Lees nu onze nieuwe Nederlandse vertaling van Leon Trotski's klassieke tekst, geschreven in 1937!
Reactionaire tijdperken zoals het onze leiden niet alleen tot het uiteenvallen en verzwakken van de arbeidersklasse en het isoleren van haar voorhoede, maar verlagen ook het algemene ideologische niveau van de beweging en werpen het politieke denken terug naar lang vervlogen stadia. In deze omstandigheden is de taak van de voorhoede allereerst om zich niet mee te laten slepen door de terugstroom: zij moet tegen de stroom in zwemmen. Als een ongunstige krachtsverhouding haar verhindert de veroverde politieke posities te behouden, moet ze op z’n minst haar ideologische posities behouden, omdat daarin de duur betaalde ervaring van het verleden tot uiting komt. Dwazen zullen deze politiek als ‘sektarisch’ beschouwen. In werkelijkheid is het de enige manier om zich voor te bereiden op een nieuwe reuzensprong voorwaarts met de komende historische vloedgolf.
De reactie tegen het marxisme en het bolsjewisme
Grote politieke nederlagen zetten aan tot een heroverweging van waarden, die doorgaans in twee richtingen verloopt. Enerzijds verdedigt de ware voorhoede, verrijkt door de ervaring van de nederlaag, met hand en tand de erfenis van het revolutionaire gedachtegoed en streeft zij er op die basis naar om nieuwe kaders te vormen voor de komende massastrijd. Anderzijds doen de routinedenkers, centristen en amateurs – geschrokken van de nederlaag – hun best om het gezag van de revolutionaire traditie te vernietigen en gaan ze achteruit in hun zoektocht naar een ‘Nieuwe Wereld’.
Men zou talrijke voorbeelden kunnen noemen van ideologische reactie, die meestal de vorm aannemen van verslagenheid. Alle literatuur van de Tweede en Derde Internationales, evenals die van hun satellieten van het Londense Bureau,1 bestaat in wezen uit zulke voorbeelden. Geen enkele suggestie ook maar van een marxistische analyse. Geen enkele serieuze poging om de oorzaken van de nederlaag te verklaren. Over de toekomst, geen enkel vernieuwend woord. Niets dan clichés, conformiteit, leugens en bovenal zorg voor hun eigen bureaucratische zelfbehoud. Het volstaat om tien woorden van een Hilferding of Otto Bauer2 te ruiken om deze bedorvenheid te herkennen. De theoretici van de Komintern zijn niet eens het vermelden waard. De beroemde Dimitrov3 is even onwetend en banaal als een winkelier met een pul bier. De geesten van deze mensen zijn te lui om het marxisme af te zweren: ze verkwanselen het. Maar onze interesse gaat nu niet uit naar hen. Laten we ons richten op de ‘vernieuwers’.
De voormalige Oostenrijkse communist Willi Schlamm4 heeft een klein boekje gewijd aan de Moskouse processen,5 met de sprekende titel Dictatuur der leugen. Schlamm is een begaafd journalist, die zich vooral interesseert voor actualiteiten. Zijn kritiek op de Moskouse vervalsingen en zijn onthulling van het psychologische mechanisme achter de ‘vrijwillige bekentenissen’ zijn uitstekend. Hij beperkt zich echter niet tot dit onderwerp: hij wil een nieuwe theorie over het socialisme ontwikkelen die ons in de toekomst tegen nederlagen en vals spel zou moeten beschermen. Maar aangezien Schlamm geenszins een theoreticus is en blijkbaar niet goed bekend is met de ontwikkelingsgeschiedenis van het socialisme, keert hij volledig terug naar het pre-marxistische socialisme en met name naar de Duitse variant daarvan, d.w.z. de meest achtergebleven, sentimentele en kleffe variant. Schlamm hekelt de dialectiek en de klassenstrijd, om nog maar te zwijgen van de dictatuur van het proletariaat. Het vraagstuk van de transformatie van de samenleving wordt voor hem teruggebracht tot de verwezenlijking van bepaalde ‘eeuwige’ morele waarheden waarmee de mensheid doordringd zou moeten worden, zelfs onder het kapitalisme. Willi Schlamms pogingen om het socialisme te redden door de toevoeging van de morele klier, worden met vreugde en trots begroet in Kerenski's6 tijdschrift Novaya Rossia (een oud provinciaal Russisch tijdschrift dat nu in Parijs wordt uitgegeven); zoals de redactie terecht concludeert, is Schlamm tot de principes van het ware Russische socialisme gekomen, dat lang geleden de heilige voorschriften van geloof, hoop en naastenliefde tegenover de soberheid en hardheid van de klassenstrijd plaatste. De ‘nieuwe’ leer van de Russische ‘sociaal-revolutionairen’ betekent in haar ‘theoretische’ uitgangspunten slechts een terugkeer naar het Duitsland van vóór Maart 1848! Het zou echter oneerlijk zijn om van Kerenski een diepgaandere kennis van de ideeëngeschiedenis te verlangen dan van Schlamm. Veel belangrijker is het feit dat Kerenski, die solidair is met Schlamm, als regeringsleider de aanstichter was van de vervolging van de bolsjewieken als agenten van de Duitse generale staf: hij organiseerde dus dezelfde vervalsingen waartegen Schlamm nu zijn achterhaalde metafysische absoluten mobiliseert.
Het psychologische mechanisme achter de ideologische reactie van Schlamm en zijn soortgenoten is helemaal niet ingewikkeld. Deze mensen hebben een tijdlang deelgenomen aan een politieke beweging die zwoer bij de klassenstrijd en zich, in woorden althans, schaarde achter het dialectisch materialisme. Zowel in Oostenrijk als in Duitsland liep deze zaak uit op een catastrofe. Schlamm trekt daaruit de algemene conclusie: dit is het resultaat van de dialectiek en de klassenstrijd! En aangezien de keuze van openbaringen beperkt wordt door historische ervaring en... persoonlijke kennis, stuit onze hervormer in zijn zoektocht naar het verlossende woord op een hoop oude vodden die hij niet alleen dapper tegenover het bolsjewisme, maar ook tegenover het marxisme plaatst.
Op het eerste gezicht lijkt Schlamms soort ideologische reactie te primitief (van Marx... naar Kerenski!) om bij stil te staan. Maar eigenlijk is ze heel leerzaam: juist door haar primitiviteit geeft ze uitdrukking aan de gemene deler van alle andere vormen van reactie, vooral degene die tot uiting komen in een algehele veroordeling van het bolsjewisme.
‘Terug naar het marxisme’?
Het marxisme vond zijn hoogste historische uitdrukking in het bolsjewisme. Onder het vaandel van het bolsjewisme werd de eerste overwinning van het proletariaat behaald en de eerste arbeidersstaat opgericht. Geen macht op aarde kan deze feiten nu nog uit de geschiedenis wissen. Maar aangezien de Oktoberrevolutie heeft geleid tot het huidige stadium waarin de bureaucratie kon zegevieren, met haar systeem van onderdrukking, plundering en vervalsing – de ‘dictatuur der leugen’, om Schlamms treffende uitdrukking te gebruiken – komen veel formalistische en oppervlakkige geesten tot een voorbarige conclusie: men kan niet tegen het stalinisme strijden zonder het bolsjewisme af te zweren. Schlamm gaat, zoals we al weten, nog verder: het bolsjewisme, dat ontaardde in het stalinisme, is zelf voortgekomen uit het marxisme; daarom kan men het stalinisme niet bestrijden zolang men vasthoudt aan de grondbeginselen van het marxisme. Anderen, die minder consequent maar talrijker zijn, zeggen juist het tegenovergestelde: “We moeten het bolsjewisme weer terugbrengen naar het marxisme.” Hoe? Naar welk marxisme? Voordat het marxisme in de vorm van het bolsjewisme ‘failliet’ ging, was het al in de vorm van de sociaaldemocratie in elkaar gestort. Betekent de slogan ‘Terug naar het marxisme’ dan een sprong over de periodes van de Tweede en Derde Internationales... terug naar de Eerste Internationale? Maar ook die stortte destijds in. Uiteindelijk gaat het dus om een terugkeer naar de verzamelde werken van Marx en Engels. Men kan deze historische sprong volbrengen zonder zijn studeerkamer te verlaten en zelfs zonder zijn pantoffels uit te doen. Maar hoe gaan we van onze klassiekers (Marx stierf in 1883, Engels in 1895) naar de taken van een nieuw tijdperk, waarbij we enkele decennia van theoretische en politieke strijd – waaronder het bolsjewisme en de Oktoberrevolutie – buiten beschouwing laten? Niemand van degenen die voorstellen om het bolsjewisme als een historisch failliete tendens af te zweren, heeft een andere koers voorgesteld. De vraag komt dus neer op het simpele advies om Het Kapitaal te bestuderen. Daar kunnen we moeilijk bezwaar tegen maken. Maar ook de bolsjewieken bestudeerden Het Kapitaal, en niet slecht ook. Dit kon echter de degeneratie van de Sovjetstaat en het in scène zetten van de Moskouse processen niet voorkomen. Wat moet er dan gebeuren?
Is het bolsjewisme verantwoordelijk voor het stalinisme?
Is het waar dat het stalinisme het logische voortvloeisel is van het bolsjewisme, zoals alle reactionairen blijven beweren, zoals Stalin zelf verklaart, zoals de mensjewieken, de anarchisten en bepaalde – zichzelf als marxistisch beschouwende – linkse dogmatici geloven? “We hebben dit altijd al voorspeld,” zeggen ze. “De Oktoberrevolutie, die begon met het verbieden van andere socialistische partijen, het onderdrukken van de anarchisten en het instellen van de bolsjewistische dictatuur binnen de sovjets, kon alleen maar uitmonden in de dictatuur van de bureaucratie. Stalin is de voortzetting en tegelijkertijd het failliet van het leninisme.”
De fout in deze redenering begint bij het stilzwijgend gelijkstellen van het bolsjewisme, de Oktoberrevolutie en de Sovjet-Unie. Het historische proces van strijd tussen vijandige krachten wordt vervangen door de evolutie van het bolsjewisme in een vacuüm. Het bolsjewisme is echter slechts een politieke stroming die nauw verbonden is met de arbeidersklasse, maar niet identiek aan haar is. En naast de arbeidersklasse zijn er in de Sovjet-Unie honderd miljoen boeren, diverse nationaliteiten en een erfenis van onderdrukking, ellende en onwetendheid. De door de bolsjewieken opgebouwde staat weerspiegelt niet alleen het denken en de wil van het bolsjewisme, maar ook het culturele niveau van het land, de sociale samenstelling van de bevolking, en de druk van een barbaars verleden en een niet minder barbaars wereld-imperialisme. Wie het degeneratieproces van de Sovjetstaat afschildert als de evolutie van het zuivere bolsjewisme, negeert de sociale realiteit in naam van slechts één van haar – door zuivere logica geïsoleerde – elementen. Men hoeft deze elementaire fout alleen maar bij zijn ware naam te noemen om elk spoor ervan uit te wissen.
Het bolsjewisme heeft zich in ieder geval nooit vereenzelvigd met de Oktoberrevolutie of met de daaruit voortgekomen Sovjetstaat. Het bolsjewisme beschouwde zichzelf als een van de factoren van de geschiedenis, als de ‘bewuste’ factor – een uiterst belangrijke, maar niet doorslaggevende factor. We hebben ons nooit schuldig gemaakt aan historisch subjectivisme. We zagen de beslissende factor – op basis van de bestaande productiekrachten – in de klassenstrijd, niet alleen op nationale maar ook op internationale schaal.
Toen de bolsjewieken concessies deden aan de drang van de boeren naar privébezit, strenge regels opstelden voor het lidmaatschap van de partij, de partij zuiverden van vreemde elementen, andere partijen verboden, de NEP7 invoerden, ondernemingen in concessie weggaven, of diplomatieke overeenkomsten sloten met imperialistische regeringen, trokken ze deelconclusies uit het fundamentele feit dat voor hen van het begin af aan theoretisch duidelijk was geweest: dat de verovering van de macht, hoe belangrijk die op zichzelf ook moge zijn, de partij geenszins verandert in een soevereine heerser over het historische proces. Door de staat over te nemen kan de partij zeker invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de samenleving, met een macht die voorheen buiten haar bereik lag, maar in ruil daarvoor onderwerpt zij zich aan een tien keer grotere invloed van alle andere elementen in de samenleving. Zij kan door een directe aanval van vijandige krachten uit de macht worden verdreven. Bij een trager ontwikkelingstempo kan zij van binnenuit degenereren, terwijl ze aan de macht blijft. Het is precies deze dialectiek van het historische proces die niet wordt begrepen door die sektarische logici die in het verval van de stalinistische bureaucratie een verpletterend argument tegen het bolsjewisme proberen te vinden.
In wezen zeggen deze heren: de revolutionaire partij die geen garantie biedt tegen haar eigen degeneratie is slecht. Aan de hand van zo'n criterium wordt het bolsjewisme natuurlijk veroordeeld: het bezit immers geen talisman. Maar het criterium zelf is verkeerd. Wetenschappelijk denken vereist een concrete analyse: hoe en waarom is de partij gedegenereerd? Tot op heden heeft niemand anders dan de bolsjewieken zelf zo'n analyse gegeven. Hiervoor hoefden ze niet te breken met het bolsjewisme. Integendeel, ze vonden in het arsenaal van het bolsjewisme alles wat ze nodig hadden om het lot ervan te verklaren. Ze kwamen tot de volgende conclusie: het stalinisme is weliswaar uit het bolsjewisme ‘voortgekomen’, niet op een logische, maar op een dialectische wijze; niet als een revolutionaire bevestiging, maar als een thermidoriaanse8 negatie ervan. Dat is absoluut niet hetzelfde.
De basisprognose van het bolsjewisme
De bolsjewieken hoefden echter niet te wachten op de Moskouse processen om het uiteenvallen van de regerende partij van de USSR te verklaren. Ze hadden deze ontwikkeling al lang geleden voorzien en spraken over de theoretische mogelijkheid ervan. Laten we de prognose van de bolsjewieken niet vergeten, niet alleen aan de vooravond van de Oktoberrevolutie, maar ook jaren daarvoor. De specifieke krachtsverhoudingen op nationaal en internationaal vlak kunnen het proletariaat in staat stellen om als eerste de macht te grijpen in een achtergebleven land als Rusland. Maar diezelfde krachtsverhoudingen maken van tevoren duidelijk dat zonder een min of meer snelle overwinning van het proletariaat in de geavanceerde landen, de arbeidersregering in Rusland niet zal overleven. Aan zijn lot overgelaten moet het Sovjetregime ofwel vallen ofwel degenereren. Nauwkeuriger gezegd: het zal eerst degenereren en dan vallen. Ik heb hier zelf meer dan eens over geschreven sinds 1905. In mijn Geschiedenis van de Russische Revolutie (zie de appendix bij het laatste deel: Socialisme in één land) zijn alle verklaringen over deze kwestie van de bolsjewistische leiders van 1917 tot 1923 verzameld. Ze komen allemaal neer op het volgende: zonder een revolutie in het Westen zal het bolsjewisme worden geliquideerd, hetzij door een binnenlandse contrarevolutie, hetzij door buitenlandse interventie, hetzij door een combinatie van beide. Lenin benadrukte keer op keer dat de bureaucratisering van het Sovjetregime geen technische kwestie was, maar het potentiële begin van de degeneratie van de arbeidersstaat.
Op het Elfde Partijcongres in maart 1922 sprak Lenin over de steun die bepaalde burgerlijke politici, met name de liberale professor Oestrialov, aan Sovjet-Rusland hadden gegeven ten tijde van de NEP. “Ik ben voor de steun aan de Sovjetmacht in Rusland”, zei Oestrialov, hoewel hij een Kadet,9 een bourgeois en een voorstander van de interventie was, “omdat zij de weg heeft ingeslagen die haar terug zal leiden naar een gewone burgerlijke staat”. Lenin geeft de voorkeur aan de cynische stem van de vijand boven “suikerzoete communistische kletspraat”. Nuchter en hard waarschuwt hij de partij voor het gevaar: "We moeten eerlijk zeggen dat de dingen waar Oestrialov over spreekt, mogelijk zijn. De geschiedenis kent allerlei soorten metamorfoses. Vertrouwen op vaste overtuigingen, loyaliteit en andere prachtige morele kwaliteiten is allesbehalve een serieuze houding in de politiek. Een paar mensen mogen dan wel over voortreffelijke morele kwaliteiten beschikken, maar historische kwesties worden beslist door de grote massa, die, als die paar mensen haar niet bevallen, hen soms niet al te beleefd behandelt." Kortom, de partij is niet de enige factor in de ontwikkeling en op bredere historische schaal niet de doorslaggevende factor.
“De ene natie verovert de andere,” vervolgde Lenin op hetzelfde congres, het laatste waaraan hij deelnam... "dat is eenvoudig en voor iedereen begrijpelijk. Maar wat gebeurt er met de cultuur van deze naties? Hier zijn de zaken niet zo eenvoudig. Als de veroverende natie meer ontwikkeld is dan de overwonnen natie, dringt de eerste haar cultuur op aan de tweede, maar als het omgekeerde het geval is, dringt de overwonnen natie haar cultuur op aan de veroveraar. Is zoiets niet gebeurd in de hoofdstad van de RSFSR? Zijn de 4.700 Communisten (bijna een gehele legerdivisie, en allen de allerbesten) onder invloed gekomen van een vreemde cultuur?" Dit werd gezegd in 1922, en niet voor het eerst. De geschiedenis wordt niet gemaakt door een klein aantal mensen, zelfs niet door ‘de besten’; en niet alleen dat: deze ‘besten’ kunnen degenereren in de geest van een vreemde, dat wil zeggen een burgerlijke cultuur. Niet alleen kan de Sovjetstaat de weg van het socialisme verlaten, maar ook de bolsjewistische partij kan onder ongunstige historische omstandigheden haar bolsjewisme verliezen.
Vanuit het duidelijke besef van dit gevaar ontstond de Linkse Oppositie, die definitief vorm kreeg in 1923. Dag in dag uit legde zij de symptomen van de degeneratie vast en probeerde ze zich met de bewuste wil van de proletarische voorhoede te verzetten tegen de groeiende Thermidor. Deze subjectieve factor bleek echter onvoldoende. De ‘grote massa’ die volgens Lenin de uitkomst van de strijd bepaalt, raakte vermoeid door de binnenlandse ontberingen en het te lange wachten op de wereldrevolutie. De stemming onder de massa verslechterde. De bureaucratie kreeg de overhand. Zij intimideerde de revolutionaire voorhoede, vertrapte het marxisme en verkwanselde de bolsjewistische partij. Het stalinisme zegevierde. In de vorm van de Linkse Oppositie brak het bolsjewisme met de Sovjet-bureaucratie en haar Komintern. Dit was het werkelijke verloop van de ontwikkeling.
Zeker, in formele zin is het stalinisme voortgekomen uit het bolsjewisme. Zelfs vandaag de dag noemt de Moskouse bureaucratie zichzelf nog steeds de bolsjewistische partij. Ze gebruikt simpelweg het oude etiket van het bolsjewisme om de massa beter voor de gek te kunnen houden. Des te zieliger zijn die theoretici die het omhulsel voor de kern houden en de schijn voor de werkelijkheid aanzien. Door het bolsjewisme en het stalinisme aan elkaar gelijk te stellen, bewijzen zij de thermidorianen de grootst mogelijke dienst en spelen zij juist daardoor een duidelijk reactionaire rol.
Gezien de verwijdering van alle andere partijen van het politieke toneel, moesten de tegenstrijdige belangen en tendensen van de verschillende lagen van de bevolking, in meer of mindere mate, hun uitdrukking vinden binnen de regerende partij. Naarmate het politieke zwaartepunt is verschoven van de proletarische voorhoede naar de bureaucratie, heeft de partij zowel haar sociale structuur als haar ideologie veranderd. Door de stormachtige ontwikkeling heeft zij in de afgelopen vijftien jaar een veel radicalere degeneratie ondergaan dan de sociaaldemocratie in een halve eeuw. De huidige zuivering trekt tussen het bolsjewisme en het stalinisme niet enkel een bloedige lijn, maar een hele rivier van bloed. De vernietiging van de gehele oudere generatie bolsjewieken, een belangrijk deel van de middelbare generatie die aan de burgeroorlog deelnam, en dat deel van de jeugd dat de bolsjewistische tradities het meest serieus nam, toont niet alleen een politieke, maar ook een door en door fysieke onverenigbaarheid tussen het bolsjewisme en het stalinisme. Hoe kan dit niet worden gezien?
Stalinisme en ‘staatssocialisme’
De anarchisten van hun kant proberen in het stalinisme het natuurlijke uitvloeisel te zien, niet alleen van het bolsjewisme en het marxisme, maar van het ‘staatssocialisme’ in het algemeen. Ze zijn bereid om Bakoenins patriarchale ‘federatie van vrije communes’ te vervangen door een modernere federatie van vrije sovjets. Maar net als voorheen zijn ze tegen een gecentraliseerde staatsmacht. Inderdaad, één tak van het ‘staats’-marxisme, de sociaaldemocratie, werd na haar machtsovername een openlijke handlanger van het kapitalisme. De andere tak bracht een nieuwe bevoorrechte kaste voort. Het is duidelijk dat de bron van het kwaad in de staat ligt. Vanuit een breed historisch oogpunt zit er een kern van waarheid in deze redenering. De staat is als dwangmiddel ongetwijfeld een bron van politieke en morele besmetting. Dit geldt, zoals de ervaring heeft geleerd, ook voor de arbeidersstaat. Daarom kan worden gesteld dat het stalinisme een product is van een maatschappij die nog niet in staat was zich te bevrijden uit het keurslijf van de staat. Maar deze stelling, die niets bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van het bolsjewisme en het marxisme, kenmerkt slechts het algemene niveau van de mensheid, en bovenal de krachtsverhoudingen tussen het proletariaat en de bourgeoisie. Hoewel we het met de anarchisten eens zijn dat de staat, zelfs de arbeidersstaat, een voortvloeisel is van klassenbarbarij en dat de echte menselijke geschiedenis zal beginnen met de afschaffing van de staat, zitten we nog steeds met die prangende vraag: welke wegen en methoden zullen uiteindelijk leiden tot de afschaffing van de staat? De recente ervaring leert ons dat het in ieder geval niet de methoden van het anarchisme zijn.
De leiders van de Spaanse Nationale Arbeidsconfederatie (CNT), de enige belangrijke anarchistische organisatie ter wereld, werden op het kritieke moment burgerlijke ministers.10 Ze verklaarden hun openlijke verraad aan de anarchistische theorie door de druk van ‘buitengewone omstandigheden’. Maar gebruikten de leiders van de Duitse sociaaldemocratie in hun tijd niet hetzelfde excuus? Natuurlijk is een burgeroorlog niet vreedzaam en gewoon, maar een ‘buitengewone omstandigheid’. Elke serieuze revolutionaire organisatie bereidt zich echter juist voor op ‘buitengewone omstandigheden’. De ervaring in Spanje heeft eens te meer aangetoond dat de staat kan worden ‘ontkend’ in boekjes die onder ‘gewone omstandigheden’ met toestemming van de burgerlijke staat worden uitgegeven, maar dat de omstandigheden van een revolutie geen ruimte laten voor de ontkenning van de staat: zij eisen juist de verovering van de staat. We hebben niet de minste intentie om de anarchisten te verwijten dat ze de staat niet met één pennenstreek hebben afgeschaft. Een revolutionaire partij is, zelfs als ze de macht heeft gegrepen (waar de anarchistische leiders ondanks de heldhaftigheid van de anarchistische arbeiders niet toe in staat waren), nog lang niet de soevereine heerser van de samenleving. Maar des te strenger veroordelen we de anarchistische theorie, die volkomen geschikt leek voor vredestijd, maar die snel moest worden losgelaten zodra de ‘buitengewone omstandigheden’ van de... revolutie waren begonnen. Vroeger waren er bepaalde generaals – en waarschijnlijk zijn die er nu nog steeds – die van mening waren dat oorlog het schadelijkst voor een leger was. Niet veel beter zijn die revolutionairen die klagen dat de revolutie hun leerstellingen vernietigt.
Marxisten zijn het volledig eens met de anarchisten wat betreft het einddoel: de afschaffing van de staat. Marxisten zijn alleen ‘staatsgezind’ in die zin dat men de afschaffing van de staat niet kan bereiken door deze simpelweg te negeren. De ervaring met het stalinisme weerlegt de leer van het marxisme niet, maar bevestigt deze juist door omkering. De revolutionaire leer, die het proletariaat leert zich correct te oriënteren in situaties en daar actief van te profiteren, biedt natuurlijk geen automatische garantie voor de overwinning. Maar de overwinning is alleen mogelijk door de toepassing van deze leer. Bovendien moet de overwinning niet worden gezien als een eenmalige gebeurtenis. Ze moet worden beschouwd in het perspectief van een historisch tijdperk. De eerste arbeidersstaat – op een lagere economische basis en omringd door het imperialisme – werd omgevormd tot de gendarmerie van het stalinisme. Maar het echte bolsjewisme begon een strijd op leven en dood tegen de gendarmerie. Om zichzelf in stand te houden, is het stalinisme nu gedwongen een directe burgeroorlog te voeren tegen het bolsjewisme onder de naam van het ‘trotskisme’, niet alleen in de USSR maar ook in Spanje. De oude bolsjewistische partij is dood, maar het bolsjewisme steekt overal de kop op.
Het stalinisme uit het bolsjewisme of het marxisme afleiden is hetzelfde als – in bredere zin – de contrarevolutie uit de revolutie afleiden. Het liberaal-conservatieve en later ook het reformistische denken is altijd gekenmerkt geweest door dit cliché. Door de klassenstructuur van de samenleving hebben revoluties altijd contrarevoluties voortgebracht. Wijst dit er niet op, vraagt de logicus zich af, dat er een innerlijke tekortkoming schuilt in de revolutionaire methode? Noch de liberalen, noch de reformisten zijn er echter tot nu toe in geslaagd een meer ‘economische’ methode uit te vinden. Maar hoewel het niet gemakkelijk is om het levende historische proces te rationaliseren, is het absoluut niet moeilijk om een rationele interpretatie te geven van zijn opeenvolgende golfbewegingen, en dus door zuivere logica het stalinisme af te leiden uit het ‘staatssocialisme’, het fascisme uit het marxisme, de reactie uit de revolutie, kortom, de antithese uit de these. Op dit gebied, net als op vele andere, is het anarchistische denken de gevangene van het liberale rationalisme. Werkelijk revolutionair denken is niet mogelijk zonder de dialectiek.
De politieke ‘zonden’ van het bolsjewisme als de bron van het stalinisme
De argumenten van de rationalisten nemen soms, althans in hun uiterlijke vorm, een concreter karakter aan. Zij leiden het stalinisme niet af uit het bolsjewisme als geheel, maar uit de politieke zonden ervan.
[Een van de meest typische vertegenwoordigers van dit soort denkbeelden is de Franse auteur van een boek over Stalin, Boris Souvarine.11 De materiële en documentaire aspecten van Souvarines werk zijn het resultaat van langdurig en nauwgezet onderzoek. De historische filosofie van de auteur verrast echter door haar platvloersheid. Om alle latere historische tegenslagen te verklaren, zoekt hij naar interne oorzaken binnen het bolsjewisme. De invloed van de werkelijke omstandigheden van het historische proces op het bolsjewisme bestaat voor hem niet. Zelfs de heer Taine12 staat met zijn theorie van het ‘milieu’ dichter bij Marx dan Souvarine.]
De bolsjewieken hebben – volgens Gorter, Pannekoek, bepaalde Duitse ‘spartakisten’13 en anderen – de dictatuur van het proletariaat vervangen door de dictatuur van de partij; Stalin verving de dictatuur van de partij door de dictatuur van de bureaucratie. De bolsjewieken vernietigden alle partijen behalve hun eigen partij; Stalin wurgde de bolsjewistische partij in het belang van een bonapartistische kliek. De bolsjewieken sloten compromissen met de bourgeoisie; Stalin werd haar bondgenoot en steunpilaar. De bolsjewieken erkenden de noodzaak van deelname aan de oude vakbonden en aan het burgerlijke parlement; Stalin sloot vriendschap met de vakbondsbureaucratie en de burgerlijke democratie. Men kan zulke vergelijkingen maken zoveel men wil. Ondanks hun schijnbare effectiviteit zijn ze volkomen inhoudsloos.
Het proletariaat kan alleen de macht grijpen via zijn voorhoede. De noodzaak van de staatsmacht vloeit voort uit het ontoereikende culturele niveau van de massa's en hun heterogeniteit. In de revolutionaire voorhoede, georganiseerd in een partij, komt het vrijheidsstreven van de massa's tot uiting. Zonder het vertrouwen van de klasse in de voorhoede, zonder de steun van de klasse aan de voorhoede, kan er geen sprake zijn van de verovering van de macht. In die zin zijn de proletarische revolutie en dictatuur het werk van de gehele klasse, maar alleen onder het leiderschap van de voorhoede. De sovjets zijn de enige georganiseerde vorm waarin de band tussen de voorhoede en de klasse tot uiting komt. Alleen de partij kan deze vorm een revolutionaire inhoud geven. Dit wordt bewezen door de positieve ervaring van de Oktoberrevolutie en de negatieve ervaring van andere landen (Duitsland, Oostenrijk en ten slotte Spanje). Niemand heeft in de praktijk aangetoond of duidelijk op papier uiteengezet hoe het proletariaat de macht kan grijpen zonder het politieke leiderschap van een partij die weet wat ze wil. Het feit dat deze partij de sovjets politiek ondergeschikt maakt aan haar leiders heeft op zichzelf het sovjetstelsel niet meer afgeschaft dan de dominantie van de conservatieve meerderheid het Britse parlementaire stelsel heeft afgeschaft.
Wat betreft het verbod op andere sovjetpartijen: dit vloeide niet voort uit een of andere ‘theorie’ van het bolsjewisme, maar was een maatregel ter verdediging van de dictatuur in een achtergebleven en verwoest land, dat aan alle kanten door vijanden was omringd. Voor de bolsjewieken was het vanaf het begin duidelijk dat deze maatregel, die later werd aangevuld met het verbod op facties binnen de regerende partij zelf, een enorm gevaar inhield. De oorzaak van het gevaar lag echter niet in de leerstellingen of tactieken, maar in de materiële zwakte van de dictatuur, in de moeilijkheden van haar binnen- en buitenlandse situatie. Als de revolutie had gezegevierd, al was het maar alleen in Duitsland, zou de noodzaak om de andere sovjetpartijen te verbieden onmiddellijk zijn weggevallen. Het staat buiten kijf dat de heerschappij van één enkele partij het juridische uitgangspunt vormde voor het totalitaire regime van Stalin. De reden voor deze ontwikkeling ligt niet in het bolsjewisme of in het verbod op andere partijen als tijdelijke oorlogsmaatregel, maar in de reeks nederlagen van het proletariaat in Europa en Azië.
Hetzelfde geldt voor de strijd tegen het anarchisme. In het heroïsche tijdperk van de revolutie trokken de bolsjewieken hand in hand op met werkelijk revolutionaire anarchisten. Velen van hen werden aangetrokken tot de rangen van de partij. De auteur van deze regels besprak meer dan eens met Lenin de mogelijkheid om de anarchisten bepaalde gebieden toe te wijzen waar zij, met instemming van de lokale bevolking, hun staatloze experiment konden uitvoeren. Maar de burgeroorlog, de blokkade en de hongersnood lieten geen ruimte voor zulke plannen. En de opstand van Kronstadt14 dan? Maar de revolutionaire regering kon natuurlijk niet de vesting die de hoofdstad beschermde ‘cadeau doen’ aan de opstandige matrozen, alleen maar omdat zich bij de reactionaire opstand van boerensoldaten een paar twijfelachtige anarchisten hadden aangesloten. De concrete historische analyse van de gebeurtenissen laat geen ruimte voor legendes – gebaseerd op onwetendheid en sentimentaliteit – over Kronstadt, Machno15 en andere episodes van de revolutie.
Het enige dat overblijft is het feit dat de bolsjewieken vanaf het begin niet alleen overtuiging maar ook dwang toepasten, vaak in zeer strenge mate. Het staat ook buiten kijf dat de bureaucratie die uit de revolutie voortkwam later het systeem van dwang in haar eigen handen monopoliseerde. Elk ontwikkelingsstadium – zelfs catastrofale stadia als revolutie en contrarevolutie – vloeit voort uit het voorgaande stadium, is daarin geworteld en neemt enkele kenmerken ervan over. Liberalen, waaronder de Webbs,16 hebben altijd volgehouden dat de bolsjewistische dictatuur slechts een nieuwe versie van het tsarisme was. Ze sluiten hun ogen voor ‘details’ als de afschaffing van de monarchie en de adel, de overdracht van de grond aan de boeren, de onteigening van het kapitaal, de invoering van de planeconomie, atheïstisch onderwijs, enzovoort. Op precies dezelfde manier sluit het liberaal-anarchistische denken de ogen voor het feit dat de bolsjewistische revolutie, met al haar onderdrukkende maatregelen, een omwenteling van de sociale verhoudingen in het belang van de massa's betekende, terwijl Stalins thermidoriaanse omwenteling gepaard gaat met de heropbouw van de Sovjet-maatschappij in het belang van een bevoorrechte minderheid. Het is duidelijk dat er in de gelijkstelling van het stalinisme met het bolsjewisme geen spoor van socialistische criteria te vinden is.
Theoretische vraagstukken
Een van de opvallendste kenmerken van het bolsjewisme is zijn strenge, veeleisende en zelfs twistzieke houding ten opzichte van leerstellige vraagstukken. De 26 delen van Lenins werken zullen voor altijd een toonbeeld blijven van de hoogste theoretische nauwgezetheid. Zonder deze grondige eigenschap zou het bolsjewisme nooit zijn historische rol hebben kunnen vervullen. In dit opzicht is het stalinisme – grof, onwetend en door en door empirisch – zijn tegenovergestelde.
De Oppositie verklaarde meer dan tien jaar geleden in haar programma: “Sinds de dood van Lenin is er een hele reeks nieuwe theorieën opgesteld, die enkel dienen om het afdwalen van Stalins groep van het pad van de internationale proletarische revolutie te rechtvaardigen.” Slechts een paar dagen geleden schreef de Amerikaanse schrijver Liston M. Oak,17 die aan de Spaanse revolutie heeft deelgenomen: “De stalinisten zijn vandaag de dag in feite de belangrijkste revisionisten van Marx en Lenin – Bernstein18 durfde niet half zo ver te gaan als Stalin in zijn herziening van Marx.” Dit is volkomen waar. Hieraan moet alleen worden toegevoegd dat Bernstein daadwerkelijk bepaalde theoretische behoeften voelde: hij probeerde gewetensvol een verband te leggen tussen de reformistische praktijken van de sociaaldemocratie en haar programma. De stalinistische bureaucratie had echter niet alleen niets gemeen met het marxisme, maar staat in het algemeen ver af van welke leer of welk stelsel dan ook. Haar ‘ideologie’ is doordrongen van een politie-subjectivisme, haar praktijk is het empirisme van grof geweld. In overeenstemming met haar wezenlijke belangen staat de kaste van usurpatoren vijandig tegenover elke theorie: zij kan haar sociale rol noch aan zichzelf, noch aan iemand anders verantwoorden. Stalin herziet Marx en Lenin niet met de pen van de theoreticus, maar met de laarzen van de GPOe.19
Morele vraagstukken
Klachten over de ‘immoraliteit’ van het bolsjewisme komen vooral van die opschepperige onbenullen bij wie het bolsjewisme het goedkope masker heeft afgerukt. In kleinburgerlijke, intellectuele, democratische, ‘socialistische’, literaire, parlementaire en andere kringen heersen conventionele waarden, of een conventionele taal om hun gebrek aan waarden te verdoezelen. Deze grote en bonte onderlinge waarborgmaatschappij – ‘leven en laten leven’ – kan de aanraking van het marxistische scalpel op haar gevoelige huid niet verdragen. De theoretici, schrijvers en moralisten die tussen verschillende kampen twijfelen, dachten en denken nog steeds dat de bolsjewieken op kwaadwillige wijze verschillen overdrijven, niet in staat zijn tot ‘loyale’ samenwerking, en door hun ‘intriges’ de eenheid van de arbeidersbeweging verstoren. Bovendien heeft de gevoelige en lichtgeraakte centrist altijd gedacht dat de bolsjewieken hem ‘belasterden’ – simpelweg omdat ze zijn halfontwikkelde gedachten tot het einde toe doorvoerden: hijzelf was daar nooit toe in staat. Maar het blijft een feit dat alleen die kostbare eigenschap, een onverzoenlijke houding ten opzichte van alle gekibbel en ontwijking, een revolutionaire partij kan vormen die niet door ‘buitengewone omstandigheden’ wordt verrast.
De morele kwaliteiten van iedere partij vloeien in laatste instantie voort uit de historische belangen die zij vertegenwoordigt. De morele kwaliteiten van het bolsjewisme: zelfverloochening, onbaatzuchtigheid, stoutmoedigheid, en minachting voor elke vorm van uiterlijk vertoon en onwaarheid – de hoogste kwaliteiten van de menselijke aard! – vloeien voort uit revolutionaire onverzettelijkheid in dienst van de onderdrukten. De stalinistische bureaucratie imiteert ook op dit gebied de woorden en gebaren van het bolsjewisme. Maar wanneer ‘onverzettelijkheid’ en ‘onbuigzaamheid’ worden toegepast door een politieapparaat in dienst van een bevoorrechte minderheid, worden ze een kracht van demoralisatie en gangsterpraktijken. Men kan enkel minachting voelen voor die heren die het revolutionaire heldendom van de bolsjewieken gelijkstellen met het bureaucratische cynisme van de thermidorianen.
Zelfs nu, ondanks de dramatische gebeurtenissen van de afgelopen periode, gelooft de gemiddelde filister nog steeds dat de strijd tussen het bolsjewisme (‘trotskisme’) en het stalinisme een botsing is tussen persoonlijke ambities, of op zijn best een conflict tussen twee ‘schakeringen’ van het bolsjewisme. De meest grove uitdrukking van deze mening wordt gegeven door Norman Thomas,20 leider van de Amerikaanse Socialistische Partij: “Er is weinig reden om aan te nemen”, schrijft hij (Socialist Review, september 1937, p. 6), “dat als Trotski had gewonnen(!) in plaats van Stalin, er een einde zou komen aan de intriges, complotten en het schrikbewind in Rusland.” En deze man beschouwt zichzelf als... een marxist. Men zou met evenveel recht kunnen zeggen: “Er is weinig reden om aan te nemen dat als in plaats van door Pius XI de Heilige Stoel bezet was door Norman I, de katholieke kerk zou zijn omgevormd tot een bolwerk van het socialisme”. Thomas is niet in staat te begrijpen dat het niet gaat om een tegenstelling tussen Stalin en Trotski, maar om een tegenstelling tussen de bureaucratie en het proletariaat. Zeker, de heersende laag van de USSR wordt zelfs nu nog gedwongen zich aan te passen aan de nog niet volledig geliquideerde erfenis van de revolutie, terwijl ze tegelijkertijd door middel van een directe burgeroorlog (een bloedige ‘zuivering’ – de massale uitroeiing van de ontevredenen) een verandering van het sociale regime voorbereidt. In Spanje treedt de stalinistische kliek echter al openlijk op als bolwerk van de burgerlijke orde tegen het socialisme. De strijd tegen de bonapartistische bureaucratie verandert voor onze ogen in een klassenstrijd: twee werelden, twee programma's, twee moraliteiten. Als Thomas denkt dat de overwinning van het socialistische proletariaat op de beruchte kaste van onderdrukkers het Sovjetregime niet politiek en moreel zou herstellen, bewijst hij alleen maar dat hij – ondanks al zijn voorbehouden, ontwijkingen en vrome zuchten – veel dichter bij de stalinistische bureaucratie dan bij de arbeiders staat. Net als andere ontmaskeraars van de bolsjewistische ‘immoraliteit’ is Thomas gewoonweg niet uitgegroeid tot het niveau van de revolutionaire moraliteit.
De tradities van het bolsjewisme en de Vierde Internationale
De ‘linksen’ die bij hun terugkeer naar het marxisme het bolsjewisme probeerden te omzeilen, beperkten zich over het algemeen tot geïsoleerde wondermiddelen: boycot van het parlement, oprichting van ‘echte’ sovjets. Dit alles kon in de hitte van de eerste dagen na de oorlog nog buitengewoon diepzinnig lijken. Maar nu, in het licht van de meest recente ervaringen, zijn zulke ‘kinderziektes’ niet eens meer interessant als bezienswaardigheid. De Nederlanders Gorter en Pannekoek, de Duitse ‘spartakisten’, en de Italiaanse bordigisten21 toonden hun onafhankelijkheid van het bolsjewisme alleen door een van zijn kenmerken kunstmatig op te blazen en dit tegenover de rest te plaatsen. Maar van deze ‘linkse’ tendensen is noch in de praktijk, noch in de theorie iets overgebleven: een indirect maar belangrijk bewijs dat het bolsjewisme de enige mogelijke vorm van marxisme is voor dit tijdperk.
De bolsjewistische partij heeft in haar daden een combinatie van de grootste revolutionaire stoutmoedigheid en politiek realisme getoond. Zij heeft voor de eerste maal de samenhang tot stand gebracht tussen de voorhoede en de klasse, die als enige in staat is de overwinning te behalen. Zij heeft door ervaring bewezen dat het verbond tussen het proletariaat en de onderdrukte massa's van de landelijke en stedelijke kleinburgerij, alleen mogelijk is door de politieke omverwerping van de traditionele kleinburgerlijke partijen. De bolsjewistische partij heeft de hele wereld laten zien hoe een gewapende opstand en de machtsovername moeten worden uitgevoerd. Degenen die voorstellen om de sovjets los te koppelen van de partijdictatuur, moeten begrijpen dat de sovjets alleen dankzij de partijdictatuur uit het moeras van het reformisme getrokken konden worden en de staatsvorm van het proletariaat konden bereiken. De bolsjewistische partij heeft in de burgeroorlog de juiste combinatie van militaire kunst en marxistische politiek tot stand gebracht. Zelfs als de stalinistische bureaucratie erin zou slagen de economische grondslagen van de nieuwe samenleving te vernietigen, zal de ervaring van de planeconomie onder leiding van de bolsjewistische partij voor altijd de geschiedenis zijn ingegaan als een van de grootste lessen voor de mensheid. Dit kan alleen worden genegeerd door sektariërs die, beledigd door de blauwe plekken die ze hebben opgelopen, de rug toekeren aan het proces van de geschiedenis.
Maar dat is nog niet alles. De bolsjewistische partij kon haar prachtige ‘praktische’ werk alleen voortzetten omdat ze al haar stappen met theorie onderbouwde. Het bolsjewisme heeft deze theorie niet zelf bedacht: die werd geleverd door het marxisme. Maar het marxisme is een theorie van beweging, niet van stagnatie. Enkel gebeurtenissen van een enorme historische omvang kunnen de theorie zelf verrijken. Het bolsjewisme leverde een onschatbare bijdrage aan het marxisme in zijn analyse van het imperialistische tijdperk als periode van oorlogen en revoluties; van de burgerlijke democratie in het tijdperk van het aftakelende kapitalisme; van het verband tussen de algemene staking en de opstand; van de rol van de partij, de sovjets en de vakbonden in de periode van de proletarische revolutie; in zijn theorie over de Sovjetstaat, over de overgangseconomie, over het fascisme en het bonapartisme in het tijdperk van kapitalistisch verval; en ten slotte in zijn analyse van de degeneratie van de Sovjetstaat en de bolsjewistische partij zelf.
Noem maar eens één andere stroming die iets wezenlijks heeft toegevoegd aan de conclusies en generalisaties van het bolsjewisme. Theoretisch en politiek gezien leven Vandervelde, De Brouckère, Hilferding, Otto Bauer, Léon Blum, Zyromski, om nog maar te zwijgen van majoor Attlee en Norman Thomas,22 voort op de versleten restanten van het verleden. De degeneratie van de Komintern komt het duidelijkst tot uiting in het feit dat zij is teruggevallen tot het theoretische niveau van de Tweede Internationale. Alle soorten tussenliggende groeperingen (de Onafhankelijke Arbeiderspartij [ILP] van Groot-Brittannië, de POUM,23 e.d.) passen elke week nieuwe willekeurige fragmenten van Marx en Lenin aan hun huidige behoeften aan. De arbeiders kunnen niets van deze mensen leren.
Alleen de oprichters van de Vierde Internationale, die zich de hele traditie van Marx en Lenin eigen hebben gemaakt, nemen een serieuze houding aan tegenover theorie. Filisters zullen misschien spottend opmerken dat twintig jaar na de overwinning van Oktober de revolutionairen weer teruggeworpen zijn naar de positie van bescheiden propagandistische voorbereidingen. De grote kapitalisten zijn in deze kwestie, net als in vele andere, veel scherpzinniger dan de kleinburgers die zichzelf als ‘socialisten’ of ‘communisten’ beschouwen. Het is geen toeval dat het onderwerp van de Vierde Internationale niet uit de kolommen van de wereldpers verdwijnt. De brandende historische behoefte aan revolutionair leiderschap belooft de Vierde Internationale een uitzonderlijk snel groeitempo. De grootste garantie voor haar verdere succes ligt in het feit dat zij niet buiten de grote historische weg is ontstaan, maar natuurlijk is voortgekomen uit het bolsjewisme.
28 augustus 1937
Eindnoten
- De Tweede Internationale was de sociaaldemocratische internationale. De Derde Internationale was de (inmiddels stalinistische) Komintern. Het Londense Bureau was een samenwerkingsverband van centristische partijen, die tussen reformisme en revolutie weifelden.
- Rudolf Hilferding en Otto Bauer waren Oostenrijkse sociaal-democratische theoretici die in woorden marxistisch waren (‘Austro-marxisten’), maar in de praktijk de reformistische koers van de Oostenrijkse en Duitse sociaaldemocratie volgden.
- Georgi Dimitrov: leider van de Bulgaarse CP en stalinist. Algemeen secretaris van de Komintern van 1935 tot de ontbinding in 1943. Eerste leider van de Volksrepubliek Bulgarije (1946-49).
- Willi Schlamm: in zijn jeugd een Oostenrijkse communist. Na zijn ontgoocheling met het stalinisme zocht hij eerst een ‘moreel’ socialisme, maar bewoog later naar rechts. Emigreerde naar de VS, werd Amerikaans staatsburger in 1944, en schreef als journalist voor conservatieve tijdschriften.
- Een reeks schijnprocessen van Stalins regering in de USSR, waar oude bolsjewieken door fysieke en psychologische terreur gedwongen werden om ‘contrarevolutionaire’ misdaden te erkennen. Dit leidde tot de executie van bijna de gehele oude bolsjewistische leiding.
- Aleksandr Kerenski: formeel lid van de sociaal-revolutionaire partij in Rusland, een agrarisch-socialistische partij die tegen het tsarisme streed, totdat de leiding in 1917 de achterban verraadde en deelnam aan een coalitie met de bourgeoisie. Kerenski was hoofd van de Voorlopige Regering van juli tot november 1917, totdat deze omvergeworpen werd door de Oktoberrevolutie.
- NEP: Nieuwe Economische Politiek. Een reeks economische maatregelen die de bolsjewieken na afloop van de Burgeroorlog in 1921 invoerden, waarbij er concessies aan de markt werden gedaan. Zo konden boeren hun graanoverschotten op de markt verkopen. De banken en belangrijkste industrieën bleven in staatshanden.
- Een verwijzing naar de maand Thermidor in de Franse revolutionaire kalender. De thermidoriaanse reactie was een conservatieve coup in juli 1794 tegen de revolutionaire regering van Robespierre. Later is deze term door Trotski gebruikt om de analogieën tussen de Franse en Russische revolutie te beschrijven.
- Kadetten was de benaming van de leden van de Constitutioneel-Democratische Partij van Rusland. Dit was een burgerlijke partij die al vrij snel na de Oktoberrevolutie overging naar de zijde van de contrarevolutie.
- In 1936 sloot de Spaanse anarchistische vakbond CNT zich aan bij de regering van Largo Caballero, een ‘Volksfront’-coalitie van burgerlijke republikeinen, sociaaldemocraten en stalinisten, en leverde vier ministers.
- Boris Souvarine: Franse journalist en een van de oprichters van de Franse Communistische Partij. Werd in 1924 geroyeerd voor zijn steun aan Trotski en de Linkse Oppositie. Was een anti-stalinist, maar was nooit zelf onderdeel van de Linkse Oppositie.
- Hippolyte Taine. Franse positivistische filosoof en historicus.
- Herman Gorter en Anton Pannekoek, respectievelijk dichter en astronoom, waren Nederlandse communisten. Ze steunden aanvankelijk de Russische revolutie, maar waren later kritisch op Lenin en bepleitten ‘radencommunisme’ (zonder leidende rol voor een revolutionaire partij) als alternatief. De Duitse ‘spartakisten’ waar Trotski naar verwijst zijn radencommunisten zoals Otto Rühle, die in de late jaren ‘20 opnieuw de naam van de Spartacusbond toe-eigenden.
- Een verwijzing naar de Kronstadt-opstand van 1921: een kleinburgerlijke opstand van boeren-matrozen die ontevreden waren met de strenge oorlogsmaatregelen van de bolsjewieken. In de jaren ‘30 misbruikt om op oppervlakkige wijze Trotski mee aan te vallen en te beweren dat hij en Lenin niet veel beter waren dan Stalin.
- Nestor Machno. Een Oekraïense anarchistenleider die zich baseerde op een boerenleger en een ‘vrijstaat’ leidde tijdens de Russische Burgeroorlog. Vocht soms samen met de bolsjewieken tegen de Witten, maar kwam later in conflict met hen en werd verslagen in 1921.
- Sidney en Beatrice Webb. Britse sociologen en economen, verbonden aan de Fabian Society, een liberaal-reformistisch genootschap binnen de Labour Party.
- Liston N. Oak: Amerikaanse schrijver en journalist die aanvankelijk sympathie had voor Stalins USSR, maar daar later op terugkwam.
- Eduard Bernstein: de eerste theoreticus van het revisionisme binnen de Tweede Internationale. Werd sterk bekritiseerd door o.a. Plechanov, Rosa Luxemburg en Lenin.
- GPOe (Gosoedarstvennoje Polititsjeskoje Oepravlenije): Politiek Staatsdirectoraat. Naam voor de inlichtingen- en veiligheidsdienst van de USSR.
- Norman Thomas was de leider van de Socialistische Partij van Amerika (1936-42) en meermaals presidentskandidaat
- Bordigisten: aanhangers van Amadeo Bordiga, een Italiaanse links-communistische leider die in 1930 uit de Komintern geroyeerd werd voor vermeend ‘trotskisme’.
- Een reeks leiders van de reformistische Tweede Internationale: Emile Vandervelde en Louis De Brouckère (België), Rudolf Hilferding en Otto Bauer (Oostenrijk – zie eerdere noot), Léon Blum en Jean Zyromski (Frankrijk), Clement Attlee (Groot-Brittannië – was ook majoor in het leger geweest), Norman Thomas (Verenigde Staten – zie eerdere noot).
- De ILP en POUM waren respectievelijk de Britse en Spaanse sectie van het ‘Londense Bureau’. De POUM groeide snel tijdens de Spaanse revolutie, maar door een reeks fouten (waaronder Volksfrontpolitiek) kon zij geen revolutionaire rol spelen.



