international marxist tendency nederland

Vijf jaar geleden kwamen de Arabische massa’s zonder enige organisatie, programma, plan of voorbereiding in opstand. Wat in de afgelopen decennia ondanks de petities van NGO’s en academische wereldverbeteraars geen centimeter was verschoven, werd in enkele weken afgebroken. De grote staatsapparaten, met honderdduizenden spionnen, politieagenten en militairen in dienst, konden slechts hulpeloos toekijken terwijl de massa de straat overnam.

We willen diegene die nu klagen over het lage bewustzijn bij de massa er maar al te graag aan herinneren dat de revolutie werd uitgevoerd door de arbeiders, de jongeren, de armen en de onderdrukten die hun lot in eigen handen namen. De zogenoemde deskundigen, politici en andere bedriegers waren geschokt door de ontwikkelingen.

Desalniettemin verschilt de situatie in de regio tegenwoordig enorm van het optimisme, hoop en de strijdvaardigheid die de eerste dagen van de revolutie karakteriseerden. Hoe is dit ontstaan?

Tegenstellingen blijven bestaan

Terwijl deze zinnen worden geschreven, is de Tunesische stad Kasserine het toneel van de vijfde dag van protesten nadat een werkloze jongere twee dagen geleden zelfmoord pleegde. Veertien mensen zijn tot dusver gewond geraakt, het leger patrouilleert in de straten en er is een avondklok ingesteld. De demonstraties hebben zich inmiddels verspreid naar drie andere steden in Zuid-Tunesië.

Hoewel de onmiddellijke aanleiding van de Tunesische Revolutie van 2011 lag in de tragische zelfverbranding door Mohamed Bouazizi, waren de jaren van onrechtvaardigheid, vernedering, onzekerheid en armoede de echte redenen achter de opstand. In tegenstelling tot de enorme rijkdom van de dictators leefde veertig procent van de Arabische wereld van minder dan twee dollar per dag. De jeugdwerkloosheid lag rond de veertig procent en in enkele regio’s zelf rond de tachtig procent.

Vijf jaar na het afzetten van Zine El-Abedine Ben Ali in Tunesië is er nog niets opgelost. Werkloosheid is zelfs gestegen van 12 tot 15,3%. In Kasserine is maar liefst dertig procent werkloos. Hoewel enkele democratische rechten zijn bemachtigd, is dit slechts een schrale troost voor de mensen die proberen te overleven. Zoals een demonstrant vorige week zei tegen AP: “Vrijheid is leuk, maar ik kan er niet mijn gezin mee voeden.”

De situatie is vergelijkbaar met die in Egypte, waar 12,7% werkloos is. Hoger dan in 2011 het geval was. Hier is het zogenoemde ‘revolutionaire’ regime van president Abdel Fattah el-Sisi druk bezig de herdenking van de revolutie te vieren door activisten te arresteren en demonstraties te verbieden. Ondertussen is Sisi de vrijlating van de afgezette dictator Hosni Mubarak aan het voorbereiden.

Tegelijkertijd hebben de volksopstanden in Syrië, Irak, Jemen en Libië plaatsgemaakt voor wrede burgeroorlogen die deze staten hebben onderverdeeld in elkaar bestrijdende facties.

In deze context is het begrijpelijk dat enig pessimisme zich meester maakt van de mensen die deze situatie van een afstandje bekijken. Voor marxisten is het niet voldoende om te wanhopen, maar vooral om de factoren te begrijpen die tot deze situatie hebben geleid.

Egypte

Hoewel de spontaniteit van de massa grote voordelen biedt en de enorme kracht van het volk laat zien, is het verkeerd om het te romantiseren. Het was vooral het onvoorbereide karakter van de opstand dat geleid heeft tot haar grootste nederlaag.

Het afzetten van een dictatoriaal staatshoofd kan het begin van een revolutie zijn, maar als het daar ophoudt dan kan de enorme energie van de massa uiteindelijk verdwijnen. De Egyptische massa heeft dit op pijnlijke wijze geleerd. Sinds 2011 hebben er vier opstanden plaatsgevonden, zijn drie presidenten en vier premiers afgezet, maar is er weinig veranderd in hun dagelijkse leven. Op 30 juni 2013 gingen 14 miljoen Egyptenaren de straat op in de waarschijnlijk grootste demonstratie in de menselijke geschiedenis.

Wat kan men nog meer vragen van het Egyptische volk? Ze laten de bereidheid zien om te strijden en hadden op enkele momenten de macht in handen. Een van de leiders van de protestactie op 30 juni 2013 vertelde aan The Guardian: “Nadat [President] Sisi een ultimatum van 48 uur had gedaan, zijn we gelijk bij elkaar gekomen. Ik maakte me zorgen omdat ik dacht dat het een poging was van het leger om van de situatie gebruik te maken en zelf de macht te grijpen. Maar ik dacht ook dat als er een staatsgreep plaats zou vinden, Sisi zelf ook kritiek zou krijgen van binnen het leger. Ik heb aan de militaire academie gestudeerd en veel van mijn voormalige collega’s verzekerden mij dat ze ons zouden steunen.” (The Guardian, 6 juli 2013)

Had de heersende klasse besloten het leger te gebruiken tegen de revolutie, dan was het langs klassenlijnen uiteengevallen. Dan had was het overgeleverd geweest aan de revolutie. Maar omdat ze niet wisten wat ze met deze macht moesten doen, gaven de leiders van de beweging het terug aan het leger dat geleid werd door Abdel Fattah el-Sisi. Hij deed zich voor als de verdediger van de revolutie om het te kunnen kapen, maar hij is – net als zijn voorganger Mohamed Morsi – een vertegenwoordiger van de heersende klasse, zij het van een andere vleugel die tussen de 25 en 40% van de economie in handen heeft.

Door de macht aan Sisi te geven, kreeg de heersende klasse de mogelijkheid om haar troepen te reorganiseren. Tegelijkertijd kreeg Sisi in de ogen van het volk een revolutionaire autoriteit, dat tijdelijk werd versterkt door het gehate Moslimbroederschap te onderdrukken.

Na jaren van strijd is het volk moe en bevindt de beweging zich in een eb. Sisi heeft deze situatie aangegrepen om de revolutie ongedaan te maken. Onder het mom van een  anti-Broederschap actie heeft hij duizenden revolutionaire jongeren en arbeiders laten arresteren.

Syrië

Syrië is de zwakte schakel in de Arabische Revolutie gebleken. De beweging van Syrië was in bepaalde opzichten voorbarig. Zonder een impuls van de revolutionaire bewegingen in de regio (Tunesië, Egypte…) had het zeker nog een paar jaren geduurd. De genationaliseerde planeconomie van Assad is pas de afgelopen jaren opgeschoven richting het kapitalisme. Het regime genoot daardoor nog enige steun onder de stedelijke bevolking en de arbeidersklasse. De verworden rechten uit het verleden - de verzorgingsstaat, gratis onderwijs - werden langzaam maar zeker uitgehold, maar dit proces was nog maar net begonnen.

Het verklaart waarom de vage democratische oproep van de revolutionaire jongeren maar weinig weerklank vond in de arbeidersklasse. Na de snelle val van Mubarak en Ben Ali gezien te hebben, dachten de revolutionaire jeugd van Syrië dat zij hetzelfde konden bereiden via massademonstraties. Toen dit mislukte dachten ze, net als met Qadhafi in Libië, hetzelfde te kunnen bereiken met hulp van militaire middelen uit het Westen. Dit isoleerde de beweging nog verder van de arbeiders, die maar al te goed wisten tot welke ‘democratie’ een Westerse interventie zou leiden. Het gebrek aan deelname vanuit de arbeidersklasse was het grote verschil met de revoluties in Tunesië en Egypte en ook de voornaamste oorzaak waarom de uitkomst verschilt.

Nadat zij vastgelopen waren op het politieke front, nam de beweging haar vlucht tot een gewapende strijd, maar als dit niet wordt gelinkt aan de georganiseerde arbeidersklasse dan kan dit mislukken. In een puur militaire confrontatie, zonder de volledige steun van de arbeidersklasse, zal de revolutie altijd het onderspit delven. Nadat zij dit pad was ingeslagen, werd de revolutie kwetsbaar en kwam het in handen van buitenlandse imperialisten.

De CIA en andere Westerse en Arabische staten zagen dit als een mogelijkheid om in te grijpen en miljarden dollars te geven aan reactionaire groepen, wiens doelstellingen overeenkwamen met die van de imperialisten. De Islamitische degeneratie van de beweging sterkte Assad ook in de ogen van de voornamelijk seculiere bevolking. Het enige onderwerp waar Assad, de VS en haar bondgenoten het over eens zijn, is de noodzaak de revolutionaire beweging te verslaan.

Deze bloedige nederlaag in Syrië (en Libië) en het ontstane bloedbad vormt een rem op andere bewegingen in de regio. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat een revolutie alleen leidt tot chaos en barbarisme.

Een kwestie van leiderschap

Het is een feit dat de revolutie in Egypte en Tunesië halverwege zijn gestopt. Het heeft de reactionaire machten in staat gesteld de beweging te laten ontsporen en naar de contrarevolutie te duwen. In Egypte betekent dit het staatapparaat intact laten, met de economie in handen van de heersende klasse. In Syrië beperkte de oppositie zichzelf tot het eisen van democratische rechten, maar op economische en sociale vraagstukken stonden ze voor privatisering en het snijden in de verzorgingsstaat. Zij hadden hetzelfde programma als Assad, maar dan versneld!

In beide gevallen dachten de leiders van de beweging dat gematigd optreden de beste manier was om een breder draagvlak te vinden. Wat ze echter bereikten was meer manoeuvreruimte voor de contrarevolutie, met tragische gevolgen. Een soortgelijke situatie is in de hele regio ontstaan. Bovendien bevindt de beweging zich nu in een eb. Maar geen van de socio-economische problemen die de wortels van de bewegingen vormden zijn opgelost.

In Egypte wordt het regime van Sisi alleen in het zadel gehouden door de vermoeidheid en verwarring bij het volk na jaren van strijd. Maar de Egyptische revolutie is niet tijdens een open gevecht verslagen. Het volk herinnert zich hoe zij vier regeringen hebben afgezet in drie jaar. Als een voorbode voor wat komen gaat, dwongen ze Al Sisi’s eerste regering in de lente van 2014 tot aftreden. Vroeg of laat zal dit weer gebeuren.

Zolang de revolutie zich terugtrekt, zal het lelijke gezicht van de reactie de agenda domineren. Maar onder de oppervlakte van schijnbare kalmte treden de tegenstellingen die tot de revolutie hebben geleid nog steeds op. In landen als Syrië en Libië is de revolutie ver teruggedrongen. Maar in Egypte, Turkije en Iran, waar de arbeidersklasse sterk is, zijn nieuwe bewegingen aan het ontstaan. Het is belangrijk om een leiding op te bouwen die in deze bewegingen kan interveniëren, zolang ze niet dezelfde fouten als in het verleden maken.

Ondanks alles heeft het kapitalisme geen van de problemen van de Arabische volkeren opgelost. In feite zijn de zaken enkel verergerd. De strijd tegen onrechtvaardigheid, armoede en barbarisme zal ongetwijfeld opnieuw opleven. Maar het kan alleen winnen door dit verrotte kapitalistische systeem, dat de oorzaak is van alle problemen, te vernietigen.

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter