international marxist tendency nederland

Als marxisten gaan onze ideeën rechtstreeks tegen de heersende ideeën in. Het is dan ook niet gek dat er vragen zijn die ons vaak gesteld worden. Hier een overzicht van veelgestelde vragen en onze antwoorden daarop.

 

Wat is het marxisme?

Het marxisme is de naam die wordt gegeven aan het geheel van de ideeën die oorspronkelijk door Karl Marx en Friedrich Engels werden opgesteld, om later door anderen verder uitgewerkt te worden. Het komt voort uit een combinatie van klassieke Duitse filosofie, Britse politieke economie en de Franse revolutionaire en socialistische doctrines. Marxisme begon als filosofie, die toegepast werd om de menselijke geschiedenis, samenleving en economie te bestuderen en analyseren.

Het is echter geen academische leer. Marxisme is een revolutionaire leer, die ernaar streeft de theorie en het programma te vormen van de arbeidersbeweging in alle landen ter wereld, omdat marxisme de theoretische basis vormt voor de strijd voor een hogere vorm van menselijke samenleving - socialisme. 

Wat is het socialisme en waarom strijden marxisten hiervoor? 

Als marxisten geloven wij dat de kapitalistische samenleving, waar de economie gecontroleerd wordt door een kleine groep banken en grote bedrijven in private handen, een grote rem is geworden op de menselijke ontwikkeling. We zien enorme ongelijkheid, oorlogen, voorkombare ziekten, dakloosheid, werkloosheid en armoede, terwijl we op  aarde de productiecapaciteit hebben om iedereen een goed bestaan te geven.

Automatisering zou kunnen leiden tot een verkorting van de werkweek en een beter leven voor allen, maar onder het private winstsysteem leidt het tot werkloosheid en toegenomen druk op de overgebleven werkers. De farmaceutische industrie investeert grote sommen geld in medicijnen voor kwalen die winstgevend zijn (zoals kaalheid of erectieproblemen), terwijl de prioriteit voor medicijnen tegen tropische ziekten stukken lager is wegens de lagere inkomens in Afrikaanse landen. Dit zijn voorbeelden van hoe de winstgedreven industrie haar enorme capaciteit verkwanselt, ten koste van het grootste deel van de bevolking.

Het socialisme is een nieuwe maatschappijvorm waarin de grote productiemiddelen (de banken, verzekeringsmaatschappijen, grote bedrijven, infrastructuur en de grond) gemeenschappelijk bezit zijn en waar er op basis van een democratisch plan geproduceerd wordt in de belangen van de meerderheid van de bevolking, in plaats van voor de winsten van een kleine groep.

Wij geloven dat dit de enige manier is om het volledige potentieel aan productiecapaciteit te gebruiken. Een democratisch plan is de enige manier om problemen met woningtekorten, werkloosheid, gezondheidszorg, verkeer en vervoer, klimaat en milieu op te lossen.

Kunnen we het kapitalisme niet gewoon hervormen?

Het lijkt aanlokkelijk, waarom niet gewoon hervormen in plaats van het hele systeem om te gooien? In het verleden heeft de arbeidersbeweging immers voor veel hervormingen gevochten en deze ook gewonnen. Denk aan betere arbeidsomstandigheden, een minimumloon, een kortere werkweek, pensioenen, ziekteverlof, zwangerschapsverlof, maar ook democratische rechten als algemeen stemrecht, het recht om vrij te organiseren en te staken.

Het probleem is dat er binnen het kapitalisme maar beperkt hervormingen mogelijk zijn. Deze worden getolereerd zolang de winsten en concurrentiepositie van de kapitalisten niet geschaad worden. Voor de kapitalisten zijn deze hervormingen nu te duur geworden. De verzorgingsstaat in landen zoals Nederland wordt al sinds de jaren '80 afgebroken onder het mom van het 'verbeteren van de concurrentiepositie'. Sinds de crisis van 2008 is dit proces verder versneld. Zelfs in een periode van officiële groei zien we hoe er verder aan het minimumloon en de bijstand geschaafd wordt. Dit is geen ideologische kwestie: ook de zogenaamde 'linkse' partijen als de PvdA hebben meegedaan aan de afbouw. Aangezien deze partijen het kapitalisme geaccepteerd hebben, zijn zij gedwongen om mee te doen met de kapitalistische logica en dus met de afbraak van hervormingen uit het verleden.

In de gevallen waar er wel grote hervormingen zijn doorgevoerd, komt de kapitalistische klasse in verzet. Zo zullen de werkgevers dreigen om bedrijven te sluiten, wat gebeurde tijdens de centrumlinkse Den Uyl regering in de jaren '70 in Nederland. Er worden maatregelen genomen om kapitaal te verhuizen naar andere landen. Dit soort dreigementen en maatregelen kunnen alleen verslagen worden door harde tegenmaatregelen. Kapitaalcontroles en onteigeningen van kapitalisten zijn in dat geval defensieve maatregelen.

Een aantal jaar geleden zagen we iets dergelijks opnieuw plaatsvinden in Griekenland. De eerste Syriza-regering wilde onder druk van de werkende bevolking breken met de bezuinigingspakketten die door de Europese Centrale Bank werden opgelegd. Vanuit Berlijn en Brussel werden er met allerlei sancties gedreigd, terwijl de Griekse kapitalisten probeerden hun kapitaal uit het land weg te sluizen. Hier waren de grenzen bereikt van de mogelijkheden van reformistische (hervormingsgezinde) politiek. Premier Tsipras had twee keuzes: of radicale maatregelen doorvoeren tegen de kapitaalbezitters, of capituleren. Hij deed het tweede, met dramatische gevolgen voor de gewone Grieken. Iedere linkse regering die verregaande hervormingen wil doorvoeren, zal op een gegeven moment deze keuze moeten maken.

Als marxisten zullen wij iedere verworvenheid van de arbeidersbeweging verdedigen en strijden voor iedere nieuwe hervorming. Tegelijkertijd hebben we geen illusies: zolang de kapitalisten aan de macht zijn, is er de dreiging dat alle verworvenheden ongedaan gemaakt worden. Daarom willen wij de macht van de kapitalisten breken door de grote banken en bedrijven te nationaliseren.

Hoe zit het met de menselijke aard? Zijn mensen niet gewoon van nature egoïstisch?

Dit is het meest gebruikte argument tegen socialisme, maar ook het gemakkelijkst te weerleggen argument. Het gaat ervan uit dat er zoiets is als een menselijke aard die onveranderlijk is. De realiteit laat zien dat de menselijke aard door de geschiedenis heen vele malen veranderd is.

Voor 99% van het bestaan, leefde de menselijke soort in kleine gemeenschappen zonder privaat bezit. Dit was een primitieve vorm van communisme, gebaseerd op een zeer laag productieniveau. In feite heeft de menselijke soort het grootste deel van haar bestaan onder communisme geleefd. De menselijke aard was aangepast aan het leven in deze groepen.

De klassensamenlevingen met hun ongelijkheid ontstonden toen het mogelijk was om meer te produceren dan de directe noden. Tijdens de zogenaamde Neolithische Revolutie kwam de landbouwsamenleving tot stond en ontstond er een surplus in de productie. Het was nu mogelijk om anderen voor zich te laten werken. Dit creëerde een ander soort samenleving, met een heersende en onderdrukte klasse. Zo hebben we in Europa slavernij en feodalisme gezien, voordat we in de huidige kapitalistische samenleving terechtkwamen.

Juist het verschillende aantal soorten menselijke samenlevingen toont aan dat de menselijke aard niet constant is. Wat vroeger 'normaal' was, is dat nu niet meer. Slavernij, lijfeigenschap, heksenverbrandingen, mensen voor de leeuwen werpen, het waren 'normale' zaken waar nu met afschuw naar gekeken wordt. Bij slavenopstanden in het Romeinse Rijk wilden de slaven meestal hun meesters tot slaaf maken, in plaats van de slavernij afschaffen. Slavernij was toen de heersende productiewijze en was aldus normaal. Nu is dat niet meer het geval. Op eenzelfde manier zal er in de toekomst met verbazing gekeken worden naar de huidige kapitalistische samenleving.

Mensen hebben de twee eigenschappen, egoïsme en altruïsme, beide in zich. Het ligt aan de omgeving in hoeverre deze gestimuleerd worden. De kunstmatige schaarste onder het kapitalisme stimuleert vooral egoïsme, wat versterkt wordt door individualisme in het onderwijssysteem, de media, het bedrijfsleven e.d. Mensen wordt geleerd om vooral aan jezelf te denken, om studies en opleidingen te kiezen die economisch het meeste opleveren, om weg te kijken bij daklozen, armoede, werkloosheid en problemen in de Derde Wereld. De slachtoffers zullen het allemaal zelf wel veroorzaakt hebben als individuen, het is geen maatschappelijk probleem, is de gedachte. De kunstmatige schaarste en de individualistische ideologie zijn de bron van het egoïsme onder het kapitalisme, wat we op alle niveaus van de samenleving terugvinden.

Tegelijk is het altruïsme wel degelijk aanwezig, ondanks de vele manieren waarop de kapitalistische samenleving het onderdrukt. Hoeveel mensen kiezen er wel niet voor om te doneren aan hulporganisaties, of kiezen ervoor om mantelzorger te worden? Hoeveel mensen doen er wel geen vrijwilligerswerk, terwijl daar geen geldbeloning tegenover staat? De meeste mensen zullen een kind redden dat ze zien verdrinken, ook al kennen ze het kind of de ouders niet. Al deze handelingen kunnen niet verklaard worden door ze te reduceren tot egoïstische calculaties.

Simpelweg stellen dat de aard van de mensheid egoïstisch is, is eenzijdig en onjuist. Wanneer de mensheid op basis van een democratisch geplande economie een einde kan maken aan de kunstmatige schaarste, aan het tekort aan huizen, aan de armoede en de onzekerheid van het bestaan, zullen de egoïstische tendensen verder gemarginaliseerd worden.

Hoe zit het met initiatief en creativiteit onder het socialisme?

Veel mensen baseren hun beeld van individualisme onder het socialisme op de manier waarop dit in het Rusland onder Stalin en het China onder Mao in de praktijk werd gebracht. Meteen wordt gedacht aan mensen die in uniform (Mao-pakjes) lopen en aan een almachtige staat waaraan de rechten en wensen van het individu ondergeschikt zijn, 'in het belang van de hele maatschappij'. In werkelijkheid waren het in die gevallen niet de belangen van de hele maatschappij die vervuld werden, maar de belangen van de kleine bureaucratische kliek die parasiteerde op de rug van de werkende klasse en op de rug van de genationaliseerde en geplande economie.

Deze bureaucratisering had een rampzalige invloed op alle verworvenheden van de revolutie in Rusland, en dit niet alleen op economisch vlak, maar op elk domein van het leven. De bureaucratisering had niet alleen verstikkende gevolgen voor de productie, maar ook op vlak van kunst, wetenschap en cultuur. De stalinisten waren als de dood voor mogelijke oppositie, ook voor de intellectuelen die ze niet onder controle konden krijgen en die dan ook vaak de dood werden ingejaagd. Individuele expressie werd afgeschilderd als contrarevolutionair. Zelfs cultuur werd onder het juk gebracht van de 'collectieve wil', die niet de wil was de samenleving maar van een handvol bureaucraten die wanhopig aan hun macht en privileges vasthielden. Niet alleen de economie maar álle domeinen van het leven hebben de zuurstof van de democratie nodig om tot bloei te komen.

De kapitalistische maatschappij waarin we vandaag leven is zogezegd individualistisch, en dit wordt als iets positiefs bestempeld. In werkelijkheid is de op winst gebaseerde maatschappij er een die hebzucht en egoïsme voortbrengt. Het is een samenleving die gebaseerd is op het idee van 'eten of gegeten worden'. Onder het kapitalisme zullen mensen alles doen om 'vooruit te komen'. In naam van de winsten worden de talenten en vaardigheden van de grote meerderheid van de mensen verspild aan de lopende band of aan de werkloosheid. Denk aan alle afgestudeerden die geen baan kunnen krijgen in hun vakgebied, maar ook aan alle jongeren die hun talenten opzij schuiven om de 'meest economische studiekeuze' te maken.

De collectieve samenleving van het echte socialisme is er een waar de rechten van het individu voor de eerste maal zonder enige macht of dwang werkelijk tot ontplooiing kunnen komen. Het zal een maatschappij zonder grenzen zijn die gebaseerd is op het democratische beheer door de hele samenleving over alle aspecten van het leven, op basis van een economie van overvloed die al onze noden kan vervullen. Met moderne technologie kunnen we met relatief weinig inspanningen meer dan genoeg produceren voor alle noden en verlangens van de mensheid. Zo waren er vroeger bijvoorbeeld vele arbeiders nodig om een televisietoestel te maken. Door automatisering, robots en andere verbeteringen in efficiëntie, zijn er echter veel minder arbeiders nodig. Maar onder het kapitalisme vervangen de machines de arbeiders, die dan andere, gewoonlijk lager betaalde banen moeten zoeken of in de werkloosheid belanden. De overblijvende arbeiders moeten harder werken. Zo wordt enorm veel potentieel verkwanseld.

Onder het socialisme zullen technologische verbeteringen ten dienste komen van de mensheid. We zullen machines voor ons laten werken, en de tijd die we winnen door hun efficiëntie kan besteed worden aan andere bezigheden in het leven. We zullen bevrijd worden van het eentonige werk van de menselijke arbeid zoals nu het geval is onder het kapitalisme. We zullen tijd hebben om te ademen in het leven, om te studeren, te reizen, in contact te komen met andere culturen, om onze talenten tot bloei te laten komen.

De ontwikkeling van onze economie zal ons in staat stellen minder tijd aan repetitief en afstompend werk te besteden en deel te nemen aan de domeinen die vandaag voor ons afgesloten zijn door gebrek aan geld of door een overmaat aan werk. Kunst, wetenschap, muziek enzovoort zullen alle kunnen gedijen zodra ze vrijgemaakt worden van de beperkingen van de kapitalistische maatschappij. Hoeveel Shakespeares en Beethovens hebben er tot op heden geleefd? Nauwelijks een handvol. Of beter gezegd, nauwelijks een handvol van wiens talenten we hebben kunnen genieten. En hoeveel meer zijn er gebonden aan de fabriek, het veld of het kantoor? Wanneer we een einde gemaakt hebben aan het gedateerde private winstsysteem en de anarchie die dit in onze economie veroorzaakt, zullen niet alleen de rechten van het individu, van alle individuen, maar ook hun ambities en dromen de vrije hand gelaten worden. Nieuwe hoogtepunten in de menselijke cultuur zullen bereikt worden, en van deze toppen aan de horizon zullen nieuwe pieken opdoemen. Staand op de schouders van alle voorgaande ervaringen, zullen mannen en vrouwen met kop en schouder boven de geschiedenis uitsteken. Met ons primitieve verleden achter ons en met een democratisch plan over hoe we onze rijkdommen en technologie aanwenden, zal de mensheid vrij zijn om zich te ontwikkelen en haar volle potentieel te bereiken als een geheel en als individuen.

Is het socialisme niet al uitgeprobeerd en mislukt?

Nee. Er zijn genoeg landen of systemen 'socialistisch' genoemd door voor- of tegenstanders, maar dit zegt niets op zichzelf. Noord-Korea noemt zichzelf immers ook democratisch, maar niemand zou dat als bewijs opvoeren dat het daarom een democratisch land is.

Ten eerste worden landen met (restanten van een) welvaartsstaat wel eens socialistisch genoemd, zoals Zweden en vroeger Nederland. Dit zijn geen socialistische landen, maar kapitalistische landen waar op basis van hoge arbeidsproductiviteit, imperialistische handelspolitiek en een strijdbare arbeidersbeweging, er in het verleden veel overwinningen voor de arbeidersklasse zijn behaald. Deze verworvenheden zijn nu echter 'te duur' voor de kapitalisten en er is een constante werkgeversoffensief om deze dan ook weer af te breken.

Ten tweede werden verschillende landen met een planeconomie 'socialistisch' genoemd, zowel door de tegenstanders als door de regeringen van de landen zelf. In de voormalige Sovjet-Unie en veel andere landen die hun samenleving hierop baseerden, was er sprake van een genationaliseerde planeconomie, wat een voorwaarde is voor socialisme. De arbeidende bevolking had echter geen democratische controle over de productie en de samenleving, deze was in handen van een autoritaire bureaucratie die een groot deel van het maatschappelijk product toe-eigende en verspilde. Zolang deze verstikkende bureaucratie aan de macht was, was er geen beweging richting socialisme mogelijk. De productieniveaus bleven ondanks stappen vooruit, nog altijd onder die van de geavanceerde kapitalistische landen, niet hoog genoeg om een socialistische samenleving van overvloed te realiseren.

Er zijn verschillende bewegingen vanuit de arbeidersklasse geweest om de bureaucratieën omver te werpen (Berlijn 1953, Hongarije 1956, Tsjechoslowakije 1968, meerdere Oostbloklanden 1989), maar met gebrek aan een revolutionaire leiding, ontstond er een machtsvacuüm en besloot een sectie van de 'socialistische' bureaucraten om zichzelf in kapitalisten te transformeren (via massale plundering) en de geplande economie te ontmantelen. 

Wat is het verschil tussen socialisme en communisme?

Het probleem is dat deze woorden in verschillende contexten verschillende betekenissen hebben gekregen. Socialisme wordt soms vereenzelvigd met Europese kapitalistische landen met een welvaartsstaat, communisme met het bureaucratisch geplande systeem in de voormalige USSR en soortgelijke staten (stalinisme). Marxisten zijn het niet eens met deze uitleg.

Voor marxisten is socialisme het eerste stadium van een communistische samenleving. De banken, grote industrie en de grond worden democratisch beheerd door de werknemers, op basis van een gemeenschappelijk plan van productie. Er is voldoende productie en verdeling om iedereen een goed leven te laten leiden, maar er zijn echter nog wel ongelijkheid, geld en andere restanten van de kapitalistische samenleving. Dit is onvermijdelijk aangezien deze samenleving is opgebouwd uit het materiaal van de kapitalistische samenleving.

Communisme wordt gezien als een hoger stadium van een communistische samenleving. Op basis van voldoende en duurzame productie en verdeling voor iedereen, waarbij schaarste praktisch geheel verdwijnt, zullen ook de noodzaak van geld en de staat verdwijnen. Er is immers geen behoefte meer om over elke extra kruimel te vechten, aangezien iedereen erop vooruit gaat. De mensheid zal dan als geheel verder ontwikkeld zijn en de nieuw geboren kinderen zullen opgroeien in een totaal  nieuwe samenleving, zonder de littekens van het verleden.

Kan een planeconomie wel functioneren?

Een planeconomie kan wel degelijk functioneren. De problemen in de Sovjet-Unie en andere soortgelijke landen kwamen niet voort uit planning op zichzelf, maar planning onder een verstikkende bureaucratie. De meeste van deze landen zagen de eerste jaren een enorme groei van de economie, waar het ging om de opbouw van basisindustrieën en infrastructuur. De Sovjet-Unie werd een wereldleider op het gebied van ruimtevaart en stuurde de eerste satelliet, man en vrouw de ruimte in. 50 jaar eerder was Rusland nog een onderontwikkeld agrarisch land, onder de heerschappij van de tsaar en de orthodoxe kerk. Grote vooruitgang werd er ook geboekt op het gebied van gezondheidszorg, hoger onderwijs en wetenschap.

 Het was pas in een later stadium dat er stagnatie plaatsvond, het stadium waarin de consumentenindustrieën werden uitgebouwd. Dit kon simpelweg niet goed functioneren wanneer dit top-down gepland werd vanuit een ministerie in Moskou, dat ook nog eens weinig prioriteit gaf aan de belangen van de arbeiders en boeren. Het feit dat managers eenzijdig met quota werkten (waarbij kwantiteit boven kwaliteit gesteld werd), stimuleerde het produceren van slecht materiaal. Aangezien de arbeiders in de fabrieken niets te zeggen hadden, konden zij ook geen invloed uitoefenen om correcties door te voeren. Zo ziet men dat het de heerschappij van de bevoorrechte bureaucratie was die het probleem was, niet de planning op zichzelf. De productie voor het leger en de ruimtevaart waren altijd van goede kwaliteit, omdat dit voor de heersende bureaucratie veel belangrijkere sectoren waren dan de consumptiegoederen.

Verder moet men inzien dat er onder het kapitalisme ook al veel gepland wordt. Grote bedrijven zijn op zichzelf planeconomieën. Intern wordt er niets 'aan de markt' overgelaten, maar wordt alles gepland. Een supermarkt weet altijd precies genoeg goede producten binnen te halen voor de hele buurt. Grote multinationals coördineren op geplande wijze de uitwisseling van grondstoffen en halffabricaten tussen fabrieken in verschillende landen. Binnen de grote bedrijven wordt er gepland, maar erbuiten heerst de anarchie van 'de markt'. Dit is een van de belangrijkste tegenstellingen binnen het kapitalisme.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerden Groot-Brittannië en de VS noodmaatregelen in om de productie te plannen en te richten op de oorlogsbenodigdheden. Dit was geen echte planeconomie, want de kapitalisten behielden hun eigendom, maar was een door de kapitalisten geaccepteerde noodsituatie om Nazi-Duitsland te kunnen verslaan. Het laat zien dat zelfs de kapitalistische regeringen in noodsituaties overgaan tot planning, omdat dit beter werkt.

Leidt socialisme niet automatisch tot een dictatuur? Gaan socialisme en democratie samen?

Sommigen wijzen erop dat Marx sprak over de 'dictatuur van het proletariaat' als bewijs dat marxisten voor een dictatuur zijn. Dit zou de situatie in de USSR verklaren, etc. De waarheid is dat toen Marx deze uitdrukking gebruikte, de term dictatuur verschilde met wat het nu inhoudt. Hij dacht niet aan een dictatuur zoals die van Hitler, Stalin of Kim Jong-un. Hij baseerde zich op de dictatuur in de Romeinse Republiek, een tijdelijke macht om de orde te herstellen. Later verklaarde Marx dat de Commune van Parijs het model was voor deze dictatuur. Dit was een arbeidersstaat in Parijs in 1871, gebaseerd op directe democratie met afzetbaarheid.

Dat de USSR degenereerde tot de dictatuur van Stalin komt niet door fouten in het marxisme, maar door de situatie van isolatie en achtergesteldheid van Rusland. Uiteindelijk greep een bureaucratische kaste van voormalige tsaristische officieren de macht via hun vertegenwoordiger Stalin. Trotski analyseerde dit in zijn meesterwerk The Revolution Betrayed. Deze kaste kon alleen een dictatoriale staatsvorm tolereren, omdat iedere vorm van arbeidersdemocratie een bedreiging was voor de privileges van deze kaste.

Na de Tweede Wereldoorlog werd dit model (genationaliseerde planeconomie, met bureaucratische heersende kliek) geëxporteerd naar gebieden in Oost-Europa die door het Rode Leger veroverd waren. Daarnaast diende het als voorbeeld voor landen waar boerenguerrilla's aan de macht kwamen (China, Joegoslavië, Noord-Korea, Vietnam, Cuba) en waar junior-officieren de macht grepen (Ethiopië, Syrië, Afghanistan). In enkele decennia was een groot deel van de wereld onder de controle van deze regimes, die 'socialistisch' of 'communistisch' genoemd werden door zowel voor- als tegenstanders. Omdat deze alle autoritair van aard waren, is de mythe ontstaan dat socialisme enkel met dictatuur samen kan gaan. Er was hier echter geen sprake van echt socialisme, omdat deze regimes nog altijd een lager productieniveau hadden dan de geavanceerde kapitalistische landen en omdat de werkende bevolking geen controle had over de productie, die gecontroleerd werd door een bureaucratie.

Leon Trotski zei eens dat 'socialisme democratie nodig heeft, zoals het menselijk lichaam zuurstof nodig heeft.' Hij had helemaal gelijk. Het is niet enkel mogelijk, maar zelfs noodzakelijk voor een socialistische samenleving om democratie te hebben.

Zonder democratische inspraak, kan een geplande economie niet goed werken. Het is de expertise van de werknemers zelf die de planning kan controleren en corrigeren; die weten immers het beste wat er speelt op de werkvloer en of productiecijfers realistisch zijn.

Het is juist het kapitalisme waaronder de democratie maar heel beperkt is. We mogen iedere 4 jaar stemmen op volksvertegenwoordigers, om tussendoor bijna niets te zeggen te hebben. Deze volksvertegenwoordigers hebben de neiging om hun verkiezingsbeloften steeds te verbreken, omdat ze beperkt worden door de grenzen van het kapitalistische systeem. De belangrijkste beslissingen worden genomen in de bestuurskamers van banken en multinationals, waarover wij niets te zeggen hebben. Lobby's van bedrijfssectoren zijn veel invloedrijker dan die van gewone burgers. In de ontwikkelde kapitalistische democratie is men vrij om te zeggen wat men wil en kan men zich verenigen en organiseren, zolang de ware heerschappij in handen van de banken en multinationals blijft.

Onder socialisme zal democratie zich verder verspreiden. Ten eerste zal dit zich verspreiden naar de economie, waarbij arbeiderscontrole en -zelfbestuur een grote rol zullen spelen. Daarnaast zal er een bestuur zijn gebaseerd op democratische raden, met verkiezingen, de mogelijkheid tot afzetbaarheid, transparantie en het rouleren van taken. Op die manier betekent socialisme een uitbreiding van de democratie en de macht van gewone mensen over hun leefomgeving. 

Kan socialisme in één land opgebouwd worden?

Wij stellen van niet. Het kapitalisme zelf is al een internationaal systeem van productie en handel. De macht van de natiestaat is in de huidige wereld een stuk beperkter geworden. De productiekrachten hebben de natiestaat overstegen, banken en multinationals controleren de wereldeconomie. Ondanks alle tegenstellingen tussen de Europese staten, zijn ze er toch in geslaagd om de EU op te zetten als gemeenschappelijke markt en politiek project: het vloeide voort uit de belangen van de kapitaalbezitters.

Socialisme kan alleen opgebouwd worden op een hoger productieniveau dan het kapitalisme. In de huidige wereld betekent dat op een hoger productieniveau dan het geglobaliseerde kapitalisme. De productie moet opgevoerd worden om de problemen van schaarste aan te pakken en op democratische wijze iedereen te voorzien van een goede levensstandaard, om zo de basis voor onderdrukking weg te nemen.

Dat is de reden dat marxisten al sinds de tijd van Marx en Engels georganiseerd zijn in verschillende Internationales. De belangen van de werkende klasse zijn wereldwijd fundamenteel hetzelfde. Internationale solidariteit versterkt de strijd in ieder land. Na de revoluties is het noodzakelijk om de beperkingen van de natiestaat op te heffen en de verschillende landen met elkaar te verbinden op basis van een gemeenschappelijk plan, om ieder land te versterken.

De theorie van 'socialisme in één land' werd voor het eerst bedacht door Stalin in 1924. Het kwam voort uit de belangen van de nieuwe opkomende bureaucratie die hij vertegenwoordigde en had niets te maken met het marxisme, dat vanaf het begin internationalistisch is geweest. Lenin en Trotski wisten dat zonder de verspreiding van de revolutie naar andere Europese landen, Sovjet-Rusland gedoemd zou zijn. Het idee was om een internationale federatie op te richten en de grondstoffen, technologieën en productiecapaciteit van alle landen te combineren in het gemeenschappelijk belang.

Het idee van 'socialisme in één land' weerspiegelde de belangen van de Sovjet-bureaucratie, die de internationale revolutie als bedreiging voor haar belangen zag en liever in relatieve isolatie haar positie wilde versterken als nieuwe meester van de samenleving.

Wij zijn voorstanders van een democratische socialistische federatie, waarin de situatie van alle werkende mensen verbeterd wordt op basis van coöperatie en gezamenlijke planning. Dit is het tegenovergestelde van de huidige Europese Unie, welke gebaseerd is op een machtsblok van de Europese banken en industrie, waarin Europese arbeiders tegen elkaar opgezet worden. Een socialistische federatie van Europa zal de situatie van alle Europese volken verbeteren en werkelijk een einde maken aan de oude verdeeldheid op het continent.

Waarom de nadruk op de arbeidersklasse? Is deze niet verdwenen?

Het woord arbeidersklasse wordt nu vooral gebruikt voor traditionele industrieberoepen. Met het outsourcen van industrie naar Azië en de automatisering van de overgebleven industrie, is het aandeel arbeiders in deze takken gekrompen.

Echter, voor marxisten betekent arbeidersklasse (of proletariaat) wat anders. Het is de klasse van mensen die niets anders kunnen verkopen dan hun arbeidskracht om rond te komen. Dat is de overgrote meerderheid van de bevolking. Buschauffeurs, maaltijdbezorgers, receptiemedewerkers, mensen in de bediening, schoonmakers, stratenmakers, het zijn allemaal voorbeelden. Hiernaast zien we het verschijnsel dat traditionele middenklassenberoepen steeds meer 'geproletariseerd' worden. Weg is de tijd dat de leraar en de bankbediende enorm ontzag hadden. Deze lagen zijn steeds meer onderdeel geworden van de arbeidersklasse en zijn georganiseerd in vakbonden.

Marxisten baseren zich niet op de arbeidersklasse omdat deze 'het meest onderdrukt zou zijn' of omdat deze mensen het 'armst' of 'zieligst' zouden zijn. Het is vanwege de enorme potentiële kracht van hen dat marxisten zich op hen baseren. Wanneer deze lagen het werk stil leggen, staat de hele samenleving stil. Dit is hun kracht, die is per definitie collectief. Het is dan ook de arbeidersklasse die een collectief bewustzijn kan ontwikkelen wat nodig is om het kapitalisme te vervangen door het socialisme.

Als het socialisme onvermijdelijk is, waarom zouden we er dan voor strijden?

Het socialisme is onvermijdelijk in de zin dat het kapitalisme keer op keer in crisis raakt en in een algemene stagnatie terecht komt. Zolang kapitalisme niet vervangen wordt, zal het de mensheid en het milieu blijven beschadigen. Echter, socialisme veronderstelt de bewuste omverwerping van het kapitalistische systeem. Het is nodig om hiervoor de arbeidersbeweging te organiseren, om te strijden voor de nationalisatie van de grote bedrijven onder arbeiderscontrole.

Dit is een bewust proces. De geschiedenis zit vol met revoluties en momenten waarop de macht gepakt had kunnen worden door de werkende klasse. Er was op die momenten echter geen revolutionaire leiding met duidelijk socialistisch programma, die het proces de juiste kant op kon sturen. Revoluties vreten energie en uiteindelijk worden gewone mensen gedwongen om weer terug te vallen in hun oude leefsituaties. Dit hebben we gezien in Egypte, waar de bevolking tussen 2011 en 2013 meerdere regeringen omver geworpen heeft, maar waar uiteindelijk weinig veranderde. Revolutionair optimisme sloeg om in moeheid.

Om dit te voorkomen, is het nodig om te vechten voor een leiding van de arbeidersbeweging, met een revolutionair-socialistisch programma. Juist omdat we weten dat het kapitalisme onvermijdelijk opnieuw in crisis komt en dit zijn effecten zal hebben op het bewustzijn van gewone mensen, willen we een revolutionair-marxistische organisatie opbouwen die hierop voorbereid is en een rol kan spelen in de strijd voor een betere, socialistische wereld.

Hoe zit het met andere vormen van onderdrukking?

De kapitalistische samenleving kent ook andere vormen van onderdrukking en discriminatie, zoals seksisme, racisme, antisemitisme, islamofobie, homofobie, transfobie, en dergelijke. Sommige van deze zijn ouder dan het kapitalistische systeem zelf. Wij zijn tegen iedere vorm van onderdrukking en discriminatie, en zullen hiertegen strijden. Wij geloven dat het de taak is van de arbeidersbeweging om het voortouw te nemen tegen discriminatie, haat, intimidatie en geweld.

Marxisten worden vaak ervan beschuldigd dat zij alles herleiden tot klasse en economische uitbuitingsrelaties. Dit is geheel onjuist. Marx en Engels zetten zich al in tegen de discriminatie van Ieren door Engelse arbeiders. Zij wezen erop dat deze onderlinge rivaliteit en haat enkel in het belang van de uitbuiters was. Zij zetten zich in voor de opname van vrouwen in de arbeidersbeweging, met het idee hen te versterken via gezamenlijke strijd met de mannelijke arbeiders. Hun handlangers in de Amerikaanse arbeidersbeweging streden voor de afschaffing van de slavernij in het Zuiden van de VS.

Wij verwerpen het idee dat mannen een inherent belang hebben om vrouwen te onderdrukken en witte mensen een inherent belang om zwarte mensen te onderdrukken, etc. Bijvoorbeeld: het zijn de kapitalisten die ervan profiteren dat vrouwen en immigranten lagere lonen hebben dan mannen en autochtonen, en deze kunnen zo de druk opvoeren op de laatsten om loonoffers te accepteren en hun woede richting vrouwen en immigranten te kanaliseren. In de VS zijn het de staten met het meeste racisme, waar de lonen voor witte mannelijke arbeiders het laagst zijn, terwijl in de staten met een traditioneel sterk georganiseerde arbeidersbeweging, de lonen het hoogst zijn voor alle arbeiders.

De strijd tegen alle vormen van onderdrukking, brengt verschillende groepen samen en verenigt hen tegen de gezamenlijke vijand, het kapitalistische systeem. Enkel een samenleving van overvloed, democratisch bestuurd door de werkende klasse, kan de voedingsbodem vormen voor betere relaties tussen mensen. Natuurlijk zullen niet alle problemen in één nacht opgelost worden, maar er kan eindelijk een begin gemaakt worden met het opruimen van alle oude rommel.

Een kortere werkweek, gratis kinderopvang, openbare wasserettes en restaurants, en verlengd ouderschapsverlof voor zowel vaders en moeders, kunnen werkelijk gelijke verhoudingen tussen man en vrouw realiseren. Voldoende betaalbare woningen, goedbetaalde banen en een gratis kwalitatief goede gezondheidszorg voor iedereen, maken een einde aan de strijd om de schaarste. Kwalitatief goed verplicht seculier openbaar onderwijs en kostenloze gezondheidszorg (inclusief hormoontherapie en geslachtsoperaties) kunnen de emancipatie van LHBT-mensen versterken. De enige manier om deze verworvenheden te realiseren, is een gezamenlijke strijd van alle onderdrukten en uitgebuitenen. Een aanval op één, is een aanval op allen.

Wat denken jullie over Cuba?

De Cubaanse Revolutie van 1959 was een belangrijk moment in de 20e eeuw. Vóór de revolutie was Cuba een semi-kolonie van de VS. Amerikaans kapitaal en grondbezit domineerde de Cubaanse economie. Er was een maffia actief en het eiland werd gebruikt als gokparadijs en bordeel voor rijke Amerikanen. De Revolutie van 1959 maakte een einde aan de dictatuur van Batista en leidde tot een meer onafhankelijke positie voor Cuba. Oorspronkelijk had Fidel Castro nooit het idee om alles te nationaliseren; hij wilde enkele hervormingen doorvoeren zoals hogere belastingen voor Amerikaans kapitaal (welke alsnog lager waren dan wat deze bedrijven in de VS zelf betaalden!). Het was pas na de boycot en sabotage door de VS dat Castro het Amerikaans kapitaal nationaliseerde en bij de Sovjet-Unie aanklopte voor steun. Cuba werd toen gemodelleerd naar de Sovjet-Unie onder Chroestsjov. Er was een genationaliseerde planeconomie, maar de controle was in de handen van een bureaucratie.

Ondanks de beperkingen, heeft Cuba laten zien wat een planeconomie kan bereiken op een klein Caribisch eiland. In plaats van Cuba te vergelijken met Noord-Amerikaanse of Europese landen, moet het vergeleken worden met andere Caribische landen zoals Haïti. Er is een kosteloze gezondheidszorg, de levensverwachting is net zo hoog als in de Westerse wereld, Cuba heeft zelf belangrijke medicijnen ontwikkeld, etc.

Echter, na de val van de Sovjet-Unie bleef Cuba geïsoleerd in een zee van kapitalisme. Er worden geleidelijk 'markthervormingen' doorgevoerd die nu de weg vrijmaken voor de restauratie van kapitalisme. Dit zou een ramp zijn voor de meeste Cubanen, behalve een kleine groep aan de top die zich kan verrijken. Wij verdedigen de verworvenheden van de Cubaanse Revolutie, maar weten ook dat er meer nodig is om de revolutie te redden. Intern steunen we alle initiatieven voor arbeiderscontrole, om de arbeiders eindelijk echte controle te geven over de productie. Daarnaast benadrukken wij dat de revolutie verspreid moet worden naar andere landen op het Amerikaanse continent om de isolatie te doorbreken.

Wat denken jullie over China?

De Chinese Revolutie van 1949 zette het land op de kaart als onafhankelijke macht. Nu in 2018 is het de tweede macht op aarde, die de traditionele invloedssfeer in Azië van de VS aan het overnemen is. Is het echter een 'socialistisch' of 'communistisch' land? Wij stellen van niet. Een paar jaar na de Revolutie van 1949 werd er begonnen met het invoeren van een planeconomie. Dit was niet Mao's originele idee. Hij wilde eigenlijk een coalitie met een deel van de kapitalistische klasse. De vijandigheid van de Chinese kapitalisten en de confrontatie met de VS in de Korea-oorlog zetten Mao ertoe aan om een bureaucratisch geregisseerde planeconomie in te voeren.

Ondanks gevallen van groot mismanagement (de 'Grote Sprong Voorwaarts' en 'Culturele Revolutie') wist Mao op basis van een planeconomie China te moderniseren. Het land ontwikkelde zich sneller dan kapitalistische landen zoals India en de levensstandaard groeide van 47 naar 74 jaar in de jaren '70. Na Mao's dood nam de marktgezinde vleugel van de Chinese staatsbureaucratie de macht over. Geleidelijk werden er steeds meer markthervormingen ingevoerd en wist de staatsbureaucratie zichzelf in een nieuwe kapitalistische klasse om te vormen. In de vroege jaren 2000 domineerde de private sector de economie en trad China toe tot de Wereldhandelsorganisatie.

China is nu een kapitalistisch land met een stalinistische bureaucratie die de samenleving controleert. De meeste verworvenheden van de revolutie, zoals de gezondheidszorg en pensioenen, zijn  afgeschaft. Daarnaast speelt China een imperialistische rol in Afrikaanse landen en landen als Pakistan, waar het kapitaal naartoe exporteert. Dat officieel de 'Communistische Partij' aan de macht is, verandert hier niets aan. Wij baseren ons op het enorme potentieel van de Chinese arbeidersklasse, de grootste arbeidersklasse ter wereld, die een groeiende kracht is en haar enorme macht zal gebruiken om de wereld op haar grondvesten te doen schudden.

Wat denken jullie over Noord-Korea?

Noord-Korea valt in dezelfde categorie als de gedegenereerde Sovjet-Unie en Mao's China. Als voorstanders van arbeidersdemocratie over de economie en de samenleving, moge het duidelijk zijn dat we geen voorstanders zijn van de heerschappij van Kim Jong-un en de bureaucratische kliek om hem heen.

Dat betekent echter niet dat wij steun geven aan imperialistische oorlogsdreigingen of pogingen om het kapitalisme in te voeren. Zoals we hebben gezien in voormalige planeconomieën, is de terugkeer naar kapitalisme een proces dat samengaat met werkloosheid, corruptie, het ontstaan van een maffia, de opkomst van religieus fundamentalisme, prostitutie en uitzichtloosheid.

Met de pogingen van Noord-Korea om zich meer te openen naar de rest van de wereld, zullen we zien hoe kapitalistische bedrijven toegang krijgen tot goedkope Noord-Koreaanse arbeid, terwijl de controle in handen blijft van de Noord-Koreaanse bureaucratie, die zichzelf in dit proces zal willen verrijken.

In deze situatie is het de taak van marxisten in Zuid-Korea om van de grotere openheid gebruik te maken om te vechten voor eenheid van Zuid- en Noord-Koreaanse arbeiders, tegen de Zuid-Koreaanse kapitalisten en Noord-Koreaanse bureaucraten, voor hereniging op basis van een democratisch socialistisch programma.

Bewijst de crisis in Venezuela niet opnieuw het falen van het socialisme?

De crisis in Venezuela wordt door oppervlakkige commentatoren gebruikt als nieuw 'bewijs' voor het 'falen van socialisme'. Deze commentatoren kijken echter nooit naar wat er werkelijk aan de hand is in het Zuid-Amerikaanse land.

Onder de Bolivariaanse Revolutie van Hugo Chávez begon er een periode van progressieve politiek, waarbij de massa's betrokken werden bij sociale projecten om gezondheidszorg en onderwijs beschikbaar te maken voor iedereen, waar de armoede halveerde en analfabetisme uitgeroeid werd. Daarnaast waren er belangrijke initiatieven van onderop, zoals vele fabrieksbezettingen door arbeiders die zelf de macht over wilden nemen van de eigenaren die deze fabrieken wilden sluiten.

In 2004 verklaarde Chávez zich voorstander van 'socialisme voor de 21e eeuw', waarin hij duidelijk afstand nam van het stalinisme van de 20e eeuw. Hij voerde vele belangrijke hervormingen door, steunde initiatieven van onderop, maar maakte de transitie nooit af. De private sector bleef de economie domineren, waaronder de media en de voedselproductie en -distributie. Het oude corrupte staatsapparaat staat nog steeds overeind en saboteert initiatieven van fabrieksraden en gemeenschapsraden.

Na Chávez' dood in 2013 is president Maduro enkel bezig geweest om de verworvenheden langzaam weer terug te draaien. De daling van de olieprijs betekent dat de sociale programma's onder druk staan en dat er niet genoeg voedsel en medicijnen meer geïmporteerd worden. In plaats van de saboterende private sector aan te pakken, wordt er geld bijgedrukt (waardoor er enorme inflatie ontstaat) en zoekt Maduro naar onmogelijke compromissen. Dit alles versterkt de pro-kapitalistische rechterzijde. De enige oplossing is een radicale zwaai naar links vanuit de revolutionaire lagen van de Bolivariaanse beweging, om de revolutie af te maken. Niet het socialisme heeft gefaald, maar de poging om het kapitalisme in de belangen van de meerderheid te laten werken.


 

Appendix 1: Wie was Karl Marx?

Karl Marx werd geboren op 5 mei 1818 te Trier. Zijn vader was een joodse advocaat die zich in 1824 bekeerde tot het protestantisme. Na het beëindigen van zijn schooltijd op het Gymnasium van Trier trok Marx naar de universiteit, eerst in Bonn en later in Berlijn, waar hij rechten, geschiedenis en filosofie ging studeren. Marx beëindigde zijn universitaire studies in 1841 op basis van een eindverhandeling over de filosofie van Epicurus. Tijdens deze periode beschouwde Marx zichzelf nog als een 'hegeliaanse idealist'. Hij maakte deel uit van een groep van 'linkse hegelianen' die probeerden om atheïstische en revolutionaire conclusies uit Hegels filosofie te trekken.

Nadat hij afgestudeerd was aan de universiteit van Berlijn verhuisde hij naar Bonn, waar hij hoopte om benoemd te worden als professor. Door het reactionaire beleid van de toenmalige Duitse regering werd de leerstoel van de jong-hegeliaan Ludwich Feuerbach afgenomen in 1832. Toen Bruno Bauer in 1841 verboden werd om nog les te geven aan de universiteit van Bonn, verloor Marx alle hoop op een academische carrière. Het was in deze omstandigheden dat de denkbeelden van de linkse hegelianen een snelle opmars kenden in het toenmalige Duitsland. Feuerbach begon de theologie fel te bekritiseren en richtte zich in toenemende mate naar het materialisme.

In 1843 werden Feuerbachs Principes van de filosofie van de toekomst gepubliceerd, wat een enorm effect had op de toenmalige linkse hegelianen. Friedrich Engels bijvoorbeeld schreef hierover: “Wij (de linkse hegelianen) vervoegden allen op slag het kamp van Feuerbach.” Tezelfdertijd werd door enkele radicale bourgeois die in contact stonden met de linkse hegelianen, een oppositiekrant opgestart te Keulen, de Rheinische Zeitung genaamd. Marx en Bruno Bauer werden gevraagd om redacteur te worden. Vanaf oktober 1842 werd Marx hoofdredacteur en verhuisde hij van Bonn naar Keulen. Onder de redactie van Marx ontwikkelde de Rheinische Zeitung meer en meer een revolutionair-democratische toon, wat een doorn in het oog was van de toenmalige Duitse regering. De krant werd steeds meer het slachtoffer van repressie. Marx werd eerst verplicht om ontslag te nemen als hoofdredacteur en op 1 januari 1843 werd de Rheinische Zeitung zelfs verboden.

In 1843 trouwde Marx te Kreuznach met een vroegere jeugdvriendin waarmee hij reeds verkeerde tijdens zijn studies. Zijn vrouw kwam uit een reactionaire Pruisische adellijke familie. Haar broer werd minister van Binnenlandse Zaken van Pruisen tijdens de reactionaire periode van 1850-1858.

 

Tijdens de herfst van 1843 verhuisde Marx vervolgens naar Parijs om daar, samen met Arnold Ruge, een radicale krant uit te geven. Van deze krant, de Deutsch-Franzözische Jahrbücher verscheen slechts één uitgave, te wijten aan allerlei moeilijkheden om ze in Duitsland te verspreiden en door meningsverschillen tussen Marx en Ruge. De artikels die Marx in deze uitgave publiceerde, tonen wel aan dat hij reeds een revolutionair was die een niets ontziende kritiek uitoefende op de bestaande orde en die zich richtte naar de massa's en het proletariaat.

In september 1844 kwam Friedrich Engels naar Parijs, waar de twee elkaar ontmoetten. Beiden namen actief deel aan het werk van de verschillende revolutionaire groepen in Parijs en voerden strijd tegen de doctrines van het kleinburgerlijke socialisme. In deze periode kenden de ideeën van Proudhon nog veel aanhang, maar Marx zette zich hiertegen af in zijn Armoede van de Filosofie, gepubliceerd in 1847. Marx en Engels probeerden, in tegenstelling tot het kleinburgerlijke socialisme van Proudhon, een revolutionair proletarisch socialisme of communisme uit te werken.

Op uitdrukkelijk verzoek van de Pruisische regering werd Marx in 1845 als een gevaarlijke revolutionair verbannen uit Parijs en verhuisde hij naar Brussel. In de lente van 1847 sloten Marx en Engels zich daar aan bij een geheime vereniging: de Bond der Communisten. Zij speelden een belangrijke rol in het tweede congres van de Communistenbond in november 1847 te Londen, op wiens verzoek zij in februari 1848 het Communistisch Manifest publiceerden. Dit werk legde de basis voor een nieuw dialectisch materialistisch wereldbeeld.

Bij het uitbreken van de revolutie van 1848 werd Marx verbannen uit België. Hij keerde terug naar Parijs. Na de revolutie van maart keerde hij terug naar Keulen, waar hij hoofdredacteur werd van de Neue Rheinische Zeitung. De revolutionaire gebeurtenissen van 1948-49 vormden een bevestiging van de theorieën die werden aangehaald in het Communistisch Manifest. Tijdens de contrarevolutie die volgde op het mislukken van de gebeurtenissen van 1848-49, werd Marx aanvankelijk aangeklaagd, maar wel vrijgesproken op 9 februari 1849 en uiteindelijk verbannen uit Duitsland op 16 mei 1849. Marx keerde eerst terug naar Parijs, maar werd ook hier verbannen na de betoging van 13 juni 1849. Uiteindelijk vestigde hij zich in Londen, waar hij leefde tot aan zijn dood.

Zijn leven als een politiek vluchteling was een uitzonderlijk hard leven, wat duidelijk tot uiting komt in de briefwisseling tussen Marx en Engels. Hij en zijn familie werden voortdurend bedreigd door armoede, en indien Engels hem niet herhaaldelijk gesteund zou hebben met financiële hulp zou Marx hoogstwaarschijnlijk niet in staat geweest zijn om onder andere Het Kapitaal af te maken. Marx ontwikkelde zijn materialistische theorie in een aantal historische werken, waarbij hij zich vooral wijdde aan de studie van de politieke economie.

Door de heropleving van democratische tendensen tijdens de jaren '50 en '60 van de 19e eeuw, ging Marx opnieuw meer aandacht besteden aan de praktijk. Op 28 september 1864 werd de 'International Working Men's Association' opgericht te Londen (de Eerste Internationale). Marx maakte deel uit van het hart van deze organisatie en was auteur van een heleboel resoluties, verklaringen en manifesten. In zijn pogingen om de arbeidersbeweging te verenigen, probeerde hij een uniforme tactiek uit te werken voor de strijd van de arbeidersbeweging in de verschillende landen. Na het falen van de Parijse Commune in 1871 stelde Marx dat een internationale arbeidersorganisatie niet enkel in Europa kon bestaan. Na het Congres van Den Haag in 1871 stelde hij dan ook dat de tijd rijp was voor de ontwikkeling van de arbeidersbeweging in alle delen van de wereld. Dit was de periode dat de arbeidersbeweging in omvang groeide, wat zich uitte in de ontwikkeling van socialistische massapartijen.

Marx' gezondheid werd echter ondermijnd door het werk dat hij leverde voor de Internationale en door zijn theoretisch werk. Toch werkte hij voort aan het uitdenken van een nieuw kader voor de politieke economie en aan het volbrengen van Het Kapitaal, waarvoor hij nieuw materiaal ging verzamelen en een aantal vreemde talen bestudeerde (o.a. Russisch). Zijn slechte gezondheid verhinderde hem echter om Het Kapitaal af te maken. Marx' vrouw stierf op 2 december 1881 en Marx' leven eindigde op 14 maart 1883. Hij ligt begraven naast zijn vrouw op het Highgate Cemetary in London.

Appendix 2: Wie was Friedrich Engels?

Op 5 augustus 1895 stierf Friedrich Engels te Londen. Na Marx was Engels de voornaamste verdediger van het moderne proletariaat in de ontwikkelde wereld. Vanaf het moment dat de twee elkaar ontmoetten, wijdden zij hun leven aan een gemeenschappelijk doel.

Friedrich Engels werd in 1820 geboren in Barmen in het koninkrijk Pruisen. In 1838 werd Engels door familiale omstandigheden verplicht om, zonder zijn studies af te maken, in Bremen te gaan werken als klerk. Dit weerhield hem er echter niet van om zichzelf wetenschappelijk en politiek te blijven scholen. In die periode domineerden de ideeën van Hegel en de Duitse filosofie, en Engels werd een aanhanger van Hegel. Hoewel Hegel een aanhanger was van de autocratische Pruisische staat, waren Hegels ideeën revolutionair te noemen. Hegel geloofde in de rede van de mens en in zijn rechten. De fundamentele these van de hegeliaanse filosofie, namelijk dat het universum een voortdurend proces van verandering en ontwikkeling doormaakt, leidde sommigen tot het idee dat de strijd tegen de bestaande orde deel uitmaakt van die ontwikkeling. Immers, als alle dingen zich ontwikkelen, als bepaalde instituties plaats maken voor andere, waarom zou de verrijking van een kleine minderheid ten koste van de overgrote meerderheid dan voor altijd moeten voortduren?

Hegels filosofie was echter in hoofdzaak gericht op de ontwikkeling van de geest en van ideeën. Het was een idealistische filosofie. Vanuit de ontwikkeling van de geest wordt de ontwikkeling van de natuur, van de mens en van de sociale relaties afgeleid. Marx en Engels behielden Hegels idee van een voortdurend proces van ontwikkeling, maar zij verwierpen het idealistische wereldbeeld. Volgens hen was het niet de ontwikkeling van de geest die de ontwikkeling van de natuur verklaart, maar omgekeerd; de ontwikkeling van de geest moet juist afgeleid worden uit de ontwikkeling van de natuur, uit de ontwikkeling van materie. In tegenstelling tot Hegel waren Marx en Engels materialisten. Zij bekeken de wereld vanuit een materialistisch wereldbeeld en stelden dat net zoals materiële oorzaken aan de oorsprong liggen van alle natuurlijke fenomenen, ook de ontwikkeling van de menselijke samenleving bepaald wordt door de ontwikkeling van de materiële krachten, de productiekrachten. De ontwikkeling van de productiekrachten is bepalend voor de relaties die mensen onderling aangaan bij de productie van die zaken die nodig zijn voor de bevrediging van de menselijke noden. Deze relaties zijn op hun beurt bepalend voor alle fenomenen van het sociale leven, voor de menselijke aspiraties en voor de ideeën en de wetten. De ontwikkeling van de productieve krachten creëert sociale relaties die gebaseerd zijn op privé-eigendom, maar we zien ook dat dezelfde ontwikkeling van de productieve krachten ervoor zorgt dat het grootste deel van de private eigendom gecontroleerd wordt door slechts een kleine minderheid van de mensen.

Socialisten moeten dan gaan kijken welke krachten in de maatschappij gebaat zijn bij het tot stand komen van het socialisme. Zij proberen deze krachten bewust te maken van hun eigen belangen en hun eigen historische taak. Een dergelijke maatschappelijke kracht is het proletariaat. Friedrich Engels leerde het proletariaat kennen in Engeland, in het hart van de Engelse industrie, Manchester, waar hij zich in 1842 vestigde. Hij ging er werken in het bedrijf waar zijn vader aandeelhouder was. Engels besteedde er zijn tijd niet alleen binnen de muren van het bedrijf, maar verkende ook de achterbuurten waar de arbeiders opeengepakt leefden. Daar aanschouwde hij met eigen ogen hun armoede en ellende. Bovendien beperkte hij zich niet tot persoonlijke observaties, maar bestudeerde hij alles van wat er tot dan gepubliceerd was over de toestand van de Britse arbeidersklasse. Die studies leidden uiteindelijk tot het boek dat gepubliceerd werd in 1845: De toestand van de arbeidersklasse in Engeland. Vóór Engels was het lijden van het proletariaat reeds herhaaldelijk beschreven en was er meermaals gewezen op de noodzaak om de arbeidersklasse te helpen. Engels was echter de eerste om te stellen dat de arbeidersklasse niet alleen een lijdend voorwerp was, maar dat het juist de slechte economische omstandigheden van de arbeidersklasse zijn die hen er toe drijft om te vechten voor emancipatie. En een strijdend proletariaat helpt zichzelf. De politieke beweging van de arbeidersklasse zal er onvermijdelijk toe leiden dat de arbeiders gaan beseffen dat hun emancipatie in het socialisme te vinden is. Anderzijds zal het socialisme slechts een kracht kunnen worden wanneer dit het doel wordt van de politieke strijd van de arbeidersklasse.

Deze en andere ideeën werden door Engels beschreven in zijn boek over de omstandigheden van de arbeidersklasse in Engeland. In die zin was het boek een enorme aanklacht tegen het kapitalisme en tegen de bourgeoisie. Noch voor 1845, en in feite ook niet meer erna, werd er zo een treffende beschrijving gegeven van het lijden en de armoede van de arbeidersklasse.

Het was pas wanneer Engels naar Engeland verhuisde dat hij een socialist werd. In Manchester kwam hij in contact met mensen die actief waren in de Engelse arbeidersbeweging. In diezelfde periode begon hij ook artikels te schrijven voor allerhande socialistische publicaties. Toen hij in 1844 op terugreis was naar Duitsland, leerde Engels in Parijs Marx kennen, met wie hij reeds correspondeerde. In Parijs, onder de invloed van de Franse socialisten, was Marx ook al socialist geworden. Beide vrienden schreven hier een boek: De Heilige Familie. Dit boek, dat een jaar voor De toestand van de arbeidersklasse in Engeland verscheen en dat voor het grootste deel door Marx was geschreven, bevatte de basis van het materialistische, revolutionaire socialisme. 'De heilige familie' wordt in het boek gebruikt als metafoor voor de gebroeders Bauer en hun volgelingen. Deze filosofische stroming verdedigde een kritiek die boven alle realiteit stond en dus boven alle partijen en alle politiek. Het was een kritiek die boven alle praktische activiteit stond en die enkel de wereld en de gebeurtenissen die daarin plaatsvonden op een kritische manier bekeek. Bovendien beschouwden de gebroeders Bauer het proletariaat als een onkritische massa. Marx en Engels kantten zich duidelijk tegen deze absurde denkstroming. In naam van reële mensen, met name de arbeiders, eisten zij een strijd voor een betere maatschappelijke orde. Zij zagen het proletariaat als een kracht die in staat is om deze strijd te voeren.

Reeds voor het verschijnen van De heilige familie had Engels al een aantal zaken gepubliceerd in Marx' en Ruges Deutsch-Franzosische Jahrbücher. Het ging meerbepaald over enkele kritische essays over politieke economie waarin hij de voornaamste fenomenen van de hedendaagse economische orde vanuit een socialistisch standpunt onderzocht. Volgens hem waren de voornaamste kenmerken van de hedendaagse economische orde het gevolg van de heerschappij van de private eigendom.

Het contact met Engels was ongetwijfeld een belangrijke factor in Marx' beslissing om eveneens politieke economie te gaan studeren. De politieke economie was immers de wetenschap waarbinnen Marx' werk een enorme revolutie heeft teweeggebracht.

Tussen 1845 en 1847 leefde Engels in Parijs en Brussel, waar hij wetenschappelijk werk combineerde met praktische activiteiten onder de Duitse arbeiders die in Brussel en Parijs leefden. Hier kwamen Marx en Engels in contact met de geheime Duitse Communistenbond, waarvoor zij de principes van het socialisme die zij hadden uitgewerkt, op papier zetten. Dit was het Manifest van de Communistische Partij, dat gepubliceerd werd in 1848. Dit kleine boekje bewijst tot op vandaag zijn enorme waarde en vormt nog steeds een belangrijke inspiratie en een leidraad voor het proletariaat van de gehele wereld.

De revolutie van 1848, die het eerst uitbrak in Frankrijk en zich dan verspreidde over de rest van West-Europa, bracht Marx en Engels terug naar hun moederland. Daar namen zij deel aan de democratische Neue Rheinische Zeitung, die gepubliceerd werd in Keulen. De twee vrienden bevonden zich in het hart van de revolutionair-democratische beweging. Zij vochten voor de verdediging van de vrijheid en de belangen van de mensen, tegen de krachten van de reactie. De Neue Rheinische Zeitung werd echter verboden en Marx, die tijdens zijn voorgaande ballingschap de Pruisische nationaliteit reeds was afgenomen, werd gedeporteerd. Engels nam deel aan een gewapende opstand en vluchtte, na de nederlaag van de rebellen, via Zwitserland naar Londen.

Ook Marx vestigde zich in Londen. Engels ging opnieuw aan het werk in het bedrijf van zijn vader in Manchester en werd er zelfs aandeelhouder. In hun correspondentie wisselden zij allerhande ideeën uit en werkten zij verder aan de ontwikkeling van de ideeën van het wetenschappelijk socialisme.

In 1870 keerde Engels terug naar Londen, waar hij de samenwerking met Marx voortzette tot aan de dood van Marx in 1883. Marx werkte hierbij vooral aan de analyse van de complexe fenomenen van de kapitalistische economie en Engels besteedde zijn aandacht vooral aan meer algemene wetenschappelijke problemen zoals de materialistische opvatting van de geschiedenis. Enkele van Engels' belangrijkste werken zijn Anti-Dühring; De oorsprong van het gezin, van de particuliere eigendom en van de staat; Ludwich Feuerbach en een aantal artikels over maatschappelijke kwesties van allerlei aard. Karl Marx stierf voordat hij de laatste hand kon leggen aan zijn werk over Het Kapitaal. Het voorbereidende werk was echter grotendeels volbracht, en na de dood van Marx nam Engels de taak op zich om het tweede en derde deel van Het Kapitaal af te maken en te publiceren. Adler, een Oostenrijkse sociaal-democraat, merkte hierover op dat door deel II en III van Het Kapitaal te publiceren, Engels ervoor gezorgd heeft dat Marx niet alleen een monument is geworden, maar beschouwd kan worden als een genie zonder voorgaande.

Na de revolutie van 1848-49, toen Marx en Engels in ballingschap leefden, beperkten zij zich niet alleen tot wetenschappelijk onderzoek. Marx speelde in 1864 een vooraanstaande rol bij de oprichting van de International Working Men's Association en leidde deze vereniging gedurende meer dan een decennium. Ook Engels nam actief deel aan deze activiteit. Het werk van de International Working Men's Association was er op gericht om, in overeenkomst met Marx' ideeën, de arbeidersklasse over de hele wereld te verenigen. Maar zelfs nadat de International Association werd opgedoekt tijdens de jaren '70 van de 19e eeuw, hield de rol van Marx en Engels niet op. Men kan zelfs stellen dat hun invloed als intellectuele leiders van de arbeidersklasse toenam naarmate de arbeidersbeweging zelf groeide in omvang.

Na de dood van Marx werkte Engels alleen voort als leider van de Europese socialisten. Zijn advies en zijn aanwijzingen werden vooral gevolgd door de Duitse socialisten, die ondanks harde repressie vanwege de regering snel aan invloed wonnen en in omvang toenamen. Ook onder meer de Spaanse, Roemeense en Russische arbeiders deden veelvuldig een beroep op de rijke kennis en de ervaring van de oude Friedrich Engels.

Zowel Marx als Engels waren democraten, maar vooral socialisten. De democratische afkeer voor politiek despotisme was bij beiden in grote mate aanwezig. Dit direct politieke gevoel, gecombineerd met een ontwikkeld theoretisch begrip van het verband tussen politiek despotisme en economische onderdrukking, leidde tot hun ongewone politieke activiteit.

Marx en Engels, die beiden Russisch spraken, interesseerden zich in grote mate in de ontwikkeling van een revolutionaire beweging in Rusland. Zij hadden de grootste sympathie voor de heroïsche strijd van een handvol Russische revolutionairen tegen het machtige tsaristische regime. Meer nog, beiden zagen duidelijk in dat een politieke revolutie in Rusland van uitermate belang zou zijn voor de West-Europese arbeidersbeweging. Autocratisch Rusland was steeds een voorbeeld geweest voor de Europese reactionaire regimes in het algemeen, en de uitzonderlijke internationale positie van Rusland na de Frans-Duitse oorlog van 1870 bevestigde het belang van autocratisch Rusland alleen maar. Enkel een vrij Rusland, een Rusland dat geen belang meer had bij de onderdrukking van Polen, Finnen, Duitsers, Armeniërs en vele anderen, zou ervoor kunnen zorgen dat de rest van Europa zich bevrijdde van de reactionaire elementen en zou de Europese arbeidersklasse in belangrijke mate versterken.

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter