De maskers van onschuld van de EBU en de FIFA zijn dit jaar verder afgezakt dan ooit. Terwijl Israël mocht deelnemen aan het Eurovisiesongfestival ondanks massale protesten en de terugtrekking van verschillende landen, reikte de FIFA in de aanloop naar het WK haar nieuwe Vredesprijs uit aan – wie anders – Donald Trump. Waarom kunnen deze organisaties toch niet voldoen aan hun eigen eisen van neutraliteit?
De European Broadcasting Union (EBU) presenteert zichzelf als een onafhankelijke non-profitorganisatie van publieke omroepen. Het jaarlijkse Eurovisiesongfestival heeft dan ook de slogan “Verenigd door Muziek” en politieke boodschappen zijn officieel verboden. Toch werd Rusland in 2022 vrijwel onmiddellijk uitgesloten na de invasie van Oekraïne. De EBU verklaarde toen dat Russische deelname het evenement in diskrediet zou brengen.
Sinds het begin van de genocide in Gaza in oktober 2023 klinkt de oproep om Israël eveneens uit te sluiten steeds luider. Dit jaar trokken Nederland, Spanje, Ierland, IJsland en Slovenië hun deelname terug uit protest. Tijdens de finale in Wenen in mei gingen opnieuw duizenden demonstranten de straat op. Amnesty International noemde de weigering van de EBU om Israël uit te sluiten een voorbeeld van lafheid en een dubbele moraal.
Dat de EBU schijnbaar met twee maten meet, komt doordat haar beroep op onafhankelijke morele principes vooral marketing blijkt te zijn. De organisatie probeerde haar beslissing te rechtvaardigen door zich achter de Europese regeringen te verschuilen. Rusland werd uitgesloten nadat Europese staten vrijwel onmiddellijk sancties hadden opgelegd, terwijl Israël geen vergelijkbare behandeling kreeg. Daarmee erkent de EBU dat haar standpunten slechts een weerspiegeling zijn van de politieke belangen van de Europese machthebbers. Voor een organisatie die gefinancierd wordt door nationale publieke omroepen en grote sponsors, waaronder de van oorsprong Israëlische multinational Moroccanoil, is er dan ook een materiële verklaring voor het opvallende gebrek aan neutraliteit.
Achter de façade van neutraliteit schuilen ook de commerciële belangen van de Fédération Internationale de Football Association (FIFA). De FIFA keek bijvoorbeeld jarenlang weg van de uitbuiting van arbeidsmigranten bij de bouw van de WK-stadions in Qatar, waarbij naar schatting zesduizend doden vielen. Toen beriep FIFA-president Gianni Infantino zich snel op de politieke neutraliteit en adviseerde de deelnemende teams om zich te ‘focussen op het voetbal’. Ook toen begin juni 2026 twee Palestijnse nationale voetbalsters door Israëlische autoriteiten zonder bewijs werden gedetineerd, nam de FIFA geen maatregelen. Toch werd Rusland in 2022 meteen uitgesloten van internationale competities.
De uitreiking van een nieuwe Vredesprijs aan Donald Trump afgelopen december onderstreept opnieuw hoe eenzijdig de FIFA werkelijk is. Sinds het ontvangen van de prijs heeft Trump, gedreven door de belangen van het Amerikaanse imperialisme, de president van Venezuela gekidnapt, met hulp van Israël Iran maandenlang gebombardeerd en gedreigd Groenland binnen te vallen. Voor het WK 2026, dat in de VS, Mexico en Canada plaatsvindt, kon de Iraanse delegatie bijna geen visum krijgen om naar haar eigen wedstrijden te gaan! Dit is ook het geval voor meerdere voetballers als gevolg van de strengere immigratieregels in de VS. Dat is de waarde van een Vredesprijs, uitgereikt door een organisatie die Israëlische clubs in illegaal bezette Palestijnse gebieden toelaat.
Dat culturele evenementen materiële gevolgen hebben, verklaarde Martin Green, directeur van het Eurovisiesongfestival, toen hij het in 2023 omschreef als een “gigantische marketingmachine” voor investeringen en toerisme. De Israëlische regering besteedt daarom al jarenlang minstens één miljoen dollar aan de promotie van haar inzendingen. Premier Netanyahu riep via sociale media op om tijdens de publieke stemming van het songfestival twintig stemmen per persoon uit te brengen op de Israëlische act. Hoewel overheden zich volgens de regels niet met de stemming zouden mogen bemoeien, bleef de reactie van de EBU beperkt tot een waarschuwing aan de Israëlische omroep en een verlaging van het maximale aantal stemmen per persoon van twintig naar tien. Vervolgens werd het opmerkelijke resultaat van de publieke stemming voor Israël in zijn kranten gebruikt als bewijs dat het Europese volk toch nog wel achter Israël staat.
In een periode van economische stagnatie en toenemend imperialisme wordt het steeds moeilijker voor internationale instellingen om de schijn van politieke neutraliteit hoog te houden. Het verval van de zogenoemde ‘liberale wereldorde’ is slechts een uitdrukking van de crisis van het kapitalistische systeem. De FIFA en de EBU verdedigen uiteindelijk niet de wens tot internationale verbinding van voetbalfans of muziekliefhebbers, maar de belangen van de heersende klasse. Wij moeten daarom strijden voor een systeem waarin cultuur en sport in dienst staan van de culturele behoeften van de mensheid, niet van de winsten van een kleine minderheid.



