international marxist tendency nederland

dislikeNa de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart is er veel aandacht geweest voor de uitslag en de gevolgen die dit heeft voor de samenstelling van de Eerste Kamer. Maar wat een sterker signaal is dan het verlies van de PvdA of de winst van de D66, is de lage opkomst. Deze reflecteert een toenemende onvrede in de samenleving met de politiek als geheel.

Na de Provinciale Statenverkiezingen van 18 maart is er veel aandacht geweest voor de uitslag en de gevolgen die dit heeft voor de samenstelling van de Eerste Kamer. Maar wat een sterker signaal is dan het verlies van de PvdA of de winst van de D66, is de lage opkomst. Deze reflecteert een toenemende onvrede in de samenleving met de politiek als geheel.

dislike

Maar liefst 6% minder mensen gingen stemmen dan vier jaar geleden. Deze daling maakt onderdeel uit van een trend die al enkele jaren te zien is. Steeds minder mensen nemen de moeite naar het stembureau te gaan. Dit wijst op een afnemend geloof in de politiek. Sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008 heeft Nederland drie kabinetten gehad: het centrum-linkse kabinet Balkenende IV, het rechtse kabinet Rutte I en het centrumkabinet Rutte II.

Wat deze regeringen gemeen hebben is dat zij geen oplossing hebben voor de werkloosheid en de afnemende koopkracht van de Nederlandse burgers. Alle drie de kabinetten lieten bezuinigingsronde op bezuinigingsronde volgen. Zonder visie. Zonder positief effect. Zeven jaar vruchteloos kabinetsbeleid heeft geleid tot apathie van de kiezers jegens de politiek. Op wie ze ook stemmen, geen partij heeft een merkbare verbetering kunnen teweegbrengen. 

Dit kan de komende jaren gevolgen hebben voor het politieke landschap van Nederland. De partijen aan de uiterste linker- en rechterzijde kunnen grote winst boeken door in te spelen op de onvrede en het wantrouwen. Het is dan ook dit wantrouwen dat ten grondslag ligt aan de historische SP overwinning in de provincie Groningen. Maar ook hier ligt een toekomstige teleurstelling voor de boeg. Zonder verregaande socialistische maatregelen te nemen zal ook de SP geen oplossing kunnen vinden voor de crisis. En in het huidige politieke klimaat van Nederland zijn zulke maatregelen niet te verwachten van een partij die zich steeds meer probeert te profileren als 'redelijke partij'. In haar zucht om mee te mogen regeren in het volgende kabinet, is de SP bereid om concessies te doen aan rechtse partijen.

In het buitenland zien we dat een zelfde situatie als in Nederland tot de opkomst van bewegingen heeft geleid die hun oorsprong buiten het parlement vinden. Het beste voorbeeld is Podemos in Spanje. Deze beweging is ontstaan vanuit de Indignados protestbeweging die in de kern een zeer antipolitieke boodschap had. Een dergelijke beweging zonder duidelijk politiek programma kan echter geen invloed uitoefenen. Als gevolg heeft de beweging de laatste jaren een politisering ondergaan die van de protestbeweging nu een serieuze politieke uitdager van het establishment heeft gemaakt in de vorm van de nieuwe partij Podemos.

In Nederland is een zelfde ontwikkeling niet ondenkbaar. De kiem daarvan laat zich al voorzichtig zien in een beweging als De Nieuwe Universiteit. De mensen willen verandering en laten het niet afhangen van de politiek om hun standpunten naar voren te brengen. Er is een sterke afkeer jegens het politieke establishment. Deze afkeer zal een uitweg moeten vinden. En deze uitweg zou zomaar een Podemos-achtige protestbeweging kunnen zijn. Dit is een serieuze mogelijkheid waar iedereen rekening mee moet houden. De weg om het hiervoor benodigde bewustzijn te bereiken is echter lang en er zal nog veel sociale strijd voor nodig zijn.

Als we kijken naar de keuzes van de mensen die wél hebben gestemd, dan valt op dat de PvdA haar gang naar de afgrond doorzet. In tijden van crisis heeft de sociaaldemocratie geen enkele invloed. Reformisme kan alleen het verschil maken als de economie groeit en er extraatjes binnengehaald kunnen worden voor de kiezers. Vanaf 2008 is er geen sprake van extraatjes en valt er niets meer binnen te halen. Dit leidt tot verwarring en een wisselende koers bij de PvdA. Het meest opvallende is het bericht dat de VVD minder wil bezuinigen dan de PvdA: de wereld op z’n kop. De grootste winnaars van de afgelopen verkiezingen (CDA, D66 en SP) profiteren van de ontevreden PvdA kiezers.

De ondergang van de PvdA is niet een op zichzelf staand incident. Het ligt niet aan de leiderschapskwaliteiten van Diederik Samsom of een aantal specifieke maatregelen. Overal in Europa worden sociaaldemocratische partijen in de verdediging gedwongen. PASOK in Griekenland, PS in Frankrijk en PSOE in Spanje hebben het de afgelopen verkiezingen moeten afleggen tegen rivalen aan de rechter- of linkerkant. Zoals gezegd is dit het gevolg van het onvermogen van het reformisme om de economische crisis het hoofd te bieden. Het is echter een illusie om te denken dat andere partijen dit wél kunnen. Het (beperkte) vertrouwen dat gesteld wordt in het programma van het CDA of de D66 zal onvermijdelijk uitmonden in een hernieuwde teleurstelling en een verdere afkeer jegens de politiek.

 

De Provinciale Statenverkiezingen van 2015 moeten vooral begrepen worden als een stem tegen de politiek. Ruim 51% van de kiezers heeft niet genoeg vertrouwen in de politiek om de moeite te nemen naar het stembureau te gaan. Deze mensen zijn echter niet doofstom. Zij voelen de economische neergang van de afgelopen zeven jaar en zijn hier boos of teleurgesteld over. Deze emoties zullen vroeg of laat een uitweg vinden in een grassroots politieke beweging die het parlementaire stelsel op haar grondvesten zal laten schudden. Op welke wijze deze ontwikkeling plaatsvindt hangt af van de houding van de SP en het verloop van de sociale strijd in Nederland.

 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter