international marxist tendency nederland

Het basisinkomen is weer in de mode. De aanhoudende werkloosheid en de toenemende automatisering leiden ertoe dat dit oude idee weer onder het stof vandaan is gehaald. Ook ter linkerzijde hoort men stemmen die pleiten voor een basisinkomen als oplossing voor vele problemen. Een kritische marxistische analyse van Erik Demeester.

Het basisinkomen is weer in de mode. Niet alleen in rechts-libertaire kringen maar ook bij links-radicale groepen of in sommige vakbondsmiddens. De linkse en rechtse voorstanders van een basisinkomen zijn het erover eens dat het inkomen onvoorwaardelijk moet zijn en aan iedereen moet worden uitbetaald door de overheid. Iedereen hetzelfde, of je nu arm of rijk bent, eigenaar of niet, werkt of niet, gehandicapt of ziek bent, oud of jong; het speelt geen rol. Het basisinkomen zou een antwoord zijn op het gebrek aan beschikbaar werk en een uitweg uit de loonslavernij, weg uit de vervreemding en een springplank naar ‘autonome’ en ‘creatieve’ arbeid. 

Wat de hoogte van het bedrag betreft circuleren zeer verschillende cijfers. Maar bijna alle voorstellen bevinden zich onder het bestaande leefloon, onder de werkloosheidsuitkering of onder het minimumloon.  De bedragen schommelen tussen 200 euro per maand (voor de rechtse versie) en 1000 euro per maand (voor de meest linkse variant).

De voorstanders van het basisinkomen beweren dat de aanhoudende massale werkloosheid een fundamenteel nieuw gegeven is van de kapitalistische economie. Een bijna natuurlijk verschijnsel van een moderne economie als het ware. Volledige tewerkstelling kan niet meer, redeneert men. In dat opzicht aanvaardt en berust de filosofie achter het basisinkomen in de huidige toestand van massale werkloosheid. Arbeid zou ook haar centrale plaats verloren hebben. In werkelijkheid zorgt het kapitalisme echter voor een paradoxale situatie waarbij een groep mensen werk heeft en een andere niet. Zij die een baan hebben werken intensiever, langer en in slechtere werkomstandigheden dan vroeger. Outsourcing verscherpt dit fenomeen nog. Een ander deel van de samenleving is veroordeeld tot werkloosheid, tot verplichte inactiviteit. De groep die werk heeft moet vandaag een derde meer werken voor een gelijkwaardig inkomen dan 10 jaar geleden (1).

Arbeidsduurvermindering

In werkelijkheid zien we dat tegelijkertijd de effectieve arbeidstijd, onvrijwillige deeltijdse arbeid en de werkloosheid toenemen. De centrale plaats die arbeid inneemt in ons leven, vermindert echter geenszins. De strijd aangaan voor een algemene en drastische collectieve arbeidsduurvermindering zou de logische reactie vanuit de arbeidersbeweging moeten zijn. De nodige technologie is voorhanden. Een burgerlijk econoom zoals John Maynard Keynes dacht in de jaren '30 dat op basis van de technologische vooruitgang, een werkweek van 16 uur vandaag een feit zou zijn. Het kapitalisme maakt dat vandaag echter onmogelijk. Of je nu wilt of niet, loonarbeid blijft - met alle kritieken die we er op hebben - een belangrijke bron van socialisering, maatschappelijke binding en individuele erkenning. De voorstanders van het basisinkomen hebben de neiging arbeid te beschouwen als iets individueels terwijl de arbeidersbeweging, vooral in momenten van strijd, er een collectief eigendom heeft van gemaakt.

Met een basisinkomen zou iedereen kunnen kiezen of hij/zij werkt of niet, zeggen de voorstanders, maar alle voorstellen van wat een basisinkomen dan zou moeten bedragen zijn ontoereikend. Een belangrijk gedeelte van de bevolking zal met zo'n laag inkomen verplicht zijn om werk te zoeken en voor een baas te werken voor een loon. Het risico is groot - zo goed als zeker - dat het loon lager zal zijn dan wat er vroeger werd uitbetaald binnen het kader van een cao. Op die manier komt het minimumloon dus onder druk te staan. De kans is dan ook groot dat het minimumloon in zulke omstandigheden wordt afgeschaft omdat het niet meer als ‘nuttig’ wordt beschouwd. De Franse socioloog Robert Castel heeft het over een situatie "waarbij bedrijven zullen kunnen putten uit een voorraad aan potentiële werknemers met een slecht inkomen die een nieuw reserveleger (van werklozen n.v.d.r.) gaan vormen." In de praktijk zou de invoering van een basisinkomen de versnippering van de arbeidersklasse nog doen toenemen. Collectief bewustzijn en actie wordt niet gestimuleerd door het basisinkomen. Nochtans is het net dat waarmee mensen onderaan de sociale ladder zich kunnen emanciperen en meer macht verwerven over hun eigen lot. Het basisinkomen zou uiteindelijk een stimulans worden om ‘bullshit’ jobs te aanvaarden.

Loonarbeid zou met de invoering van het basisinkomen minstens even belangrijk blijven.  De economie van de loonarbeid, dat wil zeggen het kapitalisme, wordt er niet door ondergraven. Integendeel eigenlijk.

De ongelijkheid, die nooit zo schrijnend is geweest als in het 21de-eeuwse kapitalisme, blijft door het basisinkomen onaangeroerd. De piramide van de inkomens blijft erdoor verhoudingsgewijs onveranderd. Het is zelfs waarschijnlijk dat een basisinkomen meer berusting en aanvaarding van de huidige extreme inkomensongelijkheid teweeg zou brengen. De fameuze 1 procent blijft buiten schot met het basisinkomen, de macht blijft geconcentreerd in hun handen; de macht over de politiek, de economie, het sociale leven,  de natuur, vrije tijd en kunst. De 99 procent blijft wat ze is: onderworpen en uitgebuit. De eigendomsverhoudingen die aan de basis liggen van ongelijkheid, blijven onaangetast. Fundamenteel blijft de economie gebaseerd op het kapitalisme en zullen we nog steeds opgejaagd worden, van crisis naar crisis.

Rijkdom - dus ook geld - komt voort uit arbeid. Het debat zou zich dan ook moeten toespitsen op wie zich het product van die arbeid toe-eigent. Enkel een grondige herverdeling van de rijkdom - de socialisering van de  maatschappelijke rijkdom en de productiemiddelen - biedt de mogelijkheid de uitbuiting, vervreemding en ingebakken ongelijkheid van de kapitalistische productiewijze te overstijgen.

Voor ons bestaat een écht alternatief uit werk voor iedereen via een drastische  en collectieve arbeidsduurvermindering. Er moet een eind komen aan onderaanneming en uitbesteding, nepcontracten en bullshit jobs. Wij willen effectieve arbeiderscontrole, nieuwe democratisch afgesproken vormen van arbeidsorganisatie, het neerhalen van horizontale en verticale hiërarchie en arbeidsdeling en een einde aan de opdeling van uitvoerende en creatieve arbeid.

 

1) http://www.doorbraak.eu/tien-stellingen-tegen-de-eis-voor-een-basisinkomen/

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter