nederlandse 'middenklassenideaal', waarbij het huizenbezit centraal staat, en zorgt voor ontevredenheid bij brede lagen van de algemene bevolking en radicalisering en afkeer tegen ‘het systeem’ bij de jongere generaties.

  36. De pandemie in Nederland

  37. Na een jaar politiek geklungel rond de coronacrisis, is Nederland nu begonnen met vaccineren. Met de verkiezingen in aantocht leek het even dat het vaccinatietraject op orde was, maar door allerlei onvermogen neigt Nederland het toch steeds relatief slecht te doen in vergelijking met andere EU-landen. Er is weinig visie en een zeer reactief beleid.
  38. Het vertrouwen in het coronabeleid sinds de verkiezingen is flink gedaald. Volgens peilingen van EenVandaag had op 24 maart 79% van de bevolking vertrouwen in de corona-aanpak, maar op 14 april was dit nog maar 39%. Enkel 28% heeft vertrouwen in het vaccinatiebeleid.
  39. Er is een grote druk vanuit het MKB om weer de economie te heropenen, terwijl de medische situatie daar nog niet klaar voor is. Ondanks alle ‘waardering’ voor de zorg is er fundamenteel weinig veranderd qua bezettingen van de ziekenhuizen en de IC’s.
  40. In plaats van massaal in te zetten op vaccinaties, wordt het trage vaccinatietempo geaccepteerd, om intussen te experimenteren met allerlei proefevenementen voor de horeca- en evenementenbranche. Door miljoen euro’s te investeren in private testproducenten, in plaats van zorgcapaciteit en vaccinaties, laat het kabinet zien welke klasse zij dient.
  41. Het onduidelijke beleid en de weigeringen om harde maar kortere maatregelen door te voeren, hebben ertoe geleid dat de coronacrisis lang voortduurt en er een bepaalde ‘coronamoeheid’ de kop op steekt, waardoor steeds meer lagen zich minder aan de regels houden en voor snellere versoepelingen zijn. Dit zijn zeker niet allemaal ‘asocialen’ en ‘anti-lockdownactivisten’.
  42. De ‘anti-lockdowndemonstraties’ zelf zijn een fenomeen dat voortkomt uit de onvrede met het coronabeleid en de lange duur van de lockdown. Politiek gezien worden ze gedomineerd door reactionaire complotdenkers als Willem Engel. Er is op deze demonstraties een sterke aanwezigheid van kleine zelfstandigen en lompenproletarische elementen. De beweging lijkt haar piek te hebben bereikt, aangezien steun voor volledige opheffing van alle maatregelen al geruime tijd rond de 15% zweeft. Zolang de coronacrisis voortduurt zal dit fenomeen voortbestaan.
  43. De rellen tegen de avondklok lieten ook zien dat er groeiende onvrede heerst tegen de manier hoe de pandemie wordt aangepakt. Hoewel ze ontstonden als uitvloeisel van een reactionaire anti-lockdowndemonstratie, met hooliganelementen die de aanval inzetten op de politie, verspreidden ze zich naar allerlei verschillende groepen jongeren in het land, van Urk tot Amsterdam Nieuw-West. De avondklok was de druppel die de emmer van frustratie deed overlopen.

  44. ‘Staatsman’ Rutte en de verkiezingen

  45. Sinds het begin van de pandemie hebben bijna alle politieke partijen, media, werkgeversorganisaties en opiniemakers zich achter ‘staatsman’ Mark Rutte geschaard. De zogenaamde ‘linkse’ partijen PvdA en GroenLinks deden hier vrolijk aan mee, net als de leiding van de vakbonden.
  46. Het is precies deze ‘nationale eenheid’ die heeft bijgedragen aan de winst van de VVD bij de laatste verkiezingen. De SP was iets kritischer, maar had geen duidelijk alternatief. De enige grote ‘oppositie’ waren de rechtse demagogen van PVV en FvD en de reactionaire complotdenkers. Dit heeft enerzijds geleid tot een gedeeltelijke groei van de rechtse demagogen, anderzijds juist ervoor gezorgd dat bepaalde lagen vanwege een afkeer van de racisten en complotdenkers terecht zijn gekomen bij de VVD of haar meer ‘progressieve’ steunpilaar D66.
  47. Dat is echter niet het hele verhaal. In tegenstelling tot Rutte I en II, was kabinet-Rutte III een kabinet in een periode van relatieve economische groei en lage werkloosheid, totdat de coronacrisis uitbrak. Aangezien dit geen ‘normale’ economische crisis was en dit gemakkelijk gekoppeld kon worden aan een externe factor – de coronapandemie – werd deze crisis als een bijzondere periode gezien waarbij we ‘met z’n allen even moeten doorbijten’. Als men de gefabriceerde ‘nationale eenheid’ en het gebrek aan een socialistisch klassenalternatief meeneemt, dan is de verkiezingsuitslag verklaarbaar.
  48. De toeslagenaffaire heeft geen groot effect gehad op de verkiezingsuitslag wat betreft de grote partijen. Dit is niet omdat ‘de Nederlandse kiezer’ absoluut hardvochtig is en niemand wat om de slachtoffers geeft, maar omdat het een schandaal is waar buiten Ruttes VVD ook CDA, D66, de PvdA, ChristenUnie en indirect ook GroenLinks en PVV politieke verantwoordelijkheid voor dragen. Het aftreden van Rutte III, vlak voor het einde van de regeerperiode, was electoraal een tactische zet om schuld te bekennen en compensatie en grote overheidshervormingen te beloven.
  49. De waardering en steun voor een rechts maar oprecht en kritisch burgerlijk kamerlid als Pieter Omtzigt, kan worden gezien als bewijs dat men het toeslagenschandaal en controle op de Rutte-regering wel degelijk belangrijk vindt. Na ‘Omtzigt-gate’, het schandaal waarbij Kajsa Ollongren werd gefotografeerd met haar aantekeningen die aangaven dat Omtzigt een ‘functie elders’ moest krijgen, is de walging over de rotte cultuur in Den Haag alleen maar gegroeid en het debat over de kwestie van macht en tegenmacht verder aangewakkerd, hoewel het voorlopig nog binnen de perken van de burgerlijk-liberale tradities blijft. Tijdens de verkiezingen hadden andere tendensen echter de overhand, wat heeft geleid tot dit resultaat.
  50. De toeslagenaffaire heeft de essentie getoond van de Nederlandse kapitalistische staat, die doordrenkt is met afkeer en wantrouwen jegens arme mensen en mensen met migratieachtergrond. Er was geen partij die met een duidelijk alternatief kwam. De SP stond ‘voor een eerlijke overheid’, in feite precies wat Rutte ook beloofde. Zonder duidelijk alternatief kon dit op z’n best leiden tot meer stemmen voor kleine ‘issue’-partijen en een blanco-stem.

  51. Een rechtse winter in Nederland?

  52. In tegenstelling tot wat de leiders van ‘links’ en de arbeidersbeweging denken, was de verkiezingsuitslag geen teken van een lange periode van algemene verrechtsing in de samenleving, dus geen ‘rechtse winter’. Het is waar dat ‘links’ in het parlement nog nooit zo klein is geweest na de Tweede Wereldoorlog. Het is echter precies het gedrag van de leiders van ‘links’ en het gebrek aan een socialistisch alternatief op klassenbasis, dat voor deze uitkomst heeft gezorgd. Sommige ‘progressieven’, zoals Arnon Grunberg, bepleiten zelfs nu steun voor premier Rutte, omdat er anders chaos en heerschappij van de ‘rechts-populisten’ aan de orde zouden zijn.
  53. De burgerlijke partijen hebben over het algemeen campagne gevoerd met een sterke nadruk op ‘nationale eenheid’ en overheidssteunmaatregelen voor alle groepen. VVD, de bezuinigingspartij bij uitstek, pleitte voor een ‘sterke overheid’. De enige uitzondering was het CDA, waar Wopke Hoekstra met een sterke rechtse bezuinigingskoers kwam en werd afgestraft met het tweede slechtste resultaat ooit (15 zetels).
  54. Het zogenaamde ‘einde van het neoliberalisme’ is een uitdrukking van de wereldwijde trend van meer staatsinterventie in de economie om het kapitalistische systeem te redden. Reformisten begrijpen dit niet en denken dat de burgerlijke partijen simpelweg andere ‘ideologische keuzes’ maken. Lilian Marijnissen sprak erover dat “alle andere partijen, zelfs de VVD, steeds meer SP-standpunten overnemen” en zag dat als rechtvaardiging om te pleiten voor toetreding tot een nieuw kabinet.
  55. Dit alles draagt bij aan de politieke verwarring. Daarbovenop komt nog dat de woorden ‘links’ en ‘rechts’ steeds meer synoniem zijn geworden met ‘progressief’ en ‘conservatief’ in de zogenaamde ‘cultuurstrijd’, waardoor klasse buiten beeld blijft. Tien jaar geleden had ‘links’ nog een sterke associatie met PvdA, SP en FNV, met klasse en de arbeidersbeweging. Nu is dat anders, wegens de relatieve eb in de klassenstrijd en de verdere degeneratie van de leiders van de beweging.
  56. Zolang er geen duidelijk klassenalternatief is, zal deze verwarring voortduren. We moeten ons echter geen zand in de ogen laten strooien door de verkiezingsuitslag. We moeten niet de massa’s bekritiseren voor de verrechtsing, maar de leiders van de arbeidersbeweging die dit mogelijk hebben gemaakt. Er is geen rechtse winter en we moeten niet pessimistisch zijn, maar ons voorbereiden op wat gaat komen.

  57. Een hoogtij van reactie en fascisme?

  58. De rechtse demagogen van PVV, FvD en de nieuwe ‘gematigde’ afsplitsing JA21 halen samen 28 zetels (18,18%). Dit is een record, meer dan de 26 zetels (17%) van de LPF in 2002. Dit duidt, ondanks de overwinning van VVD en D66, op een groeiende onvrede die zich op een verwarde en racistische wijze uit.
  59. Tegelijk moet er niet overdreven worden. Het idee dat ‘fascisme’ om de hoek staat en er binnenkort een ‘straatbeweging’ komt zoals de NSB in de jaren ’30, is zwaar overdreven. Er zijn wel extreem-rechtse elementen in de anti-lockdowndemonstraties en bij een vleugel van de boerenbeweging (Farmers Defence Force). Daarnaast zijn er soms intimiderende acties van kleine fascistische groepen (zoals Pegida) en individuen (zoals het beruchte Twitter-account Vizier op Links).
  60. Deze laatste lijken sterk omdat de burgerlijke partijen en media deze groepen en individuen veelvuldig aandacht geven, Vizier op Links als een objectieve bron aanhaalden, etc. De slappe houding van de leiders van de arbeidersbeweging draagt hier ook aan bij. Wanneer de arbeidersbeweging gemobiliseerd wordt om dit soort elementen te stoppen en een klassenalternatief te presenteren voor de arbeiders en middenklasse (waaronder de boeren), dan kunnen deze elementen gemakkelijk geneutraliseerd worden.
  61. In feite is er geen massasteun voor fascistische ideeën. Het Forum voor Democratie raakte precies in crisis wegens de associatie van de partij met antisemitisch gedachtegoed en allerhande reactionaire complotdenkers. Dat FvD zich enigszins heeft weten te herstellen is wegens haar oppositie tegen de avondklok en andere maatregelen.
  62. Dat betekent niet dat er geen verrechtsing van het politieke discours is geweest in de afgelopen periode. Dit is echter een proces dat al sinds de moord op Pim Fortuyn gaande is, van de steeds verdergaande aanname van racistische standpunten tegenover moslims, vluchtelingen, ‘illegalen’, etc. De houding tegenover de vluchtelingen van Kamp Moria is het jongste bewijs hiervan.

  63. Richting een autoritaire staat?

  64. Tevens hebben we na de zomer een versterking gezien van het repressieapparaat. De politie zet steeds vaker waterkanonnen en Aanhoudingseenheden in burger in. Daarnaast voeren burgemeesters (waaronder ‘linkse’ burgemeesters als Femke Halsema) steeds vaker willekeurige inperkingen in van het demonstratierecht, officieel vanwege de pandemie.
  65. De aanleiding hiervoor waren de zogenaamde anti-lockdowndemonstraties, waar een groot aantal deelnemers zich expres niet aan enige coronamaatregel hielden. Echter, dit werd vervolgens uitgebreid naar alle andere demonstraties, met ‘maximale aantallen’ en verplaatsing van demo’s naar plekken buiten stadscentra.
  66. Deze repressieve anti-democratische maatregelen worden genomen om demonstraties te ontmoedigen, maar zijn ook een soort tests om te zien hoe ver de burgerlijke staat kan gaan in kritieke situaties. Met verdere vaccinaties en de heropening van de economie wordt dit alles onhoudbaar om voor nu in stand te houden. Er is absoluut geen perspectief van een ‘politiestaat’, hoewel er wel elementen van de huidige situatie behouden zullen worden en er gepleit wordt voor verdere wetgeving om politieagenten te beschermen. Deze maatregelen zullen waarschijnlijk in de toekomst (net als anti-terreurwetgeving) gebruikt worden tegen linkse activisten en de arbeidersbeweging.

  67. Perspectieven voor het nieuwe kabinet

  68. Al tijdens de formatiegesprekken vond er een crisis plaats die een enorme deuk in het imago van Mark Rutte heeft geslagen. ‘Omtzigt-gate’ was het gevolg van een toevalligheid, een per ongeluk gelekt document. Deze heeft echter de snelle start van een kabinet-Rutte IV verhinderd.
  69. Het was even onzeker of er überhaupt een Rutte IV kwam. Andere opties waren een kabinet met VVD, maar zonder Rutte, of een kabinet zonder VVD met Sigrid Kaag (D66) als premier. Probleem is echter dat de VVD tijdens de campagne vereenzelvigd werd met ‘staatsman’ Rutte en dat een kabinet zonder VVD gebaseerd moet zijn op een groot aantal partijen of eventueel een Kamerminderheid. Deze instabiliteit wenst de heersende klasse niet in deze tijden.
  70. Om die reden is het meest voor de hand liggend dat er toch een kabinet-Rutte IV komt, een brede coalitie, nadat de crisis voorbij is en de excuses zijn gemaakt. De andere partijen zullen uiteindelijk Rutte ‘vergeven’ in het ‘nationaal belang’. Echter, de affaires en leugens hebben een inkijkje gegeven in de verrotte aard van de Nederlandse ‘parlementaire democratie’, iets dat zijn doorwerking zal hebben op de langere termijn en niet opgelost kan worden door een ‘nieuwe bestuursstijl’ of ‘meer tegenmacht voor de Tweede Kamer’
  71. Het nieuwe kabinet zal dus moeilijker van start gaan dan men op de verkiezingsavond dacht. De perspectieven voor het kabinet zullen afhankelijk zijn van het verloop van de pandemie. Als er meer versoepelingen komen en de economie heropend kan worden, zal dat leiden tot een relatief gunstige periode van wittebroodsweken.
  72. We kunnen verwachten dat er niet direct enorme bezuinigingen doorgevoerd gaan worden. Waarschijnlijk zal er een beperkte verhoging van het minimumloon plaatsvinden en zal het vervloekte toeslagenstelsel hervormd worden.
  73. Echter, de situatie is zeer fragiel. Een nieuwe crisis, een situatie met te hoge staatsuitgaven of een minder gunstige internationale situatie kan betekenen dat er nieuwe bezuinigingen uitgevoerd zullen worden. Dit zal leiden tot een antwoord vanuit de arbeidersbeweging.

  74. Klassenstrijd en de vakbonden

  75. Toen de eerste coronamaatregelen genomen werden, gingen de leidingen van FNV en CNV direct om de tafel als ‘sociale partners’ om een verbond te vormen met het kabinet en de werkgevers over staatssteun voor het behoud van banen.
  76. Net als bij de leiders van de ‘linkse’ partijen, was er sprake van grote illusies in de rol van het kabinet. De vakbondsleiders keken niet verder dan baanbehoud op de korte termijn, terwijl het de arbeiders die zij vertegenwoordigen zijn die straks de rekening van de coronacrisis mogen betalen.
  77. Zodanig speelt de landelijke FNV-leiding een slappe rol, waarmee ze het kabinet en de werkgevers versterkt. In feite maakt zij  de belangen van de werkende klasse ondergeschikt aan die van een ‘nationaal akkoord’ met de werkgevers. Zo bepleitte voorzitter Tuur Elzinga samen met werkgeversorganisatie VNO-NCW dat er geen enkele belastingverhoging zou moeten komen, om het economisch herstel niet te schaden. Dat wil zeggen, de overheid moet geen extra belasting op kapitaal of winsten heffen. 
  78. Tuur Elzinga heeft aangegeven dat hij deze koers van ‘polderen’, dat wil zeggen klassencollaboratie, zoveel mogelijk wil voortzetten. De FNV dreigt zo steeds meer een ‘sociale ANWB’ te worden, die voornamelijk opkomt voor leden op individuele basis, in plaats van een vakbond die collectief werkers organiseert om voor hun gezamenlijke belangen op te komen. Het ledental is inmiddels tot onder de symbolische grens van 1 miljoen gedaald.
  79. De FNV-verkiezingen waren een mogelijkheid tot koerswisseling. De kandidaatstelling van Niek Stam (FNV Havens) was een kans voor de strijdbare linkervleugel van de FNV om een strijdbare nieuwe koers in gang te zetten. De bureaucratie wist echter, door middel van een ‘toetsingscommissie’ met oudgedienden en PvdA- en GroenLinkswethouders als Rutger Groot Wassink, om de kandidaatstelling van Stam te torpederen. Dit leidde tot een golf van verontwaardiging binnen de FNV, met een hele reeks leden die hun lidmaatschap opzegden, maar ook initiatieven om de strijdbare koers van Stam in de sectoren uit te voeren.
  80. Uiteindelijk werd het een tweestrijd tussen twee vice-voorzitters, Kitty Jong en Tuur Elzinga, die gewonnen werd door de laatste. Enkel 120.000 FNV-leden hadden hun stem uitgebracht. Dit betekent een voortzetting van de koers van ‘polderen’ en akkoorden sluiten. Elzinga was de architect van het beruchte pensioenakkoord uit 2019, waarin bijna geen enkele eis van de FNV ingewilligd is, en dat nu door het kabinet geschonden is toen minister Koolmees bekend maakte dat er geen algemene regeling komt om mensen na 45 dienstjaren te laten stoppen met werken.
  81. De onvrede binnen de FNV met de gematigde koers moet nu een andere uitweg vinden. Ondanks de strijdbare staat van dienst van Niek Stam, heeft hij een visie die zich vooral richt op strijdbare economische acties in de sectoren, zonder koppeling aan landelijke politieke eisen. Economische acties zijn uiteraard zeer belangrijk, maar de strijd in de sectoren moet gekoppeld worden aan een landelijk politiek programma voor een strijdbare en democratische FNV.
  82. Als de klassenstrijd scherper wordt zal de strijdbaarheid van de leiding ook moeten toenemen. Indien de vakbondsbureaucratie deze weet te blokkeren, is het mogelijk dat dit eerst via strijdbare actiecomités verloopt, zoals in de onderwijssector met Leraren in Actie en PO in Actie. Door hun acties wisten ze de Algemene Onderwijsbond alsnog naar een meer strijdbare koers te brengen.
  83. Het afgelopen jaar zag relatief weinig stakingen, vanwege de bijzondere situatie van economische crisis en pandemie. Echter, er waren wel degelijk stakingen, met creatieve oplossingen om sociale afstand te houden, zoals drive-instakingen. De werkers van Tata Steel staakten voor de eerste keer in 28 jaar, tegen het verlies van duizenden banen. Begin dit jaar waren er onder andere stakingen bij de vuilophalers, en in de Metalektro-sector, bij onder andere DAF en ASML.
  84. Het perspectief van een licht herstel en een einde aan de pandemie brengen een gunstiger vooruitzicht voor de arbeidersstrijd. Echter, op de korte termijn zullen heropeningen van de economie een soort adempauze bieden, want de werkende klasse wil na alle beperkingen ook weer afspreken met vrienden en familie, de horeca bezoeken, uitstapjes maken en hobby’s opnieuw oppakken. Op de langere termijn zal het echter duidelijk worden dat het ‘oude normaal’ ook niet perfect was en dat men actie moet ondernemen om dit te verbeteren, vooral wanneer de werkgevers en het kabinet maatregelen gaan nemen om de rekening door te schuiven naar de arbeidersklasse.

  85. Voor 14
  86. Een bijzonder initiatief van FNV is de Voor14-campagne. Een minimumloon van €14 per uur in 2022 is een stap vooruit en het is ambitieuzer dan de politieke voorstellen van PvdA en SP. De strategie is echter totaal gericht op het lobbyen bij gemeenten en politieke partijen, in plaats van dit te koppelen aan het organiseren van arbeiders in laagbetaalde sectoren.
  87. Door de coronacrisis en de verschuiving naar meer keynesiaanse politiek, kreeg de campagne echter opeens de wind in de zeilen, niet vanwege maar ondanks haar strategie. In 2019 werd een hoger minimumloon door allerlei burgerlijke economen als een wensdroom afgeschilderd, maar in 2020 waren er meerdere burgerlijke economen die zich voorstander verklaarden en wilde zelfs de VVD een hoger minimumloon.
  88. Het is waarschijnlijk dat er een verhoging van het minimumloon wordt doorgevoerd door het volgende kabinet. De FNV onder Elzinga zal waarschijnlijk akkoord gaan met een compromis waar de €14 een paar jaar vooruit geschoven zal worden, waardoor het tegen die tijd niet meer gelijk staat aan de zestig procent van het gemiddelde loon dat het nu vertegenwoordigt.
  89. De vraag is wat er dan met de beweging Voor 14 gebeurt. Enkele jaren terug werd FNV Young&United op bureaucratische wijze praktisch opgeheven, toen de FNV een deal over het minimumjeugdloon bereikt met toenmalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher. Bij Voor 14 is de situatie iets anders. Het lokale organisatiewerk is uitbesteed aan allerlei ‘linkse’ activisten en actiegroepen, die zich hard hebben ingespannen voor de campagne. Er zal door de FNV getracht worden de campagne van bovenaf op te heffen, hoewel sommige lokale groepen dit mogelijk zullen weigeren.

  90. PvdA en GroenLinks
  91. De verkiezingsuitslagen tonen het gevolg van de opportunistische politiek van PvdA en GroenLinks in de laatste jaren. Hun ‘constructieve’ houding en steun aan Rutte bij het klimaatakkoord, pensioenakkoord en de coronapolitiek, heeft ertoe geleid dat ze een ‘links’ aanhangsel van het kabinet-Rutte zijn geworden. Aangezien er toch praktisch geen verschillen waren met het ‘progressief-liberale’ D66, zijn veel van hun kiezers naar deze bestuurderspartij overgelopen.
  92. Bij GroenLinks is het ‘Klaver-effect’ voorbij. Jesse Klaver probeerde zich enerzijds op te stellen als ‘strijdbaar linkse oppositieleider’, maar anderzijds hekelde hij de ‘scorebordpolitiek’ (d.w.z. politiek op basis van principes) en wilde hij zich als groene bijwagen van het kabinet opstellen.
  93. De steun voor GroenLinks is afgenomen in plaatsen als Amsterdam, waar de partij een ‘groen’ beleid voert dat vooral de rijken ten goede komt. Zo worden parkeertarieven omhoog gegooid, terwijl mensen met een elektrische auto gratis een laadpaal kunnen aanvragen.
  94. De PvdA heeft zich niet weten te herstellen van de nederlaag van 2017. Opnieuw komt de meerderheid van de steun van kiezers boven de 50 jaar, wat erop duidt dat de partij weinig toekomst heeft.
  95. Een potentiële fusie tussen de twee partijen is op termijn mogelijk. Deze zou het meest ten goede komen van de meest bureaucratische en liberale elementen in de partijen. Het zou niets nieuws opleveren voor strijdbare arbeiders en jongeren in Nederland.

  96. Socialistische Partij
  97. De SP is al jaren in neergang. Qua Tweede Kamerzetels is de partij weer terug op het niveau van 2002. Ze is geheel verdwenen uit het Europarlement. Het ledental is van meer dan 50.000 in 2007/08, gedaald tot net beneden de 32.000 aan het begin van 2021.
  98. Pogingen om de partij te veranderen zijn keer op keer gefrustreerd. Halverwege 2020 verscherpten de tegenstellingen binnen de partij zich sterk. Bij de ledenvergadering van juni 2020 werd een motie aangenomen waarin het ROOD-bestuur werd opgeroepen om zich uit te spreken tegen regeringsdeelname van de SP in de aankomende verkiezingen: een breuk met idee dat ROOD geen standpunten mocht innemen die afwijken van de standpunten van de SP. In november 2020 volgde een motie waarin de wens werd uitgesproken dat ROOD afwijkende standpunten van de SP mocht innemen.
  99. Aan het eind van het jaar barstte er een crisis uit, toen het royement van een aantal kritisch-linkse leden om ‘dubbellidmaatschap’ van Communistisch Platform en/of Marxistisch Forum (die ten onrechte werden bestempeld als partijen, wat de bureaucratie, door het verbod op lidmaatschap van een andere partij naast de SP, een smoesje gaf om kritische leden te lozen) tot een storm van protest leidde. Dit soort maatregelen worden genomen omdat de partijbureaucratie geen interesse heeft in serieuze discussie of een open ideeënstrijd.
  100. Het was niet de eerste keer dat dit soort maatregelen werden genomen. Echter, eerdere disciplinaire maatregelen om ‘dubbellidmaatschap’ van andere linkse groepen in de periode 2005-10 leidden niet tot zo’n grote crisis. De reden hiervoor is dat de partij in die periode nog in de lift zat en het bestuur meer autoriteit had. Nu bevindt de partij zich echter in een neerwaartse spiraal van verkiezingsnederlagen en dalende ledentallen.
  101. De royementen waren echter maar de eerste stap, want later besloot het partijbestuur, na de verkiezing in het bestuur van door de SP geroyeerde leden, tot de uiterst drastische maatregel om de volledige ondersteuning aan ROOD op te schorten.
  102. Deze opschorting leidde tot een golf van verontwaardiging en protest binnen de partij, met de oprichting van het initiatief ‘SP voor ROOD’ en een meer openlijke kristallisering van een linkervleugel binnen de partij. Op het congres van 12 december werden er moties ingediend voor het recht op factievorming en tegen de breuk met ROOD, die meer dan een derde haalden.
  103. De SP-leiding heeft deze crisis geprobeerd over de verkiezingen heen te tillen, met een commissie die uiterlijk 1 mei verslag zou doen van de verhoudingen tussen ROOD en de moederpartij. ROOD lijkt vastberaden om meer democratische vrijheid en onafhankelijkheid te veroveren. Wij moeten (zonder onze eigen invloed te overschatten) ons voegen bij de linkerzijde en de democratisch gezinde leden en hen ondersteunen.
  104. Het rapport van de commissie had op 1 mei moeten verschijnen, maar dit is niet gebeurd. Het is echter ondertussen bekend geworden dat de commissie tot de conclusie is gekomen dat een ‘nette scheiding’ de beste ‘oplossing’ is voor het huidige conflict. Dit creëert een geheel nieuwe situatie. Om lid te worden van ROOD moet men lid zijn van de SP. Zoals hierboven vermeld speelde de kwestie van ‘dubbellidmaatschap’ (niet toegestaan in de SP) een belangrijke rol in het conflict. Een meer onafhankelijk ROOD zou door de partijbureaucratie kunnen worden aangemerkt als partij. Om consequent te zijn, moet de bureaucratie hier iets mee. Alle ROOD-leden royeren voor ‘dubbellidmaatschap’ en de jongerenorganisatie vervangen zou echter de crisis verergeren, nog meer mensen demoraliseren en de partij doen verlaten en anderen doen volharden in hun strijdbaarheid. Niets doen is funest voor de geloofwaardigheid van het partijapparaat.  
  105. Indien de breuk met ROOD definitief wordt, dan kan de jongerenpartij aanvankelijk groeien, omdat ze een aantrekkingspunt kan worden voor links-radicale jongeren die niets met de SP-leiding te maken willen hebben. Wij zullen hier niet op aansturen, maar wel de strijdvaardigheid van ROOD bevorderen,ervoor pleiten dat men moet vasthouden aan de eis voor meer bewegingsvrijheid en de linkerzijde ondersteunen.
  106. Tegelijk zal het belangrijk zijn voor ROOD om zich op de SP-basis te blijven oriënteren, vooral de linkervleugel. Een definitieve uitzetting kan een scheuring binnen de SP namelijk bespoedigen.
  107. Dit is echter afhankelijk van organisatie en leiding. Het ‘Marxistisch Forum’ organiseert de coördinatie tussen de meest linkse tendensen en individuen, wat een stap vooruit is. Echter, de bredere linkervleugel blijft ongeorganiseerd en er is vooralsnog geen factie van oppositionele prominenten die de leiding van deze strijd oppakt.
  108. De crisis rond ROOD is een belangrijk keerpunt. Het is de eerste keer dat de jongerenorganisatie politiek onafhankelijk van de bureaucratie is geraakt. In het verleden was ze juist de meest gecontroleerde vleugel van de partij. Dit is een weerspiegeling van de algemene radicalisering van jongeren in de samenleving.
  109. Conflicten tussen jongeren en moederpartij zelf zijn niet onbekend in de Nederlandse arbeidersbeweging. De jongerenorganisatie van de SDAP, De Zaaier, brak in 1909 met de SDAP en trad in 1920 toe tot de Communistische Partij Holland. In 1959 werd de PvdA-jongerenorganisatie Nieuwe Koers ontbonden nadat deze zich uitsprak tegen regeringsdeelname met de Katholieke Volkspartij. Uit de restanten van deze organisatie ontstond een jaar later de niet-partijgebonden Socialistiese Jeugd.
  110. De SP is ‘vlees-noch-vis’ geworden. Ze richt zich op de armste en meest hulpbehoevende lagen van de werkende klasse. Daarbij doet ze concessies aan chauvinistische ideeën. Hierdoor verbindt ze niet met de PVV-stemmende arbeider, noch met de links-radicaliserende jongere. De partij heeft een reeks verkiezingsnederlagen achter de rug en weet niet te profiteren van de onvrede. Haar electorale basis bevindt zich steeds meer in de provincie, buiten de grote steden.
  111. De crisis SP-ROOD heeft al geleid tot een grote uitstroom. Een groot deel van de voorhoede is moegestreden en vertrekt naar de PvdD, BIJ1 of wordt partijloos. Indien de verdere leegloop en neergang niet stopt, zal de partij gereduceerd worden tot een impotente links-reformistische sekte.
  112. Een belangrijke factor is in hoeverre de linker- of consequent democratische richting zich kan organiseren. Een grote linkse minderheid met een klassenperspectief en socialistisch programma kan de kern vormen van een echte socialistische partij van de werkende klasse, waar objectief een grote noodzaak aan is. Deze kan via overname van de SP of via een scheuring (waarschijnlijk vanuit de bureaucratie ingezet) tot stand komen.
  113. Als dit niet lukt en de bureaucratie de partij ten gronde richt, dan zal dit betekenen dat er ruimte zal zijn voor een nieuwe partij van de werkende klasse. Dit is echter nu nog een abstract scenario. Als eerste moet de strijd binnen de SP tot een hoogtepunt gevoerd worden. 

  114. PvdD en BIJ1

  115. Vanwege de problemen met de SP, vindt een deel van de radicalisering plaats via de Partij voor de Dieren en nu ook vooral de partij Bij1. Dit zijn geen massapartijen, maar ze zijn met hun meer uitgesproken systeemkritiek een aantrekkingspunt voor allerlei elementen die zich willen inzetten voor een radicaal andere wereld.
  116. Partij voor de Dieren is daarbij vooral een alternatief voor het liberale GroenLinks. De partij trekt allerlei activisten aan die daadwerkelijke systeemverandering willen, inclusief ex-SP’ers. Het probleem is echter dat deze partij een ideologie van minder consumptie en ‘nulgroei’ aanhangt, wat in het kapitalisme overeenkomt met crisis en recessie. De partij is gegroeid, maar kan nooit een massapartij van de werkende klasse worden,
  117. Nu wordt het radicaliseringsproces ook deels opgevangen door BIJ1. In vergelijking met de vorige Tweede Kamerverkiezingen stonden er nu veel meer socialistische standpunten in het programma: verkorting werkweek, nationalisaties, een soort werknemerscontrole. Dit is het effect van ex-SP'ers en allerlei radicaal-linkse elementen die nu hier een politiek thuis gevonden hebben.
  118. De partij slaagde erin één zetel behalen, waardoor er nu in theorie de mogelijkheid is om deze standpunten te vertolken in de Kamer. Dit hangt echter af van de rol die Sylvana Simons gaat spelen. Als ze zich hoofdzakelijk blijft richten op de strijd tegen discriminatie (welke uiteraard zeer belangrijk is), zal de partij een one-issuepartij blijven.
  119. Ondanks de goede radicale standpunten is BIJ1 nogal een eclectisch geheel, een samenraapsel van allerlei linkse elementen, met een sterke nadruk op identiteitsgerelateerde zaken. Het kan een deel van de voorhoede van arbeiders en jongeren naar zich toetrekken, maar kan geen massapartij van de werkende klasse worden in de huidige vorm. Op z’n best kan het een rol vervullen die de Pacifistisch-Socialistische Partij speelde in het verleden.

  120. Jongeren
  121. Jongeren worden het hardst geraakt door de coronacrisis en de algemene crisis van het kapitalisme. Zij zijn bovengemiddeld vaak in dienst met een flexcontract, veelal in sectoren (zoals horeca en detailhandel) waar de meeste klappen vielen. Dit leidde tot inkomstenverlies, terwijl de studiekosten, huur en andere kosten voor levensonderhoud wel constant bleven. Dit heeft geleid tot studenten die extra moesten bijlenen of terug bij hun ouders introkken.
  122. Het is echter niet puur economisch, maar ook mentaal dat jongeren zwaar getroffen worden. Het gebrek aan sociale contacten bij school en studie, het gebrek aan sociale activiteiten, dit heeft geleid tot een grote ‘coronavermoeidheid’. Hoewel uiteraard alle leeftijdsgroepen geraakt worden, zijn psychische klachten het meest toegenomen onder jongeren.
  123. Hier bovenop komt nog dat jongeren door de media constant afgeschilderd worden als de boosdoeners die ‘lak hebben aan de coronamaatregelen omdat ze zo nodig moeten feesten’. 
  124. Dit alles draagt bij aan de verdere radicalisering van jongeren, de late ‘millennials’ en vooral ‘Generatie Z’. Deze generaties hebben al veel minder perspectief dan hun ouders. Ze hebben twee grote crises en een pandemie meegemaakt. Ze groeien op met een perspectief van flexcontracten, studieschuld, geen eigen huis, en verdergaande klimaatverandering.
  125. Internationaal zien we een radicalisering onder jongeren. Ook in Nederland is dit het geval. In vergelijking met 10 jaar geleden zijn jongeren veel meer open voor radicale ideeën als marxisme.
  126. In de afgelopen jaren zagen we de grote demonstraties rond het klimaat. Vorige zomer was er de grote solidariteitsbeweging met Black Lives Matter in de VS. Over het hele land vonden demonstraties plaats met honderden en duizenden mensen, niet alleen in de grote steden maar ook in middelgrote en kleine provincieplaatsen.
  127. Dit proces van radicalisering zal zich verder voortzetten in de komende periode. We moeten hierop inspelen en deze jongeren een revolutionair-marxistisch perspectief bieden, in plaats van het cynisch-pessimisme van zogenaamd ‘links’.

  128. Onze taak

  129. Onze taak als marxisten is om deze perspectieven uit te leggen aan eenieder die de wereld wil veranderen en interesse heeft in onze ideeën. Er is geen perspectief van nieuwe stabiliteit na corona. Na een post-coronaherstel zullen er nieuwe economische crises komen. De radicalisering zal zich voortzetten en op een gegeven moment zal de klassenstrijd opnieuw oplaaien.
  130. De leiders van de arbeidersbeweging en ‘links’ zijn uiterst pessimistisch. Wij zijn daarentegen optimistisch. Het is onze taak om het pessimistische gif te bestrijden en zo snel mogelijk de marxistische tendens in de arbeidersbeweging verder op te bouwen, om ons voor te bereiden op de gebeurtenissen die zullen komen.
  131. Het pessimisme dat in Nederland de zaken nooit zouden veranderen (een soort Nederlands exceptionalisme), is niets nieuws. Meer dan honderd jaar geleden, aan de vooravond van de grote spoorwegstaking van 1903, werd hetzelfde gezegd. In de jaren '50 en begin jaren '60 heerste het idee dat Nederland een conservatieve volksaard had en er hier weinig zou veranderen. We moeten dus niet cynisch zijn en de massa’s de schuld geven van de huidige situatie, maar ons voorbereiden op wat gaat komen, door nu onze ideeën te verspreiden en ons te richten op het rekruteren van studenten, scholieren, werkende mensen, iedereen die het met onze ideeën en analyse eens is.
  132. Het is onze taak om de marxistische tendens in de Nederlandse arbeidersbeweging op te bouwen. Het begin is er. Nu bouwen we verder aan een werkelijk landelijke organisatie, die tussenkomt in de arbeidersbeweging en andere sociale bewegingen. Zo bouwen we die tendens die in de toekomst een rol van betekenis kan spelen in de klassenstrijd en uiteindelijk de socialistische revolutie in Nederland. 

 

 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter