international marxist tendency nederland

geldSinds het CBS heeft vastgesteld dat er weer een lichte stijging van de Nederlandse economie plaatsvindt, willen verschillende politici en economen ons door de media doen geloven dat de crisis voor Nederland over is, en dat we weer teruggaan naar de situatie van voor 2008. Maar is dit ook het geval? Redactioneel artikel van Vonk nr. 7.

 

Sinds het CBS heeft vastgesteld dat er weer een lichte stijging van de Nederlandse economie plaatsvindt, willen verschillende politici en economen ons door de media doen geloven dat de crisis voor Nederland over is, en dat we weer teruggaan naar de situatie van voor 2008. Maar is dit ook het geval? Redactioneel artikel van Vonk nr. 7.

geld

In plaats van een gedegen analyse hoe het zou komen dat de crisis over is, gebruikt men enkel de statistieken als bewijs. Oftewel, het gaat beter omdat het gewoon beter gaat. Dit is niet serieus te nemen. De waarheid is dat men de vingers gekruist houdt en hoopt dat de crisis vanzelf zal overwaaien, zonder veel ervan te begrijpen. Door de consumenten vertrouwen aan te praten, zullen zij meer consumeren en zal alles weer beter gaan, is het idee. Hoewel er een wisselwerking is tussen vertrouwen en de werkelijke staat van de economie, heeft vertrouwen in de laatste instantie echter altijd een materiële basis nodig. Zolang mensen er niet op vooruit gaan in de portemonnee, of geen nieuwe baan kunnen vinden, zal het aangeprate ‘vertrouwen’ snel over zijn.

De groei van de jaren 1990 en 2000 was gebaseerd op een samenspel van enkele factoren. Ten eerste was het de uitbreiding van de wereldmarkt die voor groei heeft gezorgd. Nederland werd steeds meer afhankelijk van de export. In 1988 stond de export van goederen en diensten gelijk aan 53,7% van het BBP; twintig jaar later, in 2008, was dit 76,3%.

Ten tweede is de relatieve uitbuiting verhoogd. Terwijl de productiviteit van de arbeid is blijven stijgen, is er sinds het Akkoord van Wassenaar een trend geweest tot loonmatiging. Daar is sinds de jaren 1990 een steeds verdergaande flexibilisering van de arbeid bij gekomen. Loonmatiging en flexibilisering betekenden groei op basis van harder werken met minder zekerheid, terwijl de werkgevers goed zaten met hun winsten.

De laatste factor was de groei van krediet. In Nederland voltrok zich dit door middel van een hypothekenzeepbel. Met lage rentes, stijgende huizenprijzen, en geholpen door de hypotheekrenteaftrek, konden de middenklasse en de beter betaalde lagen van de arbeidersklasse zich allemaal een huis veroorloven, terwijl zij langzaam rijker werden. Net als andere vormen van krediet, zorgde dit ervoor dat de consumptie toe kon nemen, en compenseerde het zo voor de loonmatiging en flexibilisering.

Het jaar 2008 betekende het einde van de groei op deze basis. Het einde van de kredietzeepbel en de daaropvolgende bankenreddingen betekenden een enorm toegenomen publieke en private schuldenlast. De afgenomen consumptie, die nog meer kromp door de bezuinigingen en lastenverzwaringen van de kabinetten-Rutte, betekende verdere economische stagnatie. De lonen in 2013 zijn gemiddeld 6% zijn gedaald ten opzichte van 2012. Intussen is de flexibilisering verder doorgezet en is één op de vier banen ‘flexibel’.

Het systeem ondermijnt nu zichzelf. De toegenomen flexibilisering en lagere reële lonen zorgen ervoor dat het aandeel van de nieuwe generatie in de ‘huizenbezittende middenklasse’ kleiner zal zijn. Het opnieuw opblazen van de huizenzeepbel (bijvoorbeeld door startersleningen) zal geen oplossing bieden; enkel meer schulden bij een nieuwe instorting. Met minder binnenlandse consumptie wordt het Nederlandse kapitalisme nog meer afhankelijk van de export. In 2012 was de export van goederen en diensten alweer verder gestegen, naar 88% van het BBP.

Deze verder toegenomen afhankelijkheid van de export vindt nu net plaats op het moment dat de globalisering op z’n retour is, met een toename van protectionisme en strijd tussen regionale handelsblokken. De sanctieoorlog tussen de EU en Rusland laat zien wat dit voor gevolgen kan hebben voor de export.

De meerderheid van de export gaat naar andere EU-landen. Dit is geen stabiele markt. Grootste handelspartner Duitsland probeert zich net als Nederland uit de crisis te exporteren, maar wist in het tweede kwartaal van 2014 geen groei te realiseren. De Franse economie stagneerde, terwijl Italië voor de derde keer sinds 2008 in recessie raakte. Intussen is er dreiging van deflatie, die de ECB probeert te bestrijden door de absurditeit van negatieve rentes. De EU dreigt in hetzelfde scenario terecht te komen als Japan in de jaren 1990. Hoewel Nederland nu positieve cijfers heeft, kan dat gezien de internationale situatie weer snel over zijn.

De belangrijkste drijvende kracht van het kapitalisme, zoals Marx uitlegde, zijn productieve investeringen. Volgens het CBS zijn investeringen nu nog steeds 20% lager dan in 2008. De reden dat er geen grootschalige investeringen plaatsvinden, is dat er overproductie is.  Lange tijd kon de crisis van overproductie vermeden worden door globalisering en kredietverstrekking, maar deze uitwegen zijn nu geblokkeerd. We bevinden ons nu in een tijdperk van stagnatie van het kapitalisme. Er zullen kleine oplevingen plaatsvinden, gevolgd door nieuwe recessies. Dit is enkel onvermijdelijk, zolang het kapitalistische systeem zelf niet aangepakt wordt, en vervangen wordt door een socialistisch alternatief. 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter