Het nieuwe kabinet-Jetten heeft een coalitieakkoord en is beëdigd. Het minderheidskabinet zet vol in op het afbreken van de verworvenheden van de werkende klasse, terwijl het gelijktijdig een militariseringsprogramma doorzet. Verzet is onvermijdelijk.
Harde bezuinigingen
Het nieuwe coalitieakkoord bezuinigt op zorg en sociale zekerheid. Het eigen risico wordt verhoogd naar €460 in 2027 en €520 in 2030; de vergoeding van huishoudelijke hulp wordt afgebouwd; de kosten van steunzolen en gehoorapparaten worden niet meer aftrekbaar van de belasting. Oftewel: werkers, gepensioneerden en kleine zelfstandigen en middenstanders mogen meer betalen voor de zorg.
Werkloosheidsuitkering WW wordt ingeperkt tot maximaal één jaar. Arbeidsongeschiktheidsregeling WIA wordt versoberd, waarbij de aparte IVA-uitkering (voor volledig arbeidsongeschikten) verdwijnt. Bij al deze uitkeringen wordt het maximumdagloon 20% verlaagd. Dit zijn werknemersverzekeringen waar de werkende klasse zelf voor betaalt, en een deel door de bazen wordt betaald. De bezuinigingen gaan gebruikt worden om de loonkosten voor de bazen te doen dalen en meer arbeid uit de werkende klasse te persen voor hetzelfde of minder geld.
Daarnaast is het kabinet van plan om het pensioenakkoord (dat al een slap compromis was dat we bekritiseerd hebben) open te breken, om de AOW-leeftijd vanaf 2033 nog sneller te laten stijgen. De jongere generaties mogen onder de huidige regeling al met minstens 69 jaar met pensioen, dus alle praat dat deze bezuinigingen ‘eerlijker’ zijn voor jongeren zullen weinig indruk meer maken. Dit is een ordinaire bezuiniging, om meer arbeid uit werkende mensen te persen en ze er minder pensioen voor terug te geven.
Wat geeft het kabinet hiervoor terug? Op het gebied van wonen, het belangrijkste thema voor de meeste Nederlanders, wordt er nog meer ruimte gegeven aan de ‘vrije markt’, oftewel de projectontwikkelaars en private verhuurders. Het idee is dat er dan meer huizen komen voor kopers en huurders. Het probleem is dat deze partijen niet bouwen en verhuren uit liefdadigheid, maar om er geld aan te verdienen. Als er al meer woningvoorraad bijkomt, zal dit vooral in het duurdere segment zijn. Vanaf 2029 (het laatste jaar van het kabinet, als het niet eerder valt) wordt er een schamele €1 miljard per jaar beloofd voor betaalbare woningbouw.
Militarisering en imperialisme
Vergelijk dat met de bedragen die we zien voor de militarisering, met een totaal van €19 miljard dat het kabinet wil uittrekken voor extra defensie-uitgaven, om te voldoen aan de NAVO-norm van 3,5% van het bbp. De zogenaamde ‘vrijheidsbijdrage’ die €3 miljard moet opleveren voor defensie is simpelweg een fiscale truc om de loonbelasting te verhogen. De overige €16 miljard wordt betaald in de vorm van bezuinigingen elders.
Het kabinet is er in het coalitieakkoord vrij open over dat dit alles dient om de Nederlandse en Europese belangen in de wereld (d.w.z., die van de Europese heersende klassen) te behartigen in een tijd dat men minder uit kan gaan van de VS. Uiteraard wel in de vorm van ‘trans-Atlantische’ en ‘westerse’ waarden.
Het akkoord benoemt Rusland, China en Iran als vijanden voor ‘onze vrijheden’. Het EU-imperialisme doordrenkt het akkoord. Het stelt dat Oekraïne zich bevindt “op een onomkeerbaar pad richting EU en NAVO-lidmaatschap”. Maar ook andere plekken waar het Russisch imperialisme sterk is moeten bij de EU betrokken worden: “Kandidaat-lidstaten met een strategische positie, zoals landen in de Westelijke Balkan, verbinden wij met Nederland en Europa door intensievere samenwerking.” Armenië en Moldavië worden specifiek genoemd als landen die actief ondersteund moeten worden vanwege hun vermeende vooruitgang op het gebied van de mensenrechten; toevallig beide landen in het grensgebied tussen het Russische en het EU-imperialisme. Deze rivaliteit beperkt zich niet tot Europa; er wordt expliciet genoemd dat ‘humanitaire hulp’ kan dienen om de invloed van Rusland en China in het mondiale Zuiden terug te dringen.
Een flink deel van de Nederlandse bevolking steunt nu nog de militaire uitgaven, vanwege de constante hype over de Russische dreiging. Naar mate duidelijker gaat worden dat dit alles ten koste gaat van bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, zal echter een groeiend deel van de bevolking kritisch worden hierover.
Arbeidersbeweging moet in verzet komen
Bezuinigingen van dit kaliber hebben we niet meer gezien sinds de kabinetten-Rutte II en -Balkenende II. Waar de arbeidersbeweging onder Rutte II afzag van een volledige confrontatie (waarbij de PvdA-bureaucratie gebruikt werd om de FNV in bedwang te houden), was dit niet het geval onder Balkenende II. De bonden, in een alliantie met andere maatschappelijke organisaties, wisten in 2004 ruim 300.000 mensen te mobiliseren op het Museumplein in Amsterdam.
Dit moet als voorbeeld dienen voor het heden. Het kabinet heeft de bonden uitgenodigd om te komen praten, maar voor nu weigeren ze dat correct, gezien de enorme aanvallen op de werkende klasse. Jetten hoopt op een compromis met de bonden, maar dit zou het grootst mogelijke verraad zijn.
Zelfs de meest conservatieve vakbondsleiding moet soms in actie komen, vanuit bureaucratisch zelfbehoud. Enquêtes die de FNV en CNV bij hun leden hielden, wezen erop dat de overgrote meerderheid van de vakbondsleden tegen de kabinetsmaatregelen is en bereid is om in actie te komen.
Het Nederland van het ‘poldermodel’ bestaat niet meer. Dat komt niet door ‘asociale keuzes’ van bepaalde burgerlijke politici, maar door het feit dat het Nederlands kapitalisme in neergang is en niet kan voortbestaan zonder de verworvenheden van het verleden af te breken.
De leiders van de arbeidersbeweging moeten dit inzien en de strijd organiseren. Nul vertrouwen in Jetten, Bontenbal en Yesilgoz; vertrouw alleen in de kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging! Organiseer een massale actiedag op het Malieveld, als opstapje naar een algemene staking (zoals de pensioenstaking van 2019, maar dan met zoveel mogelijk sectoren erbij betrokken)!
Aan ons als communisten is het de taak om mee te doen en een strijdbaar leiderschap van de beweging op te bouwen dat bereid is tot het eind door te vechten.
