international marxist tendency nederland

Er is een akkoord. Koolmees, Rutte, de werkgevers en de FNV-leiding zijn allemaal 'opgelucht' dat de leden en het ledenparlement van de FNV hebben ingestemd met het pensioenakkoord. Een 'historisch akkoord na bijna 10 jaar onderhandelen' dat de FNV-leiding koste wat kost wilde doordrukken, maar dat niets oplost.

De pensioenstakingen leidden tot overleg tussen regering, werkgevers en werknemers, wat uiteindelijk leidde tot een conceptakkoord. Alle FNV-leden konden hierover stemmen in een referendum, maar de uiteindelijke beslissing lag bij het Ledenparlement. Zaterdag 15 juni werd duidelijk dat 75% van de leden had voorgestemd, met een opkomst van 37%. Het Ledenparlement stemde die dag ook in (81%). In plaats van openlijk te stemmen om aan de verschillende sectoren te moeten verantwoorden wie voor of tegen had gestemd, vond dit plaats met een geheime stemming.

Waarom heeft het ja-kamp gewonnen? Hier zijn verschillende redenen voor. Bovenal was dit een ongelijke strijd. De regeringspartijen, de 'linkse' oppositiepartijen PvdA en Groenlinks, de werkgevers, de FNV- en CNV-leiding, de publieke en private media; zij hadden gezamenlijk een campagne om dit akkoord door te voeren in het 'algemeen belang'. Het nee-kamp bestond voornamelijk uit kaderleden die via sociale media en flyeracties bij ledenbijeenkomsten hun kant van het verhaal konden laten horen. De pensioenkwestie speelde ruim 9 jaar, maar dit referendum moest er in minder dan twee weken doorheen gejast worden.

De FNV-leiding probeerde het akkoord koste wat kost door te drukken. Het hebben van een akkoord was belangrijker dan de inhoud ervan. Direct na bekendmaking van het referendum reageerden de social media accounts van de FNV fel op commentaren van leden die het akkoord bekritiseerden. Tijdens de ledenbijeenkomsten was er sprake van een bureaucratische manier waarop alles top-down werd uitgelegd, zonder dat de discussie met de leden tot een hoger inzicht leidde. De gehele houding van de FNV-top was dat dit het enige mogelijke akkoord was. Een verwerping ervan zou de status quo betekenen, niets anders was mogelijk. Het kwam voor velen over als chantage.

Deze fatalistische houding verzwakte de organisatie. Veel leden verloren als gevolg vertrouwen, omdat ze niet meer geloofden dat deze leiders de mobilisaties konden gebruiken voor een beter resultaat. Ja-stemmers hadden liever iets van een akkoord, dan mobilisaties die tot helemaal niets zouden leiden. Dit was vooral sterk het geval bij de oudere werknemers, die nu in ieder geval iets eerder konden stoppen met werken.

Nu hebben we dus een akkoord, dat in de komende periode ingevuld gaat worden. Zoals we in een eerder artikel uitlegden, lost dit niets op en houdt het de verslechteringen niet tegen. Er zijn enkele kruimels toegeworpen wat betreft AOW-leeftijd en zware beroepen, maar de deur is opengezet voor individuele pensioenpotjes en privatisering. De AOW-leeftijd blijft stijgen, regelingen voor zware beroepen moeten alsnog bij CAO-onderhandelingen gewonnen worden, en voor (voornamelijk jonge) flexwerkers en zzp'ers is er praktisch niets geregeld. Daarnaast, waarom zou dit akkoord het laatste woord zijn? Een nieuwe crisis kan als excuus worden gebruikt voor verdere aanvallen op het pensioenstelsel.

Eén ding is duidelijk: de massamobilisaties hebben de macht van de Nederlandse werkende klasse laten zien. Er was sympathie onder een meerderheid van de bevolking. Het probleem is de leiding die alles richting een slap compromis gebracht heeft, terwijl de vechtlust groot was.

De nee-stemmers zijn woedend en voelen zich terecht verraden. Alle mobilisaties, en dan een slap compromis. Een deel spreekt over het opzeggen van het bondlidmaatschap, een begrijpelijke actie uit frustratie. Dit lost echter niets op. Het geeft nog meer kracht aan de bureaucraten en compromiszoekers binnen de bond. Juist op dit moment, nadat in de afgelopen weken de polarisatie binnen de bond duidelijk naar boven is gekomen, is het nodig om  de strijdbare linkerzijde binnen de bond te versterken. Vergeet niet, de 23% die tegenstemde bestaat uit ruim 86.000 mensen, welke een hogere strijdbaarheid hebben dan de grotere massa ja-stemmers.

De kaderleden die zich hard hebben ingezet voor de mobilisatie voor de pensioenstakingen en voor de nee-stem in het referendum, moeten nu juist niet het bijltje erbij neerleggen, maar de netwerken intact houden en versterken, zowel rond de pensioenkwestie als rond andere vraagstukken. Er is nood aan een strijdbare, democratische bond met een socialistisch actieprogramma. Een verenigd platform ter linkerzijde is daarvoor een stap vooruit. Op de nee-stemmers kan gebouwd worden.

Dit is een verlies, maar is niet het einde. Vergelijkingen met het Akkoord van Wassenaar zijn onjuist. Dat was een akkoord na meer dan 10 jaar felle klassenstrijd, toen grote delen van de arbeidersklasse moegestreden waren en er wereldwijd een tegenaanval vanuit de kapitalisten was. Nu staan we juist aan het begin van een nieuwe periode van opgaande klassenstrijd. Er is een hogere stakingsbereidheid onder werknemers dan enkele jaren geleden. De lonen die achterblijven bij de winsten zijn een groot probleem dat de legitimiteit van het Nederlands kapitalisme ondermijnt. Zelfs Mark Rutte heeft de werkgevers gewaarschuwd dat zij nu echt iets aan de achterblijvende lonen moeten doen, voordat zij nieuwe belastingverlagingen cadeau krijgen.

Daarom: nu moet men de kaders en netwerken intact houden en voorbereiden op nieuwe gevechten die gaan komen. Zowel economisch, als politiek. We moeten blijven strijden voor hogere lonen, voor een hoger minimumloon, en tegen flexwerk. Daarnaast moeten we doorstrijden voor verlaging van de pensioenleeftijd en voor een nationaal pensioenfonds, dat kan investeren in een socialistische samenleving, waar de grote banken, verzekeraars en industrie onder democratische controle staan.

 

 

 

Deel dit artikel
FaceBook  Twitter